Op 5 december vond de officiële oplevering plaats van de laatste 105.000 van de in totaal 207.000 vierkante meter van het nieuwe Erasmus MC. Met de eindstreep in zicht wordt nu vol ingezet op het gebruiksgereed maken van het ziekenhuis. “We proberen steeds de beste omstandigheden te creëren voor de voorliggende werkzaamheden.”

In 2013 werd al een deel van het Erasmus MC in gebruik genomen en in 2014 werd ook de SEH operationeel. “Bij de oplevering is het ziekenhuis nog niet functioneel, dat is pas het geval als wij klaar zijn, op 18 mei 2018. Op 10 mei gaan alle poliklinieken over en vanaf 12 februari komen de eerste patiënten naar de nieuwe afdeling Radiotherapie”, verklaart Antoine van Kempen, programmamanager inventaris en inhuizing bij het Erasmus MC. Om de inhuizing soepel te laten verlopen, is een tiental momenten ingepland waarop het ziekenhuis gebieden vervroegd beschikbaar krijgt van de aannemer.

Een andere belangrijke succesfactor is uniformering. “Als je dan één spreekonderzoekkamer goed ingericht hebt, zijn ze allemaal goed en voorkom je allerlei inrichtingsvraagstukken. Vooraf was de fasering de grootste uitdaging. Voor het afleveren van de complete inrichting zijn 150 vrachtwagens nodig, dat kan niet in twee weken, want dan blokkeer je het ziekenhuis. Dus hebben we van september tot en met maart 150 dagen lang elke dag één vrachtwagen voor de deur”, aldus Van Kempen. “En dat geldt voor alle items, van alcoholdispenser tot meubilair voor de familiekamers en van toiletrolhouders tot nieuwe MRI’s. En die laatste kun je bovendien pas verhuizen op het moment dat de nieuwe MRI’s productie draaien.”

Beste omstandigheden
De afgelopen zes jaar is gewerkt aan masterplannen en uitgangspunten voor de losse inrichting, en vonden diverse pilots plaats. “We oefenden dan het bestellen, produceren en leveren door de leverancier, en de ingebruikname. Dit hebben we bijvoorbeeld gedaan bij de polikliniek Revalidatie, de SEH en de wachtkamer van de dagbehandeling Cardiologie”, zegt Hanneke Kamphuis, adviseur bij Binnenbuiten, verantwoordelijk voor het ontwerp van de losse inrichting. “Dat leverde de documenten op voor de aanbesteding, waaronder een meubelboek met heldere inrichtingsuitgangspunten. Daarbij hebben we getracht met de losse inrichting zo vanzelfsprekend mogelijk aan te sluiten bij de interieurarchitectuur en het gebouw zoals ontworpen door EGM architecten.”

De hoofddoelstelling was te komen tot een healing environment en een learning environment. “Het is een stoer gebouw, met robuuste materialen als glas en beton. Dat is facilitair gezien ook noodzakelijk. Maar patiënten, bezoekers en personeel moeten zich er ook wel bij voelen. Daarom is een inrichting ontwikkeld die stress en fouten reduceert”, aldus Kamphuis. Een goed ontwerp verkleint de kans op missers, beaamt Van Kempen. “Bijvoorbeeld door medicatieoverdracht niet te laten plaatsvinden op een rumoerige plek. Zo proberen we steeds de beste omstandigheden te creëren voor de voorliggende werkzaamheden, continu in samenspraak met de gebruikers.”

Prikkelarme omgeving
De stressreductie is op verschillende manieren bewerkstelligd, onder meer door een goede oriëntatie en kleurgebruik bij de ankerpunten op diverse afdelingen. “Ook de verbinding van de diverse losse gebouwen door middel van de passage met een glazen dak draagt daar aan bij. Bovendien hebben we met atria en binnentuinen ervoor gezorgd dat er altijd zicht is op groen, ook al zit je midden in de stad”, stelt Erik Pijnacker, interieurarchitect bij EGM architecten, verantwoordelijk voor het ontwerp van de nagelvaste inrichting en bewaker van de totale look en feel van het huis. Een ander aspect is het bewezen belang van eigen regie van de patiënt over alle handelingen in zijn kamer. Patiënten bepalen zelf wanneer ze de gordijnen sluiten, het raam openen en tv kijken. “We ontwerpen nu bijvoorbeeld een rooming-in meubel. Dat bestaat uit een fauteuil en een tafel, maar je kunt er ook een bed van maken. Het laten overnachten van een naaste draagt bij aan de gemoedsrust en het herstel van de patiënt”, aldus Pijnacker.

