Kinderen met t(8;21)-AML, een vorm van leukemie, die een extra afwijking hebben in hun leukemiecellen lijken een hogere kans te hebben op terugkeer van de leukemie en een kleinere kans op overleving.
Dit concluderen promovenda drs. Kim Klein en prof. dr. Gertjan Kaspers van VUmc. De resultaten van hun onderzoek werden deze week gepubliceerd in de Journal of Clinical Oncology.
Kim Klein en Gertjan Kaspers van VUmc doen onderzoek naar de kans op  genezing van een groep kinderen met een vorm van acute leukemie (bloedkanker). In Nederland krijgen circa 140 kinderen per jaar acute leukemie. Grofweg gezien bestaan er twee vormen: acute lymfatische leukemie (ALL) en acute myeloide leukemie (AML). AML komt veel minder vaak voor dan ALL, maar is wel veel moeilijker te behandelen.
Een extra afwijking
AML wordt veroorzaakt door afwijkingen in het DNA (erfelijk materiaal) van cellen in het beenmerg. Een bekende afwijking die in leukemiecellen kan worden gevonden, is een verplaatsing van twee stukjes van chromosoom 8 en 21: t(8;21). “Kinderen met t(8;21)-AML én een extra afwijking (een extra chromosoom 4) in hun leukemiecellen lijken een hogere kans te hebben op terugkeer van de leukemie”, zeggen Klein en Kaspers. “Ook overleefden de kinderen met deze afwijking in onze studie minder vaak. Na vijf jaar was nog maar 33% van deze kinderen in leven, tegenover 75% van de kinderen zonder de extra afwijking. Kinderen met een andere extra afwijking (een stukje ontbrekend chromosoom 9) reageerden tijdens de eerste kuren minder goed op chemotherapie dan kinderen zonder deze afwijking, maar zij blijken uiteindelijk gelijke overlevingskansen te hebben”.
Dosering chemomiddelen
Ook blijkt dat kinderen met t(8;21)-AML vooral baat lijken te hebben bij relatief hoge doseringen etoposide en cytarabine in de eerste chemokuur. Een hoge dosering van deze chemo’s lijkt ook tijdens de hele behandeling belangrijk. “We adviseren wel om in de toekomst nog meer onderzoek te doen naar de bijwerkingen en nadelen van deze hoge doseringen”, aldus Klein en Kaspers.
De bevindingen uit deze studie zijn belangrijk voor het ontwikkelen van nieuwe behandelprotocollen en toekomstig onderzoek naar de beste manier om kinderen met AML, die bij voorbaat een slechte overlevingskans hebben, toch optimaal te kunnen behandelen.
Bron: VUmc