Ongeveer 1,3 miljoen Nederlanders boven de 16 jaar heeft moeite met lezen en schrijven.
Geen wonder dus dat er regelmatig patiënten zijn die het lastig vinden om alle medische informatie die ze krijgen te begrijpen, zoals folders of verwijzingen naar websites. De afdeling Urologie van Rijnstate is daarom begonnen met het project Aap-noot-nier. Dit project moet ervoor zorgen dat laaggeletterde patiënten meer resultaat zien van de behandeling en tevredener zijn over de zorg.
Uit onderzoek van de afdeling blijkt dat 11 procent van de patiënten op de polikliniek moeite heeft met lezen en schrijven, oftewel laaggeletterd is. De urologen willen laaggeletterde patiënten met blaas-, nier- of prostaatkanker begrijpelijke informatie aanbieden. Hiervoor laat de afdeling beeldfolders ontwikkelen, een soort strips met weinig tekst. De woorden aap-noot-nier uit de titel van het project zijn een knipoog naar de eerste drie woorden van het leesplankje dat begin vorige eeuw veel werd gebruikt om kinderen te leren lezen: aap-noot-mies.

Beeldfolders om de behandeling beter te begrijpen
Waarom het idee om beeldfolders te laten maken? “Ze moeten ervoor zorgen dat patiënten begrijpen wat er gaat gebeuren tijdens een behandeling of wat ze moeten doen om de behandeling te laten slagen”, zegt uroloog Michael van Balken. “Je ziet nu dat patiënten niet altijd weten hoe ze zich op een behandeling moeten voorbereiden en bijvoorbeeld niet nuchter zijn voor een operatie of niet op afspraken verschijnen. Laaggeletterdheid leidt tot een gezondheidsachterstand en die willen we inhalen.”

Aap-noot-nier wint innovatieprijs
Aap-noot-nier heeft een succesvolle start gemaakt. Eerder deze maand won het project de Ipsen Oncologische Urologieprijs en een bedrag van 20.000 euro om verder aan het project te besteden. “We zijn daar erg blij mee”, zegt Florine Schlatmann, arts-assistent urologie. “Behalve een beeldfolder voor de behandeling van een blaastumor gaan we onder meer aan de slag met materiaal over blaasspoelingen, prostaatonderzoek en prostaatkanker.”

Bron: Rijnstate