Van Kempen benadrukt het belang van een goed ontwerp. “Het gebouw is goed, de lay-out is goed, maar daarna moet je doorpakken en je uitgangspunten doorvoeren tot in de laatste details van de losse inrichting, anders werkt het niet. Dus bijvoorbeeld geen schreeuwerige meubels, om een zo prikkelarm mogelijke omgeving te creëren. En de prikkels die er zijn, moeten de patiënt helpen.” Ter illustratie verwijst hij naar het hospitality concept: patiënten kunnen kiezen uit twintig maaltijden die in de afdelingskeuken bereid worden en tussen 16.00 en 19.00 uur te bestellen zijn.

Betere beleving
Een andere belangrijke factor bij eigen regie en stressreductie is overzicht, met opnieuw een voorname rol voor de inrichting. “Denk aan de passage waar mensen kunnen verblijven voor een kop koffie of winkelbezoek en aan de ankerpunten voor informatie. Als het tijd is voor hun afspraak gaan patiënten naar een ontvangstpunt bij de poli, om zich bij een zuil of een mens van vlees en bloed aan te melden en naar de wachtruimte te gaan. Bezoekers bepalen dus zelf waar ze hun tijd tot de afspraak doorbrengen”, zegt Pijnacker. “Voordeel is dat dankzij die grote passage de wachtruimten kleiner, dus menselijker kunnen zijn.” Ook op de verpleegafdeling is overzicht voor zowel zorgprofessional als patiënt van belang. “Voor de ontvangst hebben we daarom een meteen in het oog springende middenzone gecreëerd, met een ruime lounge waar gekozen kan worden voor afzondering of juist contact met andere patiënten.”

De achterliggende gedachte van een healing environment is dat de zorgkwaliteit stijgt en dit het herstel van de patiënt bevordert zodat deze korter in het ziekenhuis hoeft te verblijven. “Ook met de losse inrichting hebben we daarom gezorgd voor rust en overzicht, met een prettige afwisseling en variatie. Zo hebben we leestafels afgewisseld met wachtbanken en veel vrije ruimte gelaten voor bijvoorbeeld rolstoelers”, vertelt Kamphuis. “Ook is voor een betere beleving van de patiënt de wachtruimte op een prettige plek gesitueerd, aan de buitenkant van het gebouw waar daglicht is. De spreekbehandelkamers zitten aan de binnenkant, daar verblijven patiënten doorgaans korter.”

Verrassende keuzes
In het inrichtingstraject zorgden EGM en Binnenbuiten soms voor verrassende keuzes. “Bij het wachtkamerconcept in de SEH had ik zo mijn twijfels vanwege de gestoffeerde wachtbanken. Bezoekers en patiënten op de SEH zijn soms nog erg geagiteerd en gedragen zich niet altijd correct”, meldt Van Kempen. “Maar ik heb me laten overtuigen dat dit meer zou de-escaleren dan houten banken. Het aantal incidenten is nu minimaal in vergelijking met de oude situatie. Een mooi voorbeeld van hoe gebouw, inrichting en werkprocessen elkaar versterken.” Een vriendelijke vormgeving doet wonderen, bevestigt Kamphuis. “Zachte materialen, schuine lijnen, afgeronde hoeken, veel textuur en afgewogen kleurgebruik dragen allemaal bij aan een prettige omgeving.”

De komende maanden wacht een nieuwe uitdaging: het afhandelen van verzoeken tot wijziging. “Gebruikers ondervinden dan de verandering op hun nieuwe werkplek en zijn geneigd terug te schieten in de oude modus. Hoe meer we nu onze rug rechthouden, hoe beter we onze uitgangspunten kunnen vasthouden. Het programma ‘Vernieuwd werken’ ondersteunt hen daarbij, onder meer met rondleidingen en live simulaties”, stelt Van Kempen. “Ik ben ervan overtuigd dat het gebouw de gebruiker zal verleiden om snel de nieuwe werkprocessen aan te wenden en dat de nieuwe inrichting zichzelf verkoopt. Dat is wat je wilt bereiken.”

Tekst: Wilma Schreiber

Foto: EGM architecten

Bron: FMT Gezondheidszorg