Het NIVEL participeert samen met onderzoekers van de VU en het AMC in netwerk OPEN.
OPEN is een  netwerk waarin een select aantal ziekenhuizen en onderzoekers samen kennis ontwikkelen over openheid na klachten en incidenten. De website van OPEN is nu online.
Het kennisplatform van OPEN is www.openindezorg.nl. Hierop staan ook de deelnemende ziekenhuizen vermeld. OPEN  is opgezet om kennis te ontwikkelen over hoe openheid in voor patiënten en zorgverleners lastige situaties, goed kan worden vormgegeven. Dat gebeurt doordat ziekenhuizen de onderzoekers ontvangen en uitleg geven over hun werkwijzen en ervaringen, maar ook doordat ziekenhuizen onderling kennis uitwisselen op Netwerkbijeenkomsten en op de website.
Vijf ziekenhuizen doen nu officieel mee en verschillende ziekenhuizen staan op het punt om deel te gaan nemen. Daarmee hebben we genoeg deelnemende ziekenhuizen om de volgende stappen te gaan zetten. Dat is goed nieuws, want openheid, of ‘Open disclosure’, wanneer er iets is misgegaan, blijkt nog altijd erg lastig. Het belang van openheid wordt in principe breed gedeeld. Zie bijvoorbeeld de GOMA (Gedragscode medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid) als voorbeeld van een initiatief om openheid te bevorderen. Er is echter nog niet veel kennis beschikbaar over hoe dit principe goed en werkzaam is om te zetten naar de praktijk. Ook is er nog weinig open debat over eventuele kanttekeningen bij openheid.
Aan OPEN werken verschillende wetenschappers mee die op dit onderwerp al veel hebben gepubliceerd: Arno Akkermans, Johan Legemaate en Roland Friele. Kort geleden verscheen er in het NTvG een artikel over dit onderwerp van hun hand: “Stand van zaken: Openheid over medische fouten: waar staan we?”
Onderzoeker Berber Laarman: “Open maakt als initiatief veel mensen enthousiast. Openheid na incidenten houdt de gemoederen immers flink bezig. De eerste ziekenhuizen zijn officieel aan boord, dus nu kunnen we de volgende stappen in openheid gaan zetten. In samenwerking met de ziekenhuizen hopen we ‘best practices’ in kaart te kunnen brengen. Daar zullen we wel aan moeten werken: nu weten we nog te weinig om van een ‘best practice’ te kunnen spreken. Wat dat is, daar hopen we gezamenlijk achter te komen. De eerste stappen zijn gezet!”