Begin april ontvingen studenten op de Filippijnen als eerste het nieuwe dengue (knokkelkoorts) vaccin. Het is de start van een publiek vaccinatieprogramma om 1 miljoen Filipijnse kinderen in te enten op 6000 scholen.

De hoeveelheid tijd, geld en inspanning die nodig waren om dit dengue vaccin te ontwikkelen, toont de uitdaging om een nieuw vaccin op de markt te brengen. Sanofi Pasteur deed 20 jaar onderzoek naar dit vaccin met meer dan 40.000 vrijwilligers in 25 klinische studies. Ondanks de hoge R&D investeringen worden vaccins aangeboden tegen lagere prijzen dan andere behandelingen, waardoor de ontwikkeling van vaccins vanuit commercieel oogpunt minder aantrekkelijk is voor de farmaceutische bedrijven. Maar, als het gaat om de volksgezondheid zijn vaccins van vitaal belang voor grote, at-risk populaties.

Door de combinatie van een uitdagende economie en een groot belang voor de volksgezondheid is Dr. Jim Tartaglia, global vice president van nieuwe vaccin projecten bij Sanofi Pasteur, ervan overtuigd dat samenwerkingsverbanden tussen bedrijven van vitaal belang zijn om te kunnen investeren in R & D naar nieuwe ziektegebieden.

Nooit meer laaghangend fruit
Tartaglia benadrukt dat de ontwikkeling van vaccins steeds meer een beroep zal doen op nieuwe samenwerkingsvormen. “Er is geen sprake meer van laaghangend fruit. Dat betekent een grote uitdaging voor onderzoek naar nieuwe vaccins, die leiden tot hogere ontwikkelingskosten, nadruk op volume en prijs en minder return on investment.”

De hoge kosten worden niet alleen veroorzaakt door klinische proeven en materialen, maar ook door de hogere eisen op het gebied van kwaliteit en veiligheid. Met de stijgende kosten kunnen samenwerkingsverbanden ondersteunen bij het investeren in een mogelijk lang en duur ontwikkelingsproces.
Tartaglia verwacht dat deze samenwerkingsverbanden niet alleen nodig zijn vanuit een commercieel oogpunt, maar ook vanuit een maatschappelijk perspectief. Volgens een inschatting van Tartaglia omvat ongeveer 50% van de portefeuille van Sanofi Pasteur een vorm van samenwerking, meestal in de eerdere ontwikkelingsstadia.

Voorbeeld P5 samenwerkingsverband
Als voorbeeld van dit nieuwe onderzoeksmodel wijst Tartaglia op het P5 samenwerkingsverband en haar werkzaamheden voor ontwikkeling van een HIV-vaccin. De P5 (Pox-eiwit Public Private Partnership) bestaat uit een brede groep van farmaceutische bedrijven, NGO’s en de overheid: Sanofi Pasteur, Novartis Vaccines, GlaxoSmithKline, de National Institutes of Health, de Bill en Melinda Gates Foundation, de HIV Vaccine Trials Network en het HIV Research Program van het Amerikaanse leger.

In 2009 werkte Sanofi Pasteur mee aan een Thaise studie, RV144, die als eerste bewees dat een preventief HIV-vaccin bij mensen mogelijk was. P5 startte vorig jaar met een vroege fase klinisch onderzoek met een aangepast ontwerp van het RV144 vaccin. Voor dit onderzoek werd een op kanariepokken gebaseerde vaccin van Sanofi Pasteur en een eiwit vaccin van Novartis samengevoegd. Tijdens een fase 2b onderzoek wordt beoogd om na drie jaar een vaccineffectiviteit van ten minste 50% te bereiken.

Platform technologie voor vaccin Zika virus
De hardere R & D omgeving zou bedrijven onder druk kunnen zetten om zorgvuldig te kijken naar platform technologieën die kunnen worden gebruikt als basis voor nieuwe vaccins. Sanofi gebruikt deze aanpak voor de ontwikkeling van een Zika virus vaccin. Sanofi Pasteur maakt gebruik van haar netwerk, haar betrokkenheid bij dengue, en haar platform technologieën die succesvol waren bij de ontwikkeling van het dengue vaccin voor de ontwikkeling van een vaccin voor het Zika virus.

Niet kostendekkend
Bedrijven als Sanofi moeten zich bezighouden met een verschuiving in de distributie. In plaats van het ontwikkelen van vaccins voor de ontwikkelde wereld en het terugverdienen van de investeringen door de verkoop daar, voorziet Tartaglia dat de R&D inspanningen zich in toenemende mate richten op ontwikkelingslanden die niet in staat zijn om de kosten te betalen die nodig zijn om de eerste R & D-inspanningen te dekken.

Bron: Sanofi