Leefstijlgeneeskunde: ook op het werk

116

De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor factoren die de gezondheid van werknemers negatief beïnvloeden en leefstijlverbetering van werknemers in het algemeen. In het manifest ‘Leefstijlgeneeskunde en werk: Gezondheid en inzetbaarheid vergroten van werknemers met een chronische aandoening’ roepen experts verbonden aan Lifestyle4Health (een initiatief van TNO en LUMC) op om, naast risicopreventie en gezondheidspromotie, ook aandacht te besteden aan leefstijlgeneeskunde op het werk voor mensen met chronische aandoeningen.

Een derde van de beroepsbevolking heeft een door een arts vastgestelde chronische aandoening (32%). Het aantal mensen met een chronische aandoening stijgt omdat we langer leven maar ook omdat we chronische aandoeningen, zoals bijvoorbeeld diabetes, op steeds jongere leeftijd ontwikkelen. En omdat we niet alleen langer leven maar ook langer werken, zal ook het aantal werknemers met een chronische aandoening verder stijgen. Op dit moment lijdt 3,1% van de werknemers in Nederland aan hart- en vaatziekten, 2,0% heeft diabetes (type 1 en 2), 3,8% een maag- of darmstoornis en 4,5% heeft een psychische aandoening. Werk neemt een belangrijke plek in binnen ons dagelijks leven. Gemiddeld besteden we de meeste tijd per dag aan werk. De werkcontext is daarom zeer relevant om te betrekken bij de inzet, de implementatie en het succes van leefstijlgeneeskunde. De missie van Lifestyle4Health – het halveren van (de impact van) de ziektelast van leefstijl gerelateerde ziekten in de komende tien jaar – kan logischerwijs alleen gerealiseerd worden als de werkcontext wordt meegenomen als cruciale implementatieomgeving.

 

Potentie werkomgeving voor leefstijlgeneeskunde

Mensen met een chronische aandoening zijn minder vaak aan het werk dan mensen zonder chronische aandoening. Bovendien ondervinden veel van de werkenden met een chronische aandoening grotere uitdagingen om hun werkritme vol te houden en ondertussen hun ziekte onder controle te houden. Dit leidt tot meer verzuim, meer bezoek aan de huisarts, minder baankansen en hogere zorgkosten. Chronische aandoeningen op het werk zijn een groeiend probleem, voor zowel werknemers als werkgevers. Niet alleen omdat het aantal werkenden met een chronische aandoening naar verwachting de komende jaren verder zal stijgen, maar ook omdat het, vanwege de structurele krapte op de arbeids­markt, belangrijk is deze werknemers te behouden voor de arbeidsmarkt. Het inzetten van leefstijlinterventies in de werkcontext biedt kansen hier wat aan te doen en kan bovendien op termijn enorm in ziektelast en (zorg)kosten schelen.

 

Wat is er nodig?

Om leefstijlinterventies op de werkvloer tot een succes te maken is het verbinden van onderzoek en praktijk én samenwerking cruciaal. Samenwerking tussen arboprofessionals, eerste- en tweedelijnszorgverleners, werkgevers, verzekeraars, beleidsmakers en onderzoekers. Noortje Wiezer, principal consultant work and health van TNO: “Wij roepen al deze partijen dan ook op om met elkaar leefstijlgeneeskunde een plek te geven in de werkcontext door dit te gaan toepassen in de praktijk. In het bijzonder ligt er veel potentie in arbocuratieve samenwerking tussen huisartsen (en tweedelijnszorg) en bedrijfsartsen en arbeidsdeskundigen. Naast deze samenwerking is het belangrijk om leefstijlinterventies aan te passen aan de sociale en fysieke werkomgeving. En zal er goed gekeken moeten worden naar het bekostigingssysteem.”