EPS-dozen nemen veel opslagruite in
EPS-dozen nemen veel opslagruite in

 

Op de Nijmeegse Heijendaal campus ontvangen drie grote zorginstellingen dagelijks een aanzienlijke goederenstroom. Al die leveringen zorgen voor een flinke afvalberg, waar facilitair managers en logistieke afdelingen dagelijks mee te maken hebben. Vooral de piepschuim (EPS) dozen vallen op. In het project Sustainable Supply Chain Management in Healthcare onderzocht een consortium hoe ziekenhuizen deze verpakkingsstroom kunnen inperken. Dat is goed voor het milieu en draagt bij aan een veiliger en beter georganiseerde campus.

EPS-dozen houden producten gekoeld tijdens transport. Ze komen per vrachtwagen binnen, vaak verpakt in extra karton. Na uitpakken belanden de dozen op de gang of in logistieke verzamelpunten. Omdat ze niet worden samengeperst, nemen ze veel ruimte in. Vervolgens gaan ze als restafval richting de verbrandingsoven.

Bij het Radboudumc komen gemiddeld 120 EPS-dozen per week binnen, goed voor zeven perscontainers per jaar. Veel leveringen bestaan uit kleine aantallen, allemaal afzonderlijk verpakt. Dit leidt tot verspilling van ruimte, grondstoffen en transportcapaciteit, met directe gevolgen voor facilitaire processen en kosten.

Hoe ontstaat deze stroom?

De dozen komen van verschillende leveranciers, elk met een eigen keten. Soms gaan producten van een producent in Azië direct naar het ziekenhuis. Administratief verlopen deze wel via een groothandel. Andere leveringen lopen zowel fysiek als administratief via groothandels. In alle gevallen bepaalt de leverancier hoe er wordt verpakt. De zorginstelling heeft hier vaak weinig invloed op. Toch blijken er in de praktijk mogelijkheden om de hoeveelheid EPS-dozen terug te dringen. Hogeschool Windesheim heeft samen met drie leveranciers en de afdelingen interne logistiek en de inkoop van het Radboudumc vijf oplossingsrichtingen onderzocht.

1. Alternatieve verpakkingen

Een aantal leveranciers experimenteert met koelboxen van karton. Die zijn volledig recyclebaar én vragen geen extra buitenverpakking. Ook herbruikbare dozen zijn mogelijk, mits het ziekenhuis voldoende afneemt en retourzendingen eenvoudig zijn. De herbruikbare verpakkingen moeten bij voorkeur mee retour in de vrachtwagen die ook de nieuwe levering brengt, om transportkosten gelijk te houden.

Deze oplossingen vergen afstemming in de keten. Een kartonnen doos is bijvoorbeeld gevoeliger voor condens. Ook moet duidelijk zijn wie de dozen bewaart, wanneer ze worden opgehaald en in welke staat ze retour gaan. Dit vraagt om duidelijke afspraken tussen leveranciers, inkoop en facilitaire diensten.

2. Verpakking meenemen in inkoopgesprekken

Inkoopafdelingen richten zich vaak op prijs en levertijd, maar verpakking blijft onderbelicht. Door bij het afsluiten van contracten ook eisen te stellen aan verpakkingsmaterialen, kunnen ziekenhuizen meer grip krijgen op wat er binnenkomt. Tijdens de looptijd van contracten is hier vaak geen ruimte voor.

Soms is het niet de leverancier die bepaalt hoe het wordt verpakt, maar is dit de producent. Contact dieper in de aanleverketen is dan belangrijk, bijvoorbeeld via de leverancier of direct met de producent.

3. Slimmer bestellen

Veel ziekenhuizen bestellen per afdeling, project of op directe behoefte. Het gevolg: losse bestellingen, elk in een eigen EPS-doos. Door leveringen te bundelen van afdelingen, en bij voorkeur voor langere periodes te bestellen, kan het aantal dozen omlaag.

Administratiesystemen binnen ziekenhuizen vormen hierbij wel een aandachtspunt. Gebundelde bestellingen raken meerdere kostenplaatsen – dat levert extra administratief werk op. Ook zijn bestellingen gebundeld over meerdere afdelingen fysiek een uitdaging. Het openen van dozen tijdens interne distributie kan de kwaliteit van het product beïnvloeden.

4. Organiseer lokaal hergebruik

Niet elke EPS-doos hoeft direct bij het restafval. Zo levert het Radboudumc inmiddels een deel van de dozen aan een lokale producent van medische hulpmiddelen, die ze opnieuw gebruikt. Ook nemen medewerkers dozen mee voor eigen gebruik, bijvoorbeeld als koelbox. Een kleine stroom gaat naar een kringloopwinkel. Wat dan nog overblijft gaat naar een lokale verwerker die ze verwerkt tot isolatiemateriaal voor de bouw.

Deze initiatieven zijn succesvol, maar vragen wel iets van de organisatie. Er is aparte opslag nodig, communicatie met partners en iemand die de regie voert.

5. Verpakkingen wisselen in de keten

Een andere benadering: kies niet voor één verpakking voor het hele traject, maar wissel halverwege. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van hubs, waar men producten overpakt in herbruikbare kratten of containers. De originele verpakking gaat dan retour naar de leverancier. Dit model wordt in de zorg al toegepast bij voedselproducten. Voor hergebruik zijn korte gesloten kringen makkelijker te realiseren.

Deze aanpak vraagt inzicht in de hele keten. Wanneer een verpakking aan het einde van de keten wordt weggelaten, betekent dit dat eerder in de keten misschien extra verpakkingen nodig zijn. Alleen door naar het totale plaatje te kijken, inclusief transportbewegingen, ruimtegebruik en retourlogistiek, is een juiste afweging te maken.

Conclusie

Verpakkingsafval vormt wereldwijd een groot probleem. Onderzoek op de Heijendaal campus toont aan dat er in de praktijk concrete kansen zijn om de stroom EPS-dozen te reduceren – zonder dat dit hoeft te leiden tot hogere kosten. Dit vraagt om samenwerking tussen afdelingen, goede afspraken met leveranciers en ruimte om logistieke processen anders in te richten. Daarmee wordt verpakkingsreductie een integraal onderdeel van duurzaam facilitair en logistiek beleid.

Over dit artikel

Dit artikel is geschreven door Paulien de Graaf-Muller (onderzoeker bij het lectoraat Supply Chain Finance van Hogeschool Windesheim) en Simme Douwe Flapper (onderzoeker bij TU Eindhoven), i.s.m. Jos Henderik en Remco Spinhoven van het RadboudUMC. Dit project is mede mogelijk gemaakt door financiering van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).