Tijdens de coronapandemie ondersteunde de Nederlandse krijgsmacht langdurig en op grote schaal ziekenhuizen, verpleeghuizen en vaccinatiecampagnes. Dit past in een bredere ontwikkeling waarin militairen steeds vaker binnenlands wordt ingezet. Dit roept echter fundamentele vragen op over civiele controle en de rol van militairen in de samenleving.
Uit het promotieonderzoek van militair wetenschapper Huib Zijderveld blijkt dat de binnenlandse inzet van de krijgsmacht tijdens COVID-19 sterk meebewoog met het verloop van de crisis. In de eerste fase was Defensie terughoudend: civiele organisaties konden de situatie nog aan en het principe dat militairen pas als ‘laatste redmiddel’ worden ingezet, werd strikt gehanteerd. Vanaf het voorjaar van 2020 veranderde dat. Toen de druk op de zorg toenam, raakte Defensie steeds nauwer betrokken. Om dit te organiseren ontstonden snel nieuwe organisaties en netwerken.
Praktische noodzaak
Deze initiatieven kwamen vaak niet voort uit bestaande plannen, maar uit praktische noodzaak. Crisismanagers zagen dat het reguliere systeem tekortschoot en namen het initiatief om mensen en middelen bij elkaar te brengen. In de loop van 2020 werden deze tijdelijke oplossingen geformaliseerd om de samenwerking efficiënter en stabieler te maken. In 2021 werd de rol van Defensie als laatste redmiddel expliciet vastgelegd in operationele plannen.
Er moest iets gebeuren
De bijdrage van militairen bood vooral tijdelijke verlichting en was geen structurele oplossing voor de problemen in de zorg. Opvallend is dat niet zozeer het aantal ingezette militairen doorslaggevend was, maar hun expertise in crisiscoördinatie en logistiek. Daarnaast laat Zijderveld zien dat de motivatie op de werkvloer een grote rol speelde. Militairen voelden zich moreel medeverantwoordelijk voor het leed in zorginstellingen en gingen vaak volledig op in civiele teams. Samenwerking ontstond dus niet alleen uit politieke keuzes of door de beschikbaarheid van middelen bij Defensie, maar ook vanuit een breed gedeeld gevoel: er moest iets gebeuren.
Tegelijkertijd wijst Zijderveld op de spanningen die deze inzet met zich meebrengt. De krijgsmacht is primair een organisatie gericht op geweld en territoriale verdediging. Een te grote of te vanzelfsprekende binnenlandse rol kan leiden tot militarisering en politisering van civiele domeinen. Hij laat echter ook zien dat dit risico niet automatisch toeneemt. Civiel-militaire netwerken blijken vaak tijdelijk van aard: ze groeien tijdens een crisis en verdwijnen weer wanneer de noodzaak wegvalt.
Maatschappelijke implicaties
Nieuwe dreigingen, zoals klimaatverandering en voorbereiding op (hybride) conflicten, vragen om snelle en effectieve samenwerking tussen civiele en militaire organisaties. Tegelijk waarschuwt Zijderveld dat de snelle acceptatie van Defensie tijdens crises op de lange termijn kan bijdragen aan een sluipende normalisering van militaire inzet.
De kernboodschap is daarom dat civiele controle geen vaststaand gegeven is, maar voortdurend onderhoud vergt. Tijdens de coronacrisis werkte de combinatie van formele regels en informele controle via vertrouwen en dagelijkse samenwerking in Nederland relatief goed. Vooral liaisonofficieren en militairen op de werkvloer speelden een sleutelrol door samenwerking mogelijk te maken en tegelijkertijd grenzen te bewaken.
Volgens het onderzoek van Zijderveld is het cruciaal om bij toekomstige crises expliciet vast te leggen wat de doelen, verwachtingen en grenzen van militaire ondersteuning zijn, en die regelmatig te herzien. Daarnaast kan civiele controle worden versterkt door hier structureel aandacht aan te besteden in de opleiding van crisismanagers, ambtenaren en officieren. Zo blijft de krijgsmacht inzetbaar wanneer dat echt nodig is, zonder dat de scheidslijn tussen militair en civiel ongemerkt vervaagt.
Dit artikel is met toestemming overgenomen van de Vrije Universiteit.
Promotie
- Militair H.J.T. Zijderveld is werkzaam aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Als buitenpromovendus verdedigt hij op 19 januari 2026 zijn proefschrift aan de Faculteit der Sociale en Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit.
- Titel proefschrift: The Force of Last Resort
- Promotores: prof.dr.ir. F.K. Boersma en prof.dr. R. Beeres
- Copromotor: dr. J.P. Kalkman










