Willen we de zorg betaalbaar en bereikbaar houden dan zullen we technologie hard nodig hebben. De invoer daarvan moet dan wel gebeuren op een manier die recht doet aan de waarden van patiënten. Dat stelt traumachirurg Maarten van der Elst, die vijf jaar lang de Reinier de Graaf-leerstoel bij de TU Delft bekleedt. Op 4 maart houdt hij zijn intreerede.

“Het geld is echt op in de zorg, dus als we niet snel zorgen dat het efficiënter en goedkoper kan, dan krijgen we een serieuze tweedeling, met enorme wachtlijsten en discussies over zaken als of staar- of heupoperaties nog wel noodzakelijk zijn.” Dat zegt traumachirurg en hoogleraar Maarten van der Elst. “We vergrijzen, waardoor mensen bijvoorbeeld langer leven met chronische aandoeningen als hart- en vaatziekten, HIV en diabetes. Er zijn dus steeds meer mensen die zorg nodig hebben, maar steeds minder mensen die het kunnen of willen geven. Met behulp van technologie kan de zorg betaalbaar blijven en dus toegankelijk voor iedereen.”

 

Een modern ziekenhuis is nu al een hoogtechnologische omgeving. “Als je op zo’n operatietafel ligt, besef je als geen ander dat je jezelf niet alleen overgeeft aan doctoren en verpleegkundigen, maar ook aan alle apparatuur die ze gebruiken. Dan kun je alleen maar hopen dat ze goed getraind zijn in het gebruik en dat de apparatuur goed functioneert en wordt onderhouden”, zegt Van der Elst “Lasers, elektrische messen, hoogfrequente echo’s, enz. Ze hebben allemaal hun voordelen maar ook allemaal hun risico’s.”

 

Hoe kunnen we de zorg veiliger maken voor patiënten door middel van het ontwikkelen van slimme technologie? Dat is een van de vragen waar Van der Elst zich de komende jaren over gaat buigen. Dat is namelijk best nog een uitdaging. “Op basis van cijfers uit het buitenland schatten we dat in Nederland ongeveer zesduizend patiënten per jaar ernstige schade ondervinden door een incident in de zorg dat mogelijk voorkomen had kunnen worden; 1500 daarvan overlijden. Dat heeft allerlei oorzaken: fouten met diagnostiek of medicatie, infecties, valpartijen, maar ook falende technologie.” De onderzoeksonderwerpen liggen dan ook voor het oprapen. Het gerenommeerde Amerikaanse ECRI-instituut publiceert jaarlijks een top tien van technologische risico’s in de gezondheidszorg, uiteenlopend van losse bouten en schroeven van apparatuur tot robotchirurgie waarvan de meerwaarde nog niet bewezen is.

 

Patiëntwaarden

Bij de ontwikkeling en toepassing van technologie in de zorg speelt echter meer dan alleen de veiligheid een rol. “Veiligheid is heel belangrijk, maar er moet ook nadrukkelijk rekening worden gehouden met andere waarden van de patiënt; daar zou je technologie die je in de zorg wilt toepassen ook aan moeten toetsen”, stelt Van der Elst. “Patiënten willen graag een bepaalde mate van autonomie behouden. Ze hebben ook behoefte aan privacy, menselijke waardigheid en compassie”, geeft hij als voorbeelden. “Met technologie kunnen we het zelf managen van chronische aandoeningen ondersteunen, het langer thuis wonen bevorderen en de kwaliteit van leven verhogen, allemaal zaken waar de patiënt waarde aan hecht.”

 

Momenteel is daar echter te weinig aandacht voor. “Technologie komt nu nog heel erg industrie-gedreven het ziekenhuis binnen. En wat als beter wordt aangeprezen, blijkt dan vaak ook nog eens duurder te zijn.” Niet zo gek, als je de hoge ontwikkelkosten binnen de medische technologie, ofwel MedTech, in aanmerking neemt, maar volgens Van der Elst is het de omgekeerde wereld.  “Er komen bij mij ook wel eens mensen binnen die zeggen: ‘ik heb iets ontwikkeld, heb je er een patiënt voor?’ Zo werkt het niet. We zouden nieuwe technologie moeten beoordelen op de waarde voor de patiënt en diens kwaliteit van leven, en het nut voor de professional. Wordt een ingreep er bijvoorbeeld minder pijnlijk door of makkelijker uit te voeren?”

 

Ook het belang van de samenleving moet meewegen. “De zorgkosten maken een aanzienlijk deel uit van ons bruto nationaal product, dan moet je kunnen verantwoorden dat het goed gebruikt wordt. Wordt de behandeling er efficiënter en goedkoper door?” Zo kost de aanschaf van een Da Vinci-operatierobot 2,5 miljoen euro. “Daar komen nog duizenden euro’s gebruikskosten per operatie bij voor de steriele omhulsels. Dat moet er wel overtuigend bewijs zijn dat zo’n robotingreep veel beter is dan een gewone operatie”, zegt Van der Elst. “Vanuit de leerstoel kunnen we het nut van zulke nieuwe technologieën zelf onderzoeken, of juist heel kritisch kijken naar de bewijzen die daar door anderen voor worden geleverd.”

