Zorginstellingen nemen een bijzondere marktpositie in als het gaat om het optimaliseren van gebouwen. Door interne samenwerking zijn echter belangrijke stappen te zetten richting een gezonde en plezierige werk- en verblijfsomgeving, als aanvulling op toekomstbestendig energieneutraal en circulair zorgvastgoed.

Het optimaliseren en verduurzamen van gebouwen zoals in de commerciële vastgoedwereld gebeurt aan de hand van bijvoorbeeld certificering conform BREEAM, is voor zorginstellingen doorgaans ondoenlijk. “In de zorg bestaat zo’n diversiteit aan dienstverlening dat er niet eenvoudig één allesomvattend keurmerk voor op te stellen is. Neem het energieverbruik per vierkante meter. Hoe vergelijk je een röntgenafdeling die vanwege alle apparatuur een hoog elektriciteitsverbruik kent, met een afdeling psychologie die qua inrichting kan volstaan met passend meubilair?”, zegt Victor Pastoor, senior consultant Buildings en teamleider Installaties bij Arcadis, BREEAM-expert en bestuurslid van de NVTG. “Met uitzondering van de algemene ruimten is het niet zinvol één kengetal te kiezen, de activiteiten zijn te specifiek.”

Het verdienmodel voor verduurzaming op basis van internationale keurmerken is in de zorgsector niet vergelijkbaar met de commerciële vastgoedmarkt. “Voor beleggingsfondsen is het belangrijk aan te kunnen tonen dat ze werk maken van verduurzaming. Een internationaal keurmerk als BREEAM of GRESB stelt hen in staat investeerders te overtuigen”, stelt Pastoor. “Zorginstellingen worden gefinancierd door andere investeerders dan commercieel vastgoed. Je moet dan creatief zijn om een marktconform verdienmodel te vinden, anders wordt verduurzaming op basis van internationale keurmerken een niet rendabele kostenpost.”

Ook in de VS zijn inmiddels meerdere pilots uitgevoerd met gezonde kantoorgebouwen op basis van een WELL-certificering. “Uit pilots bij kantoren blijkt dat bedrijven die een professionele omgeving bieden waar het prettig werken is, aan het langste eind trekken in de strijd om getalenteerd personeel op de arbeidsmarkt. Alle toppers wilden daar werken.” Opnieuw ligt de kwestie voor ziekenhuizen net iets anders. “Voor een patiënt in een ziekenhuis weegt die superspecialist die hem van zijn kwaal af helpt toch zwaarder dan de vraag of het gebouw gezond en duurzaam is”, zegt Pastoor.

Van EPC naar BENG
Toch bestaat er voor individuele maatregelen conform de aloude trias energetica – zo veel mogelijk energiebesparende maatregelen, zo veel mogelijk duurzame bronnen en fossiele brandstoffen alleen gebruiken met een zo hoog mogelijk rendement – wel degelijk een verdienmodel voor zorginstellingen. “Bovendien wordt in 2020 de bestaande EPC (energieprestatiecoëfficiënt, red.) voor nieuwbouw in de wetgeving vervangen door BENG, bijna-energieneutrale gebouwen”, aldus Pastoor. “Daar hangen ook indicatoren aan voor maximale energiebehoefte per jaar, maximaal fossiel energiegebruik en minimaal aandeel hernieuwbare energie.”

Pastoor noemt tevens ontwikkelingen als anderhalvelijnszorg en clustering van expertises. “Artsen zijn altijd op zoek naar medische apparatuur die de beoogde behandeling van patiënten bevorderen. Hun primaire focus ligt daarbij logischerwijs niet op reductie van het energieverbruik. Stel dat jouw ziekenhuis die dienstverlening op het gebied van röntgen moet leveren omdat elders afdelingen zijn gesloten. Dan gaat het niet meevallen om te voldoen aan een generieke norm voor maximaal energieverbruik per vierkante meter die is gebaseerd op bijvoorbeeld kantoren.”

Vertaald naar ziekenhuizen betreft dit een soort doorontwikkeling van domotica, waar eerder ook gebruikgemaakt werd van losse, ‘domme’ systemen. “Denk aan het matje voor het bed, dat diende om de verlichting aan te doen als een bewoner ’s nachts uit bed moet. Ook hier zullen systemen veel meer connectiviteit gaan vertonen, het zogeheten Internet of Things”, zegt Pastoor. “Daarnaast komt het accent meer te liggen op preventie van ziekten. Daardoor verandert de rol van ziekenhuizen, de zorg wordt steeds meer maatwerk. Het management zal die beleidskeuzen moeten duiden, waarbij de manager vastgoed de technische mogelijkheden aangeeft om de productiviteit te verhogen. Dit door te investeren in de koppeling van gebouwtechniek, facility management en ICT & internet.”

Nu de technologie zo veel ingewikkelder wordt, zet de NVTG steeds meer in op samenwerking met kennisinstellingen en het bedrijfsleven. “Ook daar moeten we kennis ophalen, willen we bij de tijd blijven. Vandaar ook dat we tijdens het recente voorjaarscongres van de NVTG, dat in het teken stond van kwaliteit, veiligheid en verantwoording, het belang van het Register Technologie Gezondheidszorg (RTG) willen benadrukken”, aldus Pastoor. “Dat is bedoeld voor medewerkers en managers TD en vastgoed, en helpt zorginstellingen te monitoren of personeel voldoende is opgeleid en permanent wordt bijgeschoold. In geval van gebreken is het bovendien een transparante manier om te laten zien dat personeel van jouw afdeling adequaat is opgeleid en bijgeschoold voor de gevraagde technische taken en verantwoordelijkheden.” Hij eindigt met de oproep aan zorginstellingen om in beweging te komen. “We moeten vaker out-of-the-box denken. Dat dwingt ons met andere disciplines een cocreatieproces te doorlopen om samen te evolueren naar een hogere efficiency en productiviteit.”

Fotobijschrift:Victor Pastoor, teamleider Installaties bij Arcadis en bestuurslid NVTG.

Tekst: Wilma Schreiber

Bron: FMT Gezondheidszorg