In de toekomst kunnen huisartsen patiënten met een verhoogd risico op longkanker tot vier maanden eerder identificeren dan nu het geval is. Dat kan met een algoritme dat onderzoekers van Amsterdam UMC ontwikkelde. Zij publiceerden hun onderzoeksresultaten op 23 april in British Journal of General Practice.
Het algoritme benut alle medische dossierinformatie die de huisarts heeft over een patiënt. Een belangrijke toevoeging op al bekende methoden is dat dit algoritme niet alleen vooraf gecodeerde variabelen als ‘roken’ gebruikt, maar ook vrije tekstgegevens. Uit het feit dat patiënten vier maanden eerder geïdentificeerd worden is af te leiden dat die vrije tekst vaak cruciale informatie over de voorgeschiedenis van de patiënt staat. Nader onderzoek kan leren op welke tekstfragmenten het algoritme aanslaat, om het ook daadwerkelijk te kunnen gebruiken in de praktijk.
Gunstig effect op prognose
Longkanker blijft een van de meest voorkomende kankersoorten en heeft, ondanks vooruitgang in de behandeling, nog steeds een slechte prognose. Ruim 80 procent van de patiënten komt binnen vijf jaar te overlijden. Een winst van vier maanden heeft waarschijnlijk een merkbaar effect heeft op hun prognose. Mogelijk biedt deze methode op dezelfde manier soelaas voor andere kankersoorten die vaak pas in een vergevorderd stadium worden gevonden, zoals alvleesklier-, maag- of eierstokkanker.
Screening versus algoritme
Van elke 34 patiënten die het algoritme identificeert heeft er één longkanker. Dat is een klein aantal foutpositieven in vergelijking met screening. Daarbij kan de selectie gewoon tijdens het consult plaatsvinden. Met het nieuwe algoritme zou 62 % van de patiënten met longkanker vier maanden eerder kunnen worden doorverwezen. De methode moet echter nog gevalideerd worden in verschillende landen en zorgsystemen.
> Lees hier de publicatie in de British Journal of General Practice.










