Na een jarenlange ervaring in advisering, lesgeven en het uitvoeren van audits, onder andere in diverse afdelingen in de gezondheidszorg, ontstond na zijn pensionering bij Hugo Huiskamp een behoefte om de praktijkervaringen op het totaalgebied van besmettingspreventie met belanghebbenden te delen en te proberen mogelijke verbeteringen aan te reiken.

Deze behoefte ontstond omdat regelmatig tijdens de werkzaamheden is gebleken dat er geen duidelijk materiaal beschikbaar is om een optimale besmettingspreventie te integreren in het ontwerp, de realisatie, de oplevering, het beheer alsmede het onderhoud van afdelingen waar kritische handelingen of verblijf van kritische patiënten plaatsvinden. Door deze beperking kunnen verplegend of ondersteunend personeel op een kritische afdeling onvoldoende aandacht besteden aan een optimale besmettingspreventie. Een situatie die over het algemeen onbevredigend is, irritaties opwekt en tevens meer werk veroorzaakt.

Het is te hopen dat met dit boek deze omissie wordt ingevuld. Tevens is het te hopen dat hiermee de betreffende instelling beter kan voldoen aan de wettelijk gedefinieerde kwaliteit vereisten zoals deze is omschreven in de WKKGZ van 2015.

Het onderwerp heet besmettingspreventie en geen infectiepreventie omdat in de vele intensieve gesprekken met de diverse medewerkers, afdelingshoofden e.d. is gebleken dat besmettingen in de zorg verder gaan dan alleen de alom bekende en gevreesde infecties.

Besmettingspreventie (Contamination Control in het Engels) gaan dus verder. In dit boek worden drie verschillende besmettingen benoemd: de alom bekende infecties (inclusief de pandemische en epidemische types), de endotoxine vergiftigingen, inclusief de minder bekende neuro/ mycotoxine vergiftigingen alsmede de vervelende biochemische vervuilingen (bio contamination). Al deze besmettingen veroorzaken bij de patiënt vaak zeer vervelende consequenties tijdens en na het verblijf in een instelling en is ook een zeer grote kostenpost voor de instelling en ook de verzekeringsmaatschappijen.

Een belangrijk aspect om deze verbeteringen te realiseren is de welbekende methodiek vanuit de industrie om te gaan werken volgens risicoanalyse. Deze methodiek, verplicht in o.a. de farmaceutische -, chemische – en ook voedingsmiddelenindustrie, draagt zorg voor een verantwoorde minimalisering van vervuilingen, besmettingen en andersoortige risico’s. Een minimalisering die dan ook van toepassing zou behoren te zijn bij de beheersing en minimalisering van de diverse soorten besmettingen in de zorg.

De beschreven risicoanalyse methodiek vraagt een integrale benadering. Dit begint bij een verantwoord ontwerp, de realisatie alsmede oplevering van een afdeling of zelfs een gehele faciliteit. Daarna behoort er een naadloze overdracht plaats te vinden naar de functies gebruik, beheer en onderhoud. Het zal duidelijk zijn dat het ontwerp, de realisatie en oplevering hierin toegespitst moet zijn op de nadien te volgende functies. Het totale beheer van de besmettingspreventie is dus een integrale activiteit vanaf de eerste gedachtegangen tot en met het gebruik. Een activiteit waarin geen hiaten behoren voor te komen.

Het boek is opgedeeld in drie delen.

Deel 1 – theorie- omvat de achtergrond van de diverse aspecten voor een totaal besmettingspreventie programma. Aandacht wordt besteed aan de verschillende soorten besmettingen. Hieronder worden als eerste de infecties genoemd waarmee natuurlijk ook de risico’s van pandemische en epidemische infectie besmettingen worden besproken.

Een andere belangrijke besmetting is de vergiftiging. Vergiftigingen met endo- en neuro/myco toxines. Deze (veelal onbekende) vergiftigingen vragen nazorg met de daaraan gekoppelde vervelende en/of blijvende bijkomstigheden voor de patiënt en de daaraan automatisch gekoppelde kosten.

Een laatste niet te onderschatten besmetting is die met biochemische verontreinigingen. Verontreinigingen waarvan de literatuur omschrijft dat de lichaamseigenschappen van de patiënt zorgdraagt dat deze worden ingekapseld met daaraan ook weer gekoppeld vervelende en/of blijvende gevolgen.

