De zorgkosten blijven stijgen – in 2016 met 1,8 procent tot ruim 96 miljard aldus het CBS. Hoewel sommige medische innovaties kosteneffectiever zijn, halen ze niet altijd de markt. Soms terecht, soms echter ook onterecht, waardoor de zorgconsument baanbrekende en veelbelovende technologieën onthouden wordt.

In mei dit jaar pleitte het CPB in een policy brief voor een standaard toetsing op de (kosten)effectiviteit van nieuwe apparatuur en behandelmethoden. Dit om de mate van gezondheidswinst te verduidelijken en technologie die niet of minder kosteneffectief is uit het verzekerde pakket te weren. Ook wees het CPB op het feit dat zorgaanbieders, specialisten en patiënten niet de (volledige) financiële gevolgen van de invoering van de nieuwe technologie dragen, maar wel voordeel hebben van een eventueel effectievere behandeling. Fabrikanten worden daardoor geprikkeld om mogelijk niet-kosteneffectieve technologie toch te ontwikkelen en op de markt te brengen.

Hart- en vaatziekten
Kosteneffectiviteit is echter niet de enige reden waarom nieuwe technologie de eindstreep – lees: de markt – niet haalt. Neem de AGE Reader, een apparaat dat door lichtmeting aan de huid het risico op het ontstaan van hart- en vaatproblemen kan bepalen. De technologie werd in de jaren 90 ontdekt in het UMCG. “Bepaalde versuikerde eiwitten in het lichaam, de zogeheten Advanced Glycation End-producten (AGE’s), die hart- en vaatproblemen veroorzaken, bleken te reageren op ultravioletlicht. De fluorescentie is een maat voor de hoeveelheid AGE’s in vaatwand, hart of brein”, aldus Bart van den Berg, CEO van Diagnoptics, het bedrijf dat de AGE Reader ontwikkelde.

Een relevante innovatie, aangezien hart- en vaatziekten een van de voornaamste doodsoorzaken is in ons land en elders in de wereld. Ook een aandoening waar preventief en curatief veel zorg naar toe gaat. “Op dit moment wordt het risico bepaald door het meten van bloeddruk en cholesterol. Dit terwijl 50 procent van de patiënten met een hartinfarct een acceptabele bloeddruk hebben en niet alle mensen met een hoge bloeddruk een herseninfarct krijgen”, zegt Van den Berg. “Omdat huisartsen en specialisten het risico niet goed kunnen bepalen, geven ze alle patiënten dezelfde behandeling. Sommigen krijgen te veel behandeling, andere blijven onderbehandeld.”

De AGE Reader maakt zorg op maat voor de individuele patiënt mogelijk en is ook preventief in te zetten als hart- en vaatziekten in de familie voorkomen, bij overgewicht of boven een bepaalde leeftijd. “Inmiddels zijn er ruim 180 studies gedaan naar de AGE Reader, die uitwijzen dat de voorspellende waarde net zo goed is als die van de huidige gebruikte parameters. Voordeel van onze meting is dat deze niet invasief, in 12 seconden uit te voeren en goedkoop is.”

Ondanks deze plussen hebben slechts enkele tientallen huisartsenpraktijken de AGE-Reader aangeschaft. “Als kleine onderneming hebben we niet het budget om de technologie te vermarkten. Maar een belangrijker drempel is dat de AGE-Reader niet is opgenomen in de richtlijn voor behandeling van patiënten. Dat heeft tot gevolg huisartsen er geen vergoeding voor krijgen van de verzekeraar, ook al verbeteren ze de zorg voor de patiënt”, stelt Van den Berg. “Daarbij komt dat huisartsen terughoudend zijn ten aanzien van innovaties en er een tekort aan geld is in de zorgmarkt. Dat vraagt meer studies en veel lobbywerk, iets waar wij als klein bedrijf niet de middelen voor hebben.”

