Kliniek en wetenschap werken aan technologie voor thuisrevalidatie.
Elk jaar krijgen duizenden mensen een beroerte, vaak met blijvende mobiliteitsproblemen als gevolg. In het Convergence Human Mobility Center (CHMC) werken onderzoekers van Erasmus MC, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en Rijndam samen aan innovatie voor de revalidatie van mensen met een neurologische aandoening. Dat moet nieuwe technologie opleveren die goedkoop en gebruiksvriendelijk is en effectief wordt gebruikt in de kliniek en thuis.
tekst • Hans van Eerden
Gerard Ribbers werd in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen opgeleid tot neurorevalidatiearts en werkte als zodanig meer dan 25 jaar bij Rijndam Revalidatie in Rotterdam. In 2012 werd hij bijzonder hoogleraar Neurorevalidatie aan het Erasmus MC, waar hij in 2018 afdelingshoofd Revalidatiegeneeskunde werd. “Vanaf het begin heb ik me gespecialiseerd in patiënten met hersenaandoeningen. Het mooie van neurorevalidatie is dat je nooit bent uitgeleerd. Er zitten zoveel dimensies aan het vak, van neuropsychiatrie tot farmacologie en van biomechanica tot linguïstiek.”
Meer neurologische aandoeningen
Ribbers stelde zich ten doel de wetenschappelijke staf diverser te maken, met meer inbreng van klinische onderzoekers en technici. “We moesten ons gaan richten op de uitdagingen van de toekomst. Er komt een grijze golf aan, waardoor we veel meer patiënten met neurologische aandoeningen krijgen, met toenemende complexiteit door multi-problematiek. Dit terwijl revalidatie traditioneel tijdrovend en duur is en de personeelstekorten alleen maar stijgen. Willen we voor die uitdagingen innovatieve en efficiënte oplossingen vinden, dan is technologie niet het enige antwoord, maar wel voor een deel. Dat vormt de basis van onze samenwerking in het flagship Convergence Human Mobility Center (CHMC).”
‘Wij mikken op behandeling in de thuissituatie, met monitoring en coaching op afstand’
Behandeling in thuissituatie
In 2022 kreeg de samenwerking formeel beslag. Onder de noemer Convergence hadden TU Delft, Erasmus MC en Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) hun krachten gebundeld voor het aangaan van urgente en complexe maatschappelijke uitdagingen. Vanuit het thema Health & Technology werd het CHMC gelanceerd, gericht op verbetering van de effectiviteit en acceptatie van revalidatie met minimale supervisie en gelijke toegankelijkheid voor iedereen. Ribbers: “Doelgroep van ons onderzoek zijn patiënten met hersenaandoeningen ten gevolge van bijvoorbeeld een beroerte of traumatisch hersenletsel, in het besef dat de uitdaging nog veel breder is. Wij richten ons met name op behandeling in de thuissituatie, met monitoring en coaching op afstand.”
Prikkelende vragen voor onderzoekers
Technologie moet antwoord geven op vragen die in de praktijk leven, en is niet bedoeld voor problemen die nog moeten worden gevonden, aldus Ribbers. “Het is een uitdaging om naast ‘technological push’ een ‘clinical pull’ te creëren. Je wilt dat innovatie wordt ingebed in de strategie van een klinische partner. Want disruptieve innovatie, die echt een grote verandering inhoudt, moet wel vanuit de werkvloer komen. Stel, een revalidatiecentrum wil over drie jaar een derde van alle poliklinische behandelingen in de thuissituatie doen. Wat vraagt dat van behandelaren, vergoedingensysteem en technologie? Is er nog een businesscase om de technologie naar de markt te brengen, hoe worden de investeringen gedekt? Is low-cost technologie wel het enige antwoord? Hoe ga je de telemonitoring organiseren?”
Andere kant op
Met dergelijke vragen keert het initiatief tot innovatie om en komt het niet meer van ingenieurs, zegt Ribbers. “Het is van belang om in een proces van co-creatie de eindgebruiker te betrekken, maar ook de potentiële producent, het revalidatiecentrum en de clinici die daar werken, terwijl er ook een rol is voor zorgverzekeraar en instanties als Zorginstituut Nederland. Dat is een andere uitdaging en die trekt andere mensen aan, zoals studenten van de masteropleiding Technical Medicine (van Delft, Leiden en Erasmus, als vervolg op de bacheloropleiding Klinische Technologie, red.), maar ook onderzoekers met een sociaal-medisch perspectief.”
Adoptie van technologie
Hoe voorkom je nu dat technologische innovaties op de plank blijven? Ribbers: “Vanuit EUR onderzoekt een promovendus wat de adoptie van technologie bepaalt. Hoe zorg je dat de eindgebruiker het echt gaat gebruiken? Hier is speciaal aandacht voor mensen die kwetsbaar zijn bij gebruik van technologie; denk aan mensen met een lage sociaal-economische status of een taalachterstand. We moeten bij het introduceren van technologie natuurlijk voorkomen dat de bestaande zorgkloof alleen maar groter wordt.”
