Foto: Pexels.com / Jsme Mila
Foto: Pexels.com / Jsme Mila

Economievakblad ESB besteedt deze maand aandacht aan een uitgebreid onderzoek naar leegstand in verpleeghuizen. Na jaren van inzet op langer thuiswonen is er momenteel leegstand in verpleeghuizen. De onderzoekers vroegen zich af welke rol de verblijfsduur hierin speelt.

Uit het onderzoek blijkt dat de gemiddelde verblijfsduur van 2012 tot en met 2022 met circa acht procent is afgenomen: van 930 dagen tot 853 dagen. De gemiddelde leeftijd bij opname is vrijwel gelijk gebleven, maar de zorgzwaarte bij opname is sterk toegenomen. Er is sprake van een lagere instroom van mensen met een relatief lichte zorgzwaarte. Dit kan recente signalen van leegstand verklaren.

Veranderende bevolkingssamenstelling en zorgbehoefte

De verblijfsduur in verpleeghuizen in Nederland is in de periode 2012–2023 met bijna acht procent afgenomen. Twee derde van deze dalende trend kan worden verklaard door veranderingen in de bevolkingssamenstelling en de zorgbehoefte van mensen op het moment van opname. De daling van het aantal ouderen dat met een minder hoge zorgzwaarte (ZZP 4) wordt opgenomen, heeft waarschijnlijk bijgedragen aan een capaciteitsoverschot dat past bij de huidige signalen van dalende wachtlijsten en leegstand in sommige verpleeghuizen.

Implicaties voor beleid en investeringen

De bevindingen hebben belangrijke implicaties voor het beleid inzake de langdurige zorg, met name voor beslissingen om te investeren in toekomstige verpleeghuiscapaciteit. De toekomstige ontwikkeling van de verblijfsduur maakt namelijk veel uit voor de benodigde capaciteit: Alders en Schut (2019) berekenden dat bij het gelijk blijven van de verblijfsduur in de periode 2025–2035 30.920 extra verpleeghuisplekken nodig zouden zijn, terwijl bij een jaarlijkse daling van 0,8 procent van de verblijfsduur – wat vergelijkbaar zou zijn met het doortrekken van de trend die we gevonden hebben voor de periode 2012–2022 – dit extra aantal afneemt tot 14.440. Gemiddeld is dit per jaar aanzienlijk minder dan de 40.000 woningen waar het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voor de periode 2022–2030 van uitgingen (MinVRO en MinVWS, 2022). Door de bevriezing van de verpleeghuiscapaciteit zouden daarbij, in de plaats van verpleeghuisplekken, voor zorg geschikte woningen moeten worden gebouwd waar mensen geclusterd wonen en aanspraak op intensieve zorg kunnen maken.

Meer geclusterde woonvormen nodig

Tegelijkertijd wordt het belang van geclusterde (voor zorg geschikte) woonvormen steeds groter voor de grotere groep kwetsbare ouderen die zelfstandig thuis woont. PricewaterhouseCoopers (PwC, 2025) constateerde dat circa 22.000 mensen in 2030, die nu nog zelfstandig thuis wonen, in een geclusterde (beschutte) woonvorm zouden willen wonen. Door in te zetten op een sterke differentiatie van het aanbod aan dergelijke woonvormen kan flexibeler worden ingespeeld op veranderingen in de toekomstige zorgvraag van ouderen.

Het gehele onderzoeksverslag is hier te lezen.

Bron: ESB / FMT