Wereldwijd staan inmiddels ruim 3.000 AGE-Readers, waarvan eenderde in Japan. Ook op de Duitse markt krijgt Diagnoptics makkelijker voet aan de grond. “In die landen hebben artsen meer ruimte in de keuzes rond besteding van hun zorgbudget, waar in Nederland 100 procent van wat huisartsen kunnen declareren bepaald wordt door verzekeraars en overheid”, zegt Van den Berg. “Ons pleidooi is dan ook om een paar procent als innovatiegelden te oormerken, zodat artsen op basis van eigen kennis en wetenschappelijk bewijs innovaties kunnen uitproberen. Zo bied je innovaties de kans langzaam de Nederlandse zorg binnen te druppelen.”

Thuiszorg kwetsbare ouderen
In andere gevallen blijkt de businesscase het struikelblok. Bijvoorbeeld bij het CareSensus-platform voor thuiszorg van Philips. Vorig jaar startte dit bedrijf een pilot met slimme sensoren in woningen om kwetsbare ouderen langer thuis te laten wonen. In Nederland werd samengewerkt met thuiszorgorganisatie Cordaan uit Amsterdam, in de VS was thuiszorgorganisatie Right at Home de partner. Doel was om na het testen en valideren medio 2017 commercieel te gaan. “Helaas kwamen we tot de conclusie dat de CareSensus-technologie niet toekomstbestendig is, omdat deze niet voldoet aan de eisen die de markt daar over een aantal jaar aan zal stellen”, stelt woordvoerder Steve Klink. “CareSensus is een specifieke technologische oplossing voor een specifiek probleem. De markt vraagt echter om een geïntegreerde oplossing in één product, waarbij leefstijlmonitoring wordt gecombineerd in een oplossing met bijvoorbeeld valdetectie of medicijnafgifte. Met die trend voor ogen gaan we terug naar de tekentafel.”

Philips wil onderzoeken welke technologie gebruikt kan worden voor het meten van beweging en ook of één technologie geschikt is voor meerdere toepassingen. Dat het niet in één keer raak was met CareSensus, noemt Klink niet verwonderlijk. “Zorg op afstand is iets nieuws, waar nog veel werk voor verricht moet worden. Of een product succesvol is, is verder afhankelijk van de markt en de infrastructuur. In de VS is sprake van veel afnemers, dat is een grote markt. In Europa heb je te maken met heel veel landen, met steeds een ander vergoedingenstelsel. Vaak zijn ook klinische studies noodzakelijk. Allemaal factoren die van invloed zijn op het verdienmodel.”

Ouderenzorg c.q. onafhankelijk leven dankzij zorg op afstand blijft een speerpunt binnen Philips. “Uit onderzoek dat we samen met Scheper Ziekenhuis in Emmen hebben uitgevoerd, blijkt dat zorg op afstand leidt tot een vermindering van ongeplande ziekenhuisopnames. Punt was dat alleen de zorgverzekeraar profiteerde van de besparing en de zorgverlener niet”, aldus Klink. “Willen we de zorgkosten beheersbaar houden, dan moet het verdienmodel veranderen en moeten alle partijen – zorgverzekeraar, eerste en tweede lijn en de industrie – beloond worden. Dat kan alleen door samenwerking. Vandaar ook dat we een studie hebben geïnitieerd naar zorg op afstand, waarbij we met alle betrokken partijen kijken naar een ander verdienmodel met andere geldstromen.”

Borstkankerscreening
Een derde voorwaarde voor een succesvolle innovatie is aantoonbare meerwaarde ten opzichte van bestaande oplossingen, zo ondervond Ton Kleeven van Mito Medical Products. Hij werkt al jaren aan een non-invasieve en pijnloze manier voor het screenen op borstkanker, die tevens het aantal foutpositieven – dat bij mammografie voor vrouwen boven de 50 tussen de 65 en 75 procent bedraagt – verlaagt. “Bovendien zijn vrouwen onder de 50 met mammografie niet te screenen vanwege de densiteit van het borstweefsel. Je ziet dan alleen één grote vlek en dat zou het aantal foutpositieven alleen maar doen stijgen”, zegt hij. Zijn apparaat – de Tiseno, inmiddels van de markt – bracht op basis van thermografie de warmteontwikkeling in de borst in kaart. Na jaren van onderzoek bleek deze innovatie om verschillende redenen niet succesvol. “De specificiteit was slecht, er was een goed getraind oog nodig om iets te ontdekken en dat bleek uiteindelijk de doodsteek voor het product. Daarnaast kreeg de Tiseno geen steun in de reguliere medische wereld, omdat de methode niet reproduceerbaar was. Bovendien kon het beeld veranderen als een vrouw haar maandelijkse periode had of als het buiten koud was. De afwijzing was dan ook terecht”, stelt hij.

