Afdelingen Spoedeisende Hulp (SEH’s) gaan steeds vaker gebukt onder overmatige drukte. De kwaliteit en toegankelijkheid van spoedzorg staat hierdoor steeds meer onder druk. Het huidige Nederlandse spoedzorgbeleid is te eenzijdig gericht op concentratie, terwijl het aantal patiënten nauwelijks afneemt en zorgintensiteit alleen maar toeneemt. ‘Een onvoldoende integrale aanpak’, stelt Menno Gaakeer, die als SEH-arts KNMG werkzaam is in het Adrz in Goes. Voor zijn promotieonderzoek bracht hij de Nederlandse SEH-zorg over de afgelopen vijf jaar in kaart. Gaakeer promoveert op 13 december 2019 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Zijn onderzoek met als titel ‘Emergency Departments in the Netherlands, an exploration of characteristics and operational standards for the purpose of future optimization’, laat zien dat in Nederland het aantal SEH’s dat 24 uur per dag en 7 dagen per week beschikbaar en toegankelijk is, daalt. Het aantal SEH-patiënten is echter – ondanks de toegenomen samenwerking tussen huisartsenposten (HAP’s) en de SEH’s – slechts in beperkte mate gedaald. Het aantal patiënten dat zich op eigen initiatief meldt bij een SEH, is weliswaar sterk afgenomen, maar daar staat tegenover dat het aantal patiënten dat werd doorgestuurd door lokale huisartspraktijken en HAP’s flink is gestegen.

Gaakeer toont in zijn onderzoek ook aan dat de omvang van de groep ‘zelfverwijzers’ aanvankelijk al veel kleiner was dan door beleidsmakers werd aangenomen. Het aantal beschikbare SEH’s neemt af, maar toch wordt er op de SEH’s een vrijwel gelijkblijvend aantal patiënten gezien en behandeld. Bovendien is de gemiddelde leeftijd steeds hoger. Een toenemend aantal van deze patiënten moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Knelpunt daarbij is dat het daarvoor beschikbare aantal bedden – de opnamecapaciteit – achter de overgebleven SEH’s, flink is afgenomen.

Een belangrijke overall conclusie is dat de effectiviteit van het huidige spoedzorgbeleid, dat een afname van het aantal SEH’s en het intensiveren van samenwerking tussen SEH’s en HAP’s als uitgangspunten heeft, als gevolg van een onvoldoende integrale benadering en systematische evaluatie beperkt is. Verder groeit de overmatige drukte op de SEH uit tot een steeds omvangrijker probleem, met alle negatieve gevolgen en risico’s van dien.

Gaakeer: ‘Als je de kwaliteit van zorg op de SEH wilt verbeteren, zal de werkdruk omlaag moeten. Dit vraagt een meer integrale benadering ten behoeve van de optimalisatie van het spoedzorgnetwerk. Daarnaast zou de discussie wat betreft SEH’s primair over een Kwaliteitsstandaard SEH moeten gaan i.p.v. over het aantal SEH’s. Op basis van een eDelphi-onderzoek, uitgevoerd onder SEH-artsen uit heel Nederland, hebben wij een consensus bereikt als aanzet tot zo’n Kwaliteitsstandaard SEH’.

Dr. Menno Gaakeer is oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen, oprichter van het SGOfonds waaruit wetenschappelijk onderzoek binnen het domein van de Spoedeisende Geneeskunde wordt bekostigd, is medeoprichter van de stichting NEED – de nationale SpoedEisende Hulp kwaliteitsregistratie -, lid van de hoofdredactie van het Leerboek Acute Geneeskunde en heeft meer dan 30 artikelen op zijn naam staan. Gaakeer werkt als SEH-arts KNMG in het Adrz in Goes.