Ecosysteem
Sinds het CHMC drie jaar geleden is gestart, zijn al zo’n vijftien promovendi en post-docs aangesteld die samenwerken in een ecosysteem gericht op deze vraagstukken, vertelt Ribbers. “We steken veel energie in ontmoeting, op een aantal manieren. Zoals in ons kernteam met vertegenwoordigers van de drie kennisinstituten vanuit allemaal verschillende achtergronden. Of tussen de promovendi, die elke zes weken bijeenkomen om een dag samen te werken. En jaarlijks is er een netwerkbijeenkomst, die afgelopen keer in het teken stond van de uitdagingen om innovaties naar de markt te brengen: welke partijen heb je nodig, wat moet er allemaal gebeuren? Dat gaf een levendige discussie. Intussen werken we ook samen met hogescholen en sluiten bedrijven zich aan; de olievlekwerking is aanzienlijk. Ik koester niet de illusie dat we de oplossing hebben als over anderhalf jaar de subsidie ophoudt. Maar we hebben dan wel een ecosysteem waarin relevante partners elkaar vinden om nieuwe onderzoeken op te starten. Dit gaat de agenda in de regio nog lang bepalen.”
Klinisch testcentrum
Belangrijke partner is Rijndam Revalidatie, waar Ribbers nu nog aan verbonden is als adviseur voor onderzoek en innovatie. “Het is een klinisch expertcentrum en ook een klinisch testcentrum voor de technologie die wij ontwikkelen. Zij kijken heel open en nuchter naar innovatie en combineren dat met hun praktijkervaring. Zo leveren ze bijvoorbeeld paramedici die vanaf de werkvloer meedenken en heel praktische vragen stellen: ‘Heb je daar en daar wel aan gedacht?’
Een mooi voorbeeld van die samenwerking is de ontwikkeling van de Ziggy. “Met een soort beugel aan een rolstoel kun je ernaast lopen als je met iemand gaat wandelen. Dat geeft een heel andere interactie met de persoon in de rolstoel. Delftse studenten gingen in gesprek met de moeder van een gehandicapt kind onder behandeling bij Rijndam en verschillende clinici. Communicatie met deze patiënt was afhankelijk van visuele interpretatie van de mimiek, vertelde de moeder, en die zag ze niet als ze achter haar kind liep. Daarvoor hebben de studenten die beugel ontwikkeld, waarbij ze wel moesten voorkomen dat de rolstoel rondjes ging draaien. Dat is nu een interessante start-up geworden, waar al veel zorgorganisaties belangstelling voor hebben.”
Schakel met werkvloer
Vanuit revalidatiecentrum Rijndam is Marc Evers, fysiotherapeut en beleidsadviseur innovatie, betrokken bij het onderzoek. “Als verbindende schakel tussen Erasmus en TU Delft enerzijds en onze ‘werkvloer’ lever ik input en begeleid ik promovendi. Ik laat hen meelopen in de kliniek zodat ze de doelgroep van hun onderzoek leren kennen en organiseer focusgroepbijeenkomsten met onze therapeuten, die nuttige informatie over patiënten kunnen leveren. Als promovendi een onderzoeksprotocol hebben opgesteld, kijk ik of het überhaupt uitvoerbaar is. Wat een student bij hun eerste test in een kwartier kan, kost onze patiënt misschien wel anderhalf uur, bijvoorbeeld omdat alles trager gaat bij niet-aangeboren hersenletsel. Is dat protocol goedgekeurd, dan kan ik met mijn collega’s patiënten rekruteren en de eventueel benodigde klinimetrie door een onderzoeksassistent laten verzorgen.”
Rijndam denkt ook mee over onderzoeksvragen. “Vanuit Erasmus kwam bijvoorbeeld een voorstel voor onderzoek naar de monitoring van de arm-handfunctie bij patiënten na een herseninfarct. Daar is van onze kant enthousiast op gereageerd. Die monitoring willen wij op een hoger niveau brengen om die ook goed in de thuissituatie van de patiënt te kunnen uitvoeren.”
‘Een onderzoeksvoorstel moet al meer kijken naar de haalbaarheid in de praktijk’
Haalbaarheid in de praktijk
Betekent dit dat de onderzoeksresultaten al een praktische vertaling krijgen naar therapie en begeleiding van patiënten bij Rijndam? “Dat is een lastige. Ik probeer mij er hard voor te maken, maar je bent wel afhankelijk van de partners in zo’n onderzoeksproject. Na afloop kun je wel uitspraken doen over het nut, bijvoorbeeld voor het verbeteren van die arm-handfunctie, maar dan ligt er nog geen product. Je moet dat eerst uitontwikkelen en kosten maken voor de medische certificering. Het is ook geen miljoenenmarkt, de aantallen zijn meestal niet hoog. Daar blijft het vaak op hangen.”
Een uitzondering is de Ziggy, die Ribbers al noemde. “Ja, de initiatiefnemers daarachter zijn heel volhardend geweest, hebben dat hele certificeringsstuk zelf gedaan en de kosten voor hun rekening genomen. Nu hebben ze een product dat gecertificeerd is en waar animo voor is. Wij gaan het ook bestellen voor onze rolstoelen. Dit is een heel mooi voorbeeld van een antwoord op een vraag van een collega binnen de kinderrevalidatie. Wat mij betreft wordt bij het formuleren van een onderzoeksvoorstel al meer gekeken naar de haalbaarheid van toepassing in de praktijk. Kun je bijvoorbeeld de certificeringskosten al in het voorstel opnemen? Hoe krijg je deze toepassing in de zorg vergoed en hoe breng je een innovatie uiteindelijk tot adoptie en implementatie?”
▸Meer informatie:
www.convergence.nl/nl/health-technology
www.rijndam.nl










