In 2021 kregen ruim 18.000 mensen de diagnose borstkanker, een stuk hoger dan in 2020, toen bijna 15.000 mensen de diagnose borstkanker kregen. De toename komt vooral door de herstart van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker, dat tijdelijk werd stopgezet tijdens de coronapandemie. Dat blijkt uit de kerncijfers borstkanker, die IKNL heeft gepubliceerd.

De diagnose borstkanker wordt het vaakste gesteld bij vrouwen tussen de 50 en 74 jaar, dat is ook de deelnameleeftijd van het bevolkingsonderzoek. In totaal werd binnen de leeftijdsgroep 50-74 bij ruim 12.500 vrouwen de diagnose borstkanker gesteld. 56 procent van deze tumoren werd ontdekt via het bevolkingsonderzoek, in 2020 was dat nog 40 procent. Dat percentage lag lager door het stopzetten van het bevolkingsonderzoek. Voor Ductaal Carcinoom in Situ (DCIS), een voorstadium van borstkanker, werd in deze leeftijdsgroep 72 procent ontdekt via het bevolkingsonderzoek. Van alle patiënten die een borstkankerdiagnose krijgen, keert bij 91 procent de ziekte binnen vijf jaar niet terug.