Een gesprongen waterleiding was er onlangs de reden van dat het VUmc een gehele evacuatie op touw moest zetten. Meer informatie over hetgeen zich in het ziekenhuis afspeelde.
Zoals in de meeste ziekenhuizen speelt ook in VUmc een aantal activiteiten zich onder begane grond-niveau af. Op zich volkomen logisch en verantwoord. Maar in dit ziekenhuis ging het fout op een manier die niemand voor mogelijk had gehouden, met desastreuze gevolgen. Volledig herstel van de schade zal naar verwachting anderhalf jaar in beslag nemen. Intussen is het ziekenhuis wel weer operationeel, dankzij snel en doelgericht werk van direct tot stand gekomen teams van VUmc-medewerkers.
Achter de onverlichte ramen van het beddengebouw van VUmc stonden dinsdagochtend 8 september tientallen mensen in witte jassen naar buiten te staren. Wat ze zagen, was een niet aflatende waterstroom uit een gesprongen waterleiding. In een uur tijd stroomde tien miljoen liter water vermengd met zand uit de krater veroorzaakt door het lek naar buiten. Eerst de Boelelaan in en vervolgens naar binnen bij nummer 1117: het VUmc. De hoeveelheden waren vergelijkbaar met een overstroming als gevolg van een dijkdoorbraak van een ongekende omvang.
Water zoekt het laagste punt en daarvoor had het binnen het ziekenhuis alle mogelijkheden, want onder het nul-niveau bevinden zich drie lagen, waar weliswaar geen patiënten komen, maar waarin wel veel vitale functies zijn ondergebracht. Het water bereikte eerst niveau -1. Het steriele magazijn dat zich daar bevindt, stond snel blank. Ook tastte het water de luchtbehandelingsinstallatie van het steriel-magazijn aan, dat zorgt dat de afdeling steriel blijft en dat de overdruk handhaaft. Alle steriele goederen moesten dus worden afgekeurd en de installatie moest worden afgeschreven. De servers in het steriel magazijn werden volledig onbruikbaar.
Hierbij bleef het niet, het water zocht zich verder een weg naar beneden. Op niveau -2 bereikte het de installaties die daar staan: de verdeelinstallaties voor cv-, tap- en demiwater. Het modderige water stond al snel een meter hoog, waardoor ook alle besturingsinstallaties voor de apparatuur werden beschadigd. De verdieping daaronder, -3, kwam zelfs volledig onder water te staan. De waterdruk werd daar zó hoog dat sommige muren ontzet werden en dus moeten worden vervangen. Alle installaties die er staan – stoomvorming, vacuüminstallaties, vetafscheiders – zijn volledig vernield door het water. In de kruipruimten is de bekabeling door de kracht van de waterstroom uit de goten gedrukt, dus die bekabeling moet volledig nagelopen worden.
Disfunctioneel ziekenhuis
Facilitair manager Michel Schapers vat de situatie kernachtig en met enig gevoel voor understatement samen als hij zegt: ‘Je hebt dan een disfunctioneel beddenhuis. Ter voorkoming van kortsluiting moest in een deel van het beddenhuis de energievoorziening tijdelijk worden uitgeschakeld. De poli’s en het D-gebouwdeel konden hun stroom behouden. En de OK en de IC’s dankzij de UPS-voorziening gedurende twee uur. Het duurde ruim een uur voordat Waternet erin slaagde de juiste waterafsluiters te vinden en dus de waterstroom te stoppen, maar toen dat was gelukt hebben we meteen met kabels en paddenstoelen de stroomvoorziening op de IC hersteld vanuit het D-gebouw.’
Al met al heeft het gebouw ruim een uur zonder stroom gezeten. ‘Maar ook daarna was er geen water, stoom of cv in de kliniek’, zegt directeur projectbureau huisvesting Fokke Rakers. ‘We konden dus niet anders dan besluiten tot ontruiming van het beddenhuis, wat betekende dat we 339 patiënten moesten verplaatsen naar elders. Er was geen acuut gevaar voor hen, maar zorgvuldigheid en veiligheid gaan in zo’n noodsituatie voor alles.’
Dat deze verplaatsing tot 23.00 uur s avonds duurde, heeft te maken met het feit dat alleen de twee liften in het D-gebouw nog beschikbaar waren voor gebruik. ‘Alle overige liftputten waren vol water gelopen’, zegt Rakers, ‘waardoor de besturings- en veiligheidselektronica was beschadigd. De twee liften in het D-gebouw die we wel tot onze beschikking hadden, moesten handmatig worden bediend. Die liften komen uit op de ambulancehal, die voor deze gelegenheid werd omgedoopt tot logistiek centrum. Hier werden alle patiënten geregistreerd voor evaluatie.’
