De overheid beperkt de verhoging van VG7-tarieven voor de gehandicaptenzorg tot de eerder toegezegde 6,2 procent. Dat schrijft staatssecretaris Vicky Maeijer van Langdurige en Maatschappelijke Zorg aan de Tweede Kamer. Branchevereniging VGN stelt dat 15 procent noodzakelijk is en werd daarin gesteund door enquête van onderzoekscollectief Spit. Maeijer beroept zich op kostenonderzoek door de NZa.
De kamerbrief van de staatsecretaris bevat antwoorden op de vragen van kamerlid Sarah Dobbe (SP). Die reageerde daarmee op de conclusie van een enquête van onderzoekscollectief Spit onder cliëntondersteuners: de toegankelijkheid van de zorg voor mensen met een VG7-indicatie loopt vast. Het gaat om cliënten met een verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen. De tarieven die zorginstellingen betaald krijgen voor deze zeer complexe zorg zijn al jaren niet toereikend. Instellingen moeten de grote verliezen die zij daardoor maken ten laste brengen van andere budgetten, zoals de huisvestingscomponent. Er is terughoudendheid ontstaan in het opnemen van nieuwe cliënten.
Kostenonderzoek NZa
Maeijer stelt dat er passende zorg beschikbaar moet zijn, en noemt een toereikend tarief daarvoor een belangrijke randvoorwaarde, maar zeker niet de enige. De tarieven zijn per 2025 met 6,2 procent verhoogd; een extra uitgave van € 143 miljoen. De staatssecretaris wijst naar de VGN, die nu vaststelt 15 procent nodig te hebben, maar in 2023 nog om slechts 3,5 procent verhoging vroeg. Maeijer stelt dat integraal kostenonderzoek van de NZa uitwijst dat de stijging van 6,2 procent moet volstaan.
De NZa heeft haar onderzoek gebaseerd op de kosten van personeel niet in loondienst (PNIL). Daarop zijn voor 2025 voor een aantal prestaties (waaronder VG7) de tarieven aangepast, vooruitlopend op het aanpassen van alle tarieven in de gehandicaptensector in 2026.
Zorginfarct
Het beeld dat oprijst uit de onderzoeksrapportage van Spit, waarover Trouw en De Groene Amsterdammer op 22 januari berichten in reportages, is dat van een zorginfarct dat deels aan het zicht onttrokken is. Sommige ZVG-instellingen gaan zelfs zo ver dat zij de bestaande zorg opzeggen. De officiële cijfers over de wachtlijsten blijken niet correct. De ondervraagde cliëntondersteuners telden veel meer mensen die dringend op zoek zijn naar een plek in een instelling dan er officieel op de wachtlijst staan. In antwoord op vragen hierover meldt de staatssecretaris dat de zorgkantoren de zorgaanbieders en cliëntondersteuners hebben opgeroepen om contact op te nemen met de betrokken zorgkantoren als zich problemen voordoen.










