
De steeds nijpendere personeelstekorten in de zorg schreeuwen om actie. De politiek heeft daar ook een rol in, stelt Bianca Buurman. Het terugdringen van de administratieve lasten en de hoge werkdruk is maar beperkt succesvol. De grootste winst op dit vlak ligt in een betere gegevensuitwisseling, aldus de voorzitter van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN).
tekst • Pieter van den Brand
Volgens de prognoses stevenen we op een zorginfarct af. Heeft u al slapeloze nachten?
“Nee, dat niet, maar ik maak me hier wel zorgen over. We kijken aan tegen een tekort van 266.000 mede werkers in de zorg in 2034. Dat zijn er al 70.000 meer dan eerdere voorspellingen. Er komt een grote uitstroom aan van medewerkers die met pensioen gaan. Aan de andere kant stijgt de zorgvraag door de vergrijzing. Zonder de vergrijzing zouden we niet zulke grote tekorten krijgen. Dat maakt de situatie in de zorg nog nijpender dan in andere sectoren.”
Wat kunnen we doen om dit onheil af te wenden?
“Het is de hoogste tijd voor actie. We kunnen nog van alles doen. In elk geval moeten we voldoende blijven opleiden en ervoor zorgen dat medewerkers voor de zorg behouden blijven. Het kabinet zou meer moeten sturen op essentiële beroepen. De zorg is een voor de maatschappij onmisbare sector. Stimuleer studenten en middelbare scholieren om voor de zorg te kiezen. Een prikkel is het afschaffen van les- en collegegeld. Zet dit om in een schenking, als iemand bijvoorbeeld twee jaar in de zorg werkzaam is. Ook passende stagevergoedingen en goede salarissen zijn nodig. Je moet het zo aantrekkelijk mogelijk maken om in de zorg te gaan werken.”
Waar moeten de extra medewerkers nog meer vandaan komen?
“We moeten openstaan voor zij-instromers en hen voor een overstap naar de zorg enthousiast maken. Deze groep is te lang buiten beeld gebleven. Daar zijn we behoorlijk star in geweest. Ze hebben vaardigheden in huis die in onze sector van pas komen. Er zit ook een keerzijde aan. We moeten deskundige zorg blijven leveren, dus blijven opleiden tot verzorgende of verpleegkundige. De weg ernaartoe moet flexibeler, zodat zij-instromers dat op hun eigen tempo kunnen doen en eerder verworven competenties meetellen.”
‘Het kabinet zou meer moeten sturen op essentiële beroepen’
Wat doet V&VN zelf op arbeidsmarktgebied?
“Allereerst proberen we zoveel mogelijk aandacht voor de problematiek te vragen. Daarbij zijn we dit jaar de campagne ‘GENeratie Zorg’ gestart om jongeren voor de zorg te interesseren. Op de Dag van de Verpleging in mei hebben honderden verzorgenden en verpleegkundigen op scholen tijdens gastlessen over het vak verteld en benadrukt hoeveel voldoening dit werk geeft. Verder zetten we ons ervoor in om de invloed en zeggenschap van medewerkers te vergroten. Daar ligt bij werkgevers een wettelijke verplichting. We ondersteunen bij het instellen van een verpleegkundige adviesraad. Als medewerkers hun stem kunnen laten horen, leidt dat tot meer tevredenheid in het werk en minder uitstroom. Zo behoud je mensen voor de zorg.”
Personeelskrapte en de hoge werkdruk kun je ook tegengaan door de administratieve lasten terug te dringen. In 2018 is het programma [Ont]regel de Zorg gestart. Wat heeft dat opgeleverd?
“Zorgmedewerkers zijn tussen de 30 en 40% van hun werktijd kwijt aan administratie. Als je dat tot 20% terug kunt brengen, maak je een enorme klapper. Tot nu toe zijn we maar beperkt succesvol. Op de werkvloer komen genoeg ideeën op om het werk efficiënter te doen. Iedere verzorgende of verpleegkundige kan wel zaken aanwijzen waar veel werkdruk door ontstaat. In de praktijk lopen de oplossingen die zij aandragen vast in systemen en regeltjes.”
Het Integraal Zorgakkoord wil de administratieve lasten per zorgverlener voor eind 2025 met 2 uur per week verminderen. Vorig jaar is de Regiegroep Aanpak Regeldruk ingesteld. Gaan we dat doel halen?
“Ik denk van niet, maar we moeten dit initiatief meer tijd gunnen. Ik denk ook dat dit breder in de zorg moet gaan leven. Er zijn organisaties die hebben laten zien dat het kan. Het vraagt wel iets. Ook de raad van bestuur moet het dragen.”
Wat zou u als eerste aanpakken?
“De grootste winst ligt in een betere gegevensdeling, zodat elke zorgmedewerker altijd de juiste informatie tot zijn beschikking heeft. Nu heeft elke organisatie haar eigen cliënten- of patiëntendossier en is het delen van gegevens vrijwel onmogelijk. Doordat medewerkers telkens dezelfde informatie moeten doorvertellen, kan er miscommunicatie ontstaan met alle gevolgen van dien. Met name voor de verpleeg kundige informatie is nog onvoldoende aandacht. Er komen nu technische mogelijkheden om data efficiënt en privacyvriendelijk te kunnen delen, terwijl de data gewoon bij de bron blijven. Er lopen verschillende regionale projecten met dit type dataplatforms en data-ecosystemen in het land. Laten we deze technologie verder uitrollen.”
Over technologie gesproken; het kabinet maakt jaarlijks 400 miljoen euro vrij voor investeringen in technologie om het personeelstekort te ondervangen. Wat zou u adviseren?
“Ik zou vooral graag zien dat dit geld naar technologie gaat die goed aansluit op de praktijk. De belangrijkste barrière is dat technologie vaak geen antwoord biedt op dagelijkse vraagstukken. Technologie moet altijd een co-productie zijn tussen technoloog en zorgprofessional. In de ziekenhuizen en nu ook in een aantal ouderenzorgorganisaties lopen zo’n 150 Chief Nursing Information Officers rond. Zij zijn de linking-pin tussen werkvloer en raad van bestuur en kunnen ervoor zorgen dat IT-toepassingen beter aansluiten op het verpleegkundig proces. Ook in andere zorgsectoren zou zo’n functie goed van pas komen.”

*Start kader*
‘Technologie helpt, maar berg aan data beter benutten’
V&VN-voorzitter Bianca Buurman ziet in de praktijk veel goede voorbeelden van technologie. Zo kan spraak-gestuurd rapporteren in haar ogen helpen om de werkdruk te verminderen. “Daar zijn verpleegkundigen heel tevreden over. Je hoeft minder te klikken en kan meer praten. Ook zien we steeds vaker dat patiënten zelf hun gegevens voorafgaand aan een ziekenhuisopname opgeven, wat het administratieve proces versnelt. In de wijkverpleging zie je meer zorg op afstand met beeldbellen komen. Dan hoef je niet meteen naar een cliënt toe. Met sensoren onder het matras kun je ook veel bereiken, onder meer doordat je minder mensen in de nachtdienst hoeft in te zetten. Wel vind ik dat de berg aan data die dit allemaal oplevert, op een of andere manier bij de verzorgende en verpleegkundige terug moeten komen, zodat ze nog betere zorg kunnen bieden; denk aan het herkennen van crisissituaties. Het doel van technologie is immers dat ze bijdraagt aan warmere en meer persoonsgerichte zorg.”
*Einde kader*