De huidige preventieprogramma’s zijn momenteel slechts gericht op de preventie van infecties. Na lezing zal duidelijk worden dat dit te beperkend is om te kunnen voldoen aan de eerdergenoemde WKKGZ.

Ook wordt in dit deel aandacht besteed aan de huidige methodiek van werken met normen en richtlijnen. Specifiek het gebruik van de z.g. WIP richtlijnen komt hier ter sprake. Deze WIP richtlijnen waren in het verleden het handvat voor Inspecties. Echter, de werkmethodiek van inspecteurs IGZ (inmiddels IGJ) is niet het toetsen aan een normale kwaliteit van werken, ook niet aan de maximale kwaliteit, maar slechts alleen of er onder het verplichte minimum kwaliteitsniveau wordt gewerkt. Met het gebruik van deze (minimale) richtlijnen kan dus slechts vastgesteld worden dat er statistisch gezien de meeste tijd onder dit minimum wordt gewerkt.

Als we de kwaliteit op het gebied van besmettingspreventie dan ook in beeld willen neerzetten, dan zien we het volgende:

Deel 1 is onafhankelijk te lezen als een belangrijke informatiebron voor het werken in een bemettingspreventie programma.

Deel 2 -gereedschappen- omvat de mogelijkheden waarmee besmettingen kunnen worden veroorzaakt. Deze zijn in eerste instantie onderverdeeld in drie hoofdgroepen waarover sturing en management behoort te worden uitgeoefend. Daarna zijn alle bronnen weer verder verdeeld in 12 herkenbare groepen.

Deze 12 bronnen kunnen in elk zorgtraject gesignaleerd worden en waar dan weer wat mee gedaan kan worden. Geconstateerd wordt dat deze 12 bronnen in veel gevallen de oorzaak zijn van diverse kwaliteitsaspecten. Hierdoor zijn dit eigenlijk dan ook mede bronnen die vallen onder de hiervoor genoemde WKKGZ in artikel 7 lid 1: ‘De zorgaanbieder draagt zorg voor systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg’.

Dit houdt dus tevens in dat deze gedefinieerde bronnen per afdeling worden benoemd, vastgelegd en geregistreerd (Artikel 7 lid 2: ‘De verplichting van het eerste lid houdt, de aard en omvang van de zorgverlening in aanmerking genomen, in het op systematische wijze verzamelen en registreren van gegevens betreffende de kwaliteit van de zorg op zodanige wijze dat de gegevens voor eenieder vergelijkbaar zijn met gegevens van andere zorgaanbieders van dezelfde categorie’.

 

Deel 2 is ook onafhankelijk te lezen en hieruit kan mede informatie worden gewonnen voor alle toeleveranciers om tot een verantwoorde levering van diensten, materialen e.d. te komen.

 

In deel 3 -toepassingen- worden van kritische afdelingen de inhoudelijke probleemgebieden op gebied van besmettingspreventie besproken en de daaraan te koppelen risico beheersing van de 12 gedefinieerde bronnen. Kritische afdelingen zoals (natuurlijk) operatieafdeling, centrale sterilisatie afdeling, I.C. alsmede diverse soorten laboratoria en productieruimten.

Deel 3 geeft individuele informatie over de preventie vereisten, en dan vooral voor gebruikers en verantwoordelijken van de diverse kritische ruimten en afdelingen.

Dit deel kan ook separaat worden gelezen en tevens worden gebruikt als naslagwerk voor afdelingsmedewerkers.

Het boek is te beschouwen als een studieboek voor iedereen die voor of in de zorg werkzaam is of gaat worden. Tevens kan het als naslagwerk worden gezien voor alle besmettingsrisico’s bij kritische handelingen of het werken met kritische verzwakte patiënten.

Door: Hugo Huiskamp

FMT Gezondheidszorg organiseert in samenwerking met o.a. de auteur van bovenstaand artikel 28 juni a.s. aan de Technische Universiteit in Eindhoven een workshop over besmettingspreventie in risicovolle ruimtes. Voor meer informatie over deze workshop of om u aan te melden: klik hier