In 2015 ontwikkelde Kleeven een nieuwe wederom pijnloze en non-invasieve methode, die de energie (aantal joules) in de borst meet. Met deze methode denkt hij het aantal foutpositieven met de helft te reduceren en bovendien vrouwen vanaf 20 jaar te kunnen screenen. “Het apparaat stelt zelfstandig de diagnose, de eerste lijn kan zien of er sprake is van een verdachte vlek en zo ja, waar die zich bevindt. Daar is geen radioloog meer voor nodig. Vergelijk het met een uitstrijkje dat ook door de doktersassistent wordt gemaakt en waar de patiënt alleen naar het ziekenhuis gaat als het noodzakelijk is”, vertelt hij. “Daar draait het om bij innovatie: toegevoegde waarde bieden op bestaande technologie. Dat is ook waar zorgverzekeraars naar op zoek zijn.”

Dit keer zocht Kleeven vooraf contact met radiologen en onderzoekers voor draagvlak en om hun een proof of principle te laten zien. De eerste reacties waren positief. “Ze toonden interesse en vonden het er veelbelovend uitzien. Uiteraard vertrouwen ze op de bestaande gouden standaarden, voorzichtigheid en zorgvuldigheid staan voorop.” Momenteel werkt hij aan een conceptmodel en dat zal gevolgd worden door klinische studies. Kleeven wil zijn innovatie een aanvulling laten zijn op de huidige mammografietechnologie. “Het heeft geen zin om je als klein bedrijf af te zetten tegen grote spelers in de markt, zoals Philips, Siemens en GE. Het werkt beter om ze te laten meekijken, dan krijg je ondersteuning in plaats van tegenwerking.”

Botsing van tijdperken
Herman van Wierst, manager Business Development bij het Mikrocentrum en organisator van het kennis- & netwerkevenement ‘Technology for Health’, kent als geen ander de hobbels voor technologische innovatietrajecten in de verschillende toepassingssectoren. “We zien hoe moeilijk het is voor de maakindustrie om voet aan de grond te krijgen in de zorgmarkt. Bedrijven zijn teleurgesteld in de snelheid, starheid en transparantie. We leven in een eerstewereldland waar de zorg erg geprocedureerd is en vrijwel op slot zit. Voor een innovatie in procedures terechtkomt, ben je zo 10 tot 15 jaar verder”, zegt hij. “Daarnaast kopen grotere bedrijven soms nieuwe technologieën op om investeringen in eigen, minder goede technologieën te beschermen. Zo wordt de zorgconsument baanbrekende en veelbelovende technologieën onthouden.”

Elke innovatie grijpt in op de bestaande werkprocessen en geldstromen. Van Wierst constateert dan ook dat diverse innovaties stuklopen op het huidige zorgstelsel, waarbij vooral verdiend wordt aan zieken en preventie zwaar onvoldoende of zelfs niet vergoed wordt. “De zorgconsument is erbij gebaat uit het zorgproces te worden gehouden, maar de oude manier van werken is niet meer te betalen. Er komt een nieuw tijdperk aan, met een groeiend aantal nieuwe technologieën, dat gaat botsen. We kunnen steeds meer diagnosticeren, weten steeds meer, steeds preciezer en steeds eerder. In de nabije toekomst wordt het bijvoorbeeld mogelijk om op basis van genpaspoort te voorspellen welke chronische ziekten iemand gaat ontwikkelen en welke specifieke therapie het meest effectief is. Met dat soort ontwikkelingen voor de deur wordt het heel moeilijk om vanuit het huidige stelsel te blijven opereren en de steeds beter geïnformeerde zorgconsument tevreden te houden.”

Tekst: Wilma SChreiber

Bron: FMT Gezondheidszorg