Volledige evacuatie
Hoewel vooraf het idee bestond dat volledige evacuatie onmogelijk was, is dit toch – en gegeven de omstandigheden zelfs vlot en probleemloos – gelukt. ‘Er is een centraal calamiteitendraaiboek dat voorziet in de line of command en dat functioneerde volledig’, zegt Schapens. ‘Op afdelingsniveau waren er draaiboeken die voorzien in uitval van virale infrastructuur en evacuatie. We hebben ook wel geleerd van de OK-brand die we hier in 2007 hebben gehad. Maar op een calamiteit zoals we die hier beleefd hebben – vergelijkbaar met een dijkdoorbraak – is dit ziekenhuis niet ontworpen. De meeste ziekenhuizen in ons land trouwens niet. Er is een recent TNO-rapport dat stelt dat voorzieningen van vitale aard in veel ziekenhuizen op de begane grond of op niveau -1 zitten. Ongetwijfeld zal nu discussie ontstaan over de vraag of dat nog wel mag, maar de vraag is natuurlijk welke kosten we bereid zijn te maken om dit in alle ziekenhuizen aan te passen.’
Rakers vult aan: ‘Je ontkomt er ook bijna niet aan om een aantal voorzieningen ondergronds te laten lopen. In ons geval komen stroom en water allemaal via de Van Boechhorststraat ondergronds binnen.’
Snelle opzet projectteams
Heel snel is iedereen die op welk niveau dan ook bruikbare kennis van zaken heeft bij elkaar geroepen om te laten bepalen wat de belangrijkste systemen zijn en hoe mogelijke oplossingen projectmatig konden worden aangepakt. ‘Al een dag later waren er twaalf projectteams aan het werk’, vertelt Rakers. ‘Die teams kwamen drie keer per dag bij elkaar om de voortgang te bespreken, en dit leidde vrijwel direct tot het ontstaan van een kernteam en gerichte teams die zich bogen over onderwerpen als water, stoom, het beheerssysteem, het demiwater en het onthard water. In het ketelhuis zelf konden we niet veel doen. We moesten dus de systemen voor opwekking van stoom, tapwater en cv-water buiten huis plaatsen, die op de systemen in het huis werden aangesloten. Hierbij hadden we één gelukje, want voor stoom hadden we net een noodvoorziening besteld om onderhoud aan de bestaande voorziening mogelijk te maken.
Zo werd voorzien in de eerste noodvoorziening die het mogelijk maakte het ziekenhuis weer veilig en verantwoord operationeel te krijgen. ‘Nu moeten we de vervolgstappen zetten naar interim- en definitieve voorzieningen’, vertelt Schapers. ‘Voor de cv bijvoorbeeld hebben we eerst een interimvoorziening: veilig en goed maar sterk vereenvoudigd. Die moeten we dus gaandeweg verder opbouwen. Die interimvoorziening is goed genoeg voor de komende tien weken, maar het zal wel anderhalf jaar duren voordat de definitieve voorziening helemaal af is.’
Vooral eigen mensen
Alle werk is en wordt grotendeels met eigen mensen van het VUmc gedaan. ‘Die kennen de installaties toch het best’, zegt Rakers. ‘Wel hebben we in het bouwteam ondersteuning van Wolter en Dros, VKS, Cofely en Croon, Deerns als adviesbureau voor de technische installaties en TNO om continue risico-inventarisatie te doen voor de nood- en interimvoorzieningen.’ Verder zijn de brandweer, de omgevingsdienst en het liftinstituut erbij gekomen om adviezen te verstrekken als voorzieningen weer in gebruik werden genomen. ‘Een intensieve en laagdrempelige samenwerking met alle partijen’, zegt Schapers.
Na anderhalve week waren de hoofdsystemen weer “op de balk”, zoals Rakers het uitdrukt. ‘We hebben vier dagen proefgedraaid om op maandagmiddag te kunnen zeggen: we kunnen weer open.’ Op woensdagochtend 23 september 2015, twee weken na de calamiteit, knipte bestuursvoorzitter Wouter Bos het lintje door dat dit moment markeerde. Al die tijd waren medewerkers, aan de hand van een voor dit doel ontwikkeld dashboard, op de afdelingen één-op-één alle installaties aan het checkend om na te gaan of ze écht werkten. ‘Absoluut nodig om de patiëntveiligheid te kunnen garanderen’, zegt Schapers.
In de tussenliggende twee weken hebben tussen de vier- en vijfhonderd medewerkers van VUmc gewerkt in de andere ziekenhuizen waar de patiënten naartoe waren geëvacueerd. ‘Ook een complex logistiek proces’, zegt Schapers. ‘En hetzelfde geldt voor de registratie van alle medische apparatuur die met hen meeging. Alles is gestickerd om duidelijk te laten zien dat het bij ons ziekenhuis hoort. Verder hebben we in die twee weken dat het ziekenhuis leeg was van de nood een deugd gemaakt door onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. De luchtbehandeling op de OK onder handen nemen bijvoorbeeld. Iets wat we toch al van plan waren. De personenzoekinstallatie certificeerbaar maken. En het plaatsen van digitale drukmeters op de isolatiekamers. Maar we waren blij toen de twee weken achter de rug waren en we het gebouw weer vol zagen stromen met mensen. Zo’n leeg ziekenhuis is een bijna surreëel beeld.’
Door: Frank van Wijck
Foto’s: Jeffrey Koper
Dit artikel is eerder gepubliceerd in FMT Gezondheidszorg editie 8/2015