Promovenda Susanne van Veluw wist microinfarcten, die een grote rol spelen bij dementie, in beeld te brengen op MRI-scans.
De herseninfarctjes zo groot als een speldenknop waren voorheen alleen na obductie met de microscoop vast te stellen en te bestuderen. Dat is verleden tijd. Overal ter wereld zijn wetenschappers geïnteresseerd in haar methode, waar Van Veluw 1 oktober bij het UMC Utrecht op promoveert.
Al een lange tijd worden mini herseninfarcten als een belangrijke marker voor vaatschade bij dementie gezien. Er was alleen één probleem: ze waren onzichtbaar en dus niet te bestuderen in patiënten. Van Veluw dook hier tijdens haar promotieonderzoek in en wijst de microinfarcten nu binnen een half uur aan op klinische MRI-scans. Andere onderzoeksgroepen hebben de criteria voor haar speurwerk reeds overgenomen en met een instructiefilmpje kan ze voldoen aan de grote vraag naar haar methode. Hiermee slaat het onderzoek naar dementie een nieuwe, veelbelovende weg in.
Acht jaar geleden kreeg het UMC Utrecht als een van de eerste ziekenhuizen ter wereld een enorm krachtige scanner: de 7 tesla MRI. Dit apparaat heeft een zeer sterke magneet, waardoor de hersenen in groot detail te bestuderen zijn. Van Veluw was er op gebrand om hiermee de microinfarcten te vinden. “Het was zoeken naar een speld in een hooiberg, maar toen ik eenmaal de eerste had gevonden, wist ik waar ik naar moest kijken. Dat is de truc”, aldus Van Veluw. Hiermee stelde ze criteria op die omschrijven waar je als onderzoeker op moet letten. Ze controleerde haar bevindingen door hersenplakken van overleden mensen met dementie te scannen en op zoek te gaan naar soortgelijke afwijkingen. “Onder de microscoop bleken dit inderdaad allemaal microinfarcten te zijn, dus het betreft een hele specifieke marker. Ik weet nog goed hoe enthousiast ik was toen ik dit zag. Zo’n ‘ontdekking’ maakt wetenschap doen enorm leuk.” Door haar opgestelde criteria zijn de infarctjes ook op minder geavanceerde scans, die routinematig in ziekenhuizen gemaakt worden, te vinden.
Met het probleem uit de weg en Van Veluws methode beschikbaar voor iedereen, krijgt het onderzoek naar dementie een boost. Het grote voordeel is dat er al heel veel MRI-scans gemaakt zijn in het kader van andere onderzoeken en cohorten, die dus praktisch klaarliggen om bestudeerd te worden. Een beter begrip over de impact van microinfarcten op de cognitieve achteruitgang en het ontstaan van dementie kan leiden tot preventiemogelijkheden. “Voorkomen is immers beter dan genezen”, stelt Van Veluw. “Bovendien kan het bestuderen van microinfarcten in levende patiënten veel nieuw inzicht geven over de rol van vaatschade bij dementie, wat we nu nog lang niet helemaal begrijpen. Deze studie heeft vaatschade op de kaart gezet en is ook buiten ons veld opgepikt. Zo wordt de rol van microvasculaire afwijkingen bij patiënten met Alzheimer inmiddels steeds meer erkend, terwijl de focus daarbij voorheen vooral op het neergeslagen eiwit beta-amyloïd lag.”
De promotie van Susanne van Veluw vindt plaats op donderdag 1 oktober 2015 om 14:30 uur in het Academiegebouw aan het Domplein te Utrecht. Promotoren zijn prof. dr. Geert Jan Biessels (hoofd van de Utrechtse Vascular Cognitive Impairment Studie groep) en prof. dr. Peter Luijten (hoofd van het 7 tesla onderzoeksprogramma), co-promoter is dr. Jaco Zwanenburg.