 

De robotisering van de zorg zal zeker niet ophouden bij de Da Vinci-robot.  De transitie van taken van personeel naar robots kan namelijk een heleboel van de uitdagingen in de zorg wegnemen, denkt Van der Elst. Iets als voorraadbeheer zou bijvoorbeeld helemaal geen taak van zorgpersoneel moeten zijn. “Bij de Albert Heijn of de Ikea is de logistiek volledig geautomatiseerd, waarom moet dat in het ziekenhuis allemaal handmatig? Dat kan allemaal geautomatiseerd en met sensoren.” Het overdragen van zulke taken aan robots heeft nog een belangrijk voordeel. “Personeel raakt gefrustreerd omdat ze maar 60 procent van hun tijd aan echte zorg kunnen besteden.  Als de technologie al die vervelende administratie en het voorraadbeheer doet, of de bedden opmaakt, heeft de verpleegkundige weer tijd voor de patiënt. En dan zullen jonge mensen ook wel weer in de zorg willen werken.”

 

Compassie

Robotisering hoeft ook compassie niet in de weg te staan, vindt Van der Elst. “Ik zou het zelf niet erg vinden als een robot me wast, of robotkarretje me naar de radiologie brengt, als de verpleegkundige daarmee tijd overhoudt om een praatje met me te komen maken.” Hij weet uit ervaring dat veel patiënten er ook zo over denken. Goed voorbeeld is Reinier de Robot, die sinds kort op de geriatrische afdeling wordt ingezet. Reinier kan woordspelletjes met patiënten spelen en ze ook laten dansen. “Dat robotje kan erbij helpen mensen mentaal en lichamelijk fit te houden. En heel belangrijk is dat verpleegkundigen het zelf makkelijk kunnen omprogrammeren.” Zo kan Reinier met ouderen spreekwoorden oefenen en de Macarena dansen, en kan hij op de afdeling pediatrie kinderliedjes zingen of de dab doen.

Van der Elst: “Als je het slim inzet, kan technologie dus juist een bijdrage leveren aan een meer compassievolle omgeving. Daarbij moet je de mening van de patiënt wel in ogenschouw nemen.” De ontwikkeling van innovatie moet daarom in samenspraak met de dokter en de patiënt gebeuren. “En op het moment dat de patiënt dat niet meer kan, omdat die onder narcose is of door dementie er niet meer toe in staat, moet de arts de stem van de patiënt zijn.”

 

‘De stem van de patiënt’ is tevens de titel van zijn intreerede, die hij op 4 maart 2020 aan de TU Delft houdt. Met deze nieuwe Reinier de Graaf-leerstoel bouwen het ziekenhuis en de TU Delft voort op twintig jaar samenwerking. “Reinier de Graaf is een medicus die in de 17e eeuw belangrijke ontdekkingen deed; innovatie zat als het ware in zijn DNA. Innovatie zit ook in het DNA van Delft, met haar ziekenhuis en universiteit”, vertelt Van der Elst. “Daarbij hebben we allemaal dezelfde doelen voor ogen: de zorg moet veilig, efficiënt, effectief, klantgericht, en toegankelijk zijn.” Van der Elst ziet duidelijk de meerwaarde van de samenwerking met de universiteit. “Volgens mij is een plus een hier tweeëneenhalf. We brengen de technologie naar het ziekenhuis en het ziekenhuis naar de technologie”, vertelt hij. “Studenten biomedical engineering presenteren bijvoorbeeld hun onderzoeksbevindingen aan het ziekenhuispersoneel en krijgen dan hele kritische vragen terug.”

 

Een deel van het gezamenlijke onderzoek vindt plaats in de speciaal als ‘living lab’ ingerichte operatiekamer. “Daar kunnen we tijdens operaties op een gestructureerde en veilige manier allerlei systemen testen.” Een zo’n systeem zijn de sensoren voor medische instrumenten waarmee ze via een dashboard live te volgen zijn. “Een gemiddeld ziekenhuis heeft wel 80.000 instrumenten in gebruik. Die moeten allemaal geteld, gesteriliseerd en opgeruimd worden. Dat is ontzettend veel werk, waar technologie een enorme bijdrage kan leveren. Met een zender op alle instrumenten. kun je precies zien welk instrument wanneer gebruikt wordt en zo het hele verloop van een operatie in beeld brengen. Dat systeem wordt nu getest.”

 

Stappenplan

Van der Elst heeft een duidelijk voor ogen van wat hij wil hebben bereikt