Voor niet iedereen die doof is, is een cochleair implantaat “de oplossing”, lezen we op de website van Kentalis.

Voor sommige dove kinderen is een cochleair implantaat (CI) een geweldige uitvinding. “Maar een CI is niet altijd ‘de oplossing”, benadrukt leerkrachtassistent Tascha Kruzdlo van Kentalis, die zelf doof is en bewust niet voor een CI koos. “Maar weinig mensen begrijpen het als ik zeg dat het voor mij geen toegevoegde waarde heeft en dat het zo goed is.”

Zwart-wit
Soms zien haar vrienden iets over een CI op televisie. Dan krijgt Tascha berichtjes: “Waarom heb jij dat niet?” “Dat is toch de oplossing?” “Dan kunnen we weer bellen!” Tascha legt het graag uit, maar dat de werking van het CI in de media vaak wel erg zwart-wit wordt uitgelegd, helpt niet. “Wat je met een CI kunt horen en hoe geluiden klinken is héél verschillend. Sommige kinderen worden als het ware horend, anderen kunnen niets met het nieuwe geluid. Ze horen het wel, maar kunnen het niet begrijpen. Ik wil graag dat de buitenwereld begrijpt dat niet iedereen die een CI krijgt er goed mee kan gaan horen en dat een CI niet voor iedere dove mogelijk is. En belangrijk: dat niet iedereen die doof is, een CI wil.”

Wel of niet?
Tascha werd horend geboren en na anderhalf jaar slechthorend door een hersenvliesontsteking. Op haar zevende nam haar gehoor verder af, waardoor ze nu doof is. Aan één oor hoort ze helemaal niets, met het andere erg weinig. “Mijn ouders kregen een CI-advies, maar wilden de beslissing aan mij over laten. Daar ben ik achteraf heel blij om, anders was ik nu niet wie ik nu ben. Wel of geen CI: het heeft altijd door mijn hoofd gespookt. Mij is afgeraden om een CI te nemen aan mijn dove oor en dus zou ik een CI aan mijn ‘goede’ oor moeten nemen. Maar door de operatie kun je je restgehoor verliezen. Met een CI zou er waarschijnlijk wel geluid voor in de plaats komen, maar je weet nooit wat en hoe je gaat horen met een CI. Dus: moet je blij zijn met wat je hebt of meer willen?”

Doofheid accepteren
Nee, was uiteindelijk haar antwoord. “Ik was toen 22 jaar en stond midden in het leven, ging feestjes af en had vrienden. Als ik een CI zou nemen, moest ik lang revalideren, en dat terwijl je nooit weet wat het jou gaat bieden. Het niet kiezen voor een CI was niet makkelijk, want veel mensen om mij heen wilden het wel voor mij. Maar ik heb toen geaccepteerd dat ik doof ben en interesseerde me meer en meer in de Dovenwereld, doof zijn is nu gewoon ook mijn identiteit.”

Zorgen voor nuance
“Ik zeg niet dan mensen geen CI moeten nemen, het kan een geweldige oplossing zijn. Ik wil alleen dat ze alle kanten kennen en echt goed zijn geïnformeerd voor ze de keus maken – daarna kun je niet meer terug. En ik wil dat dove kinderen met CI begrepen worden. Ik zie vaak dat ze worden behandeld als horende kinderen, helemaal nu passend onderwijs is ingevoerd. Maar als ze hun CI ’s in de douche of ’s nachts afdoen, zijn ze doof. Dat mag er ook zijn.”

Bron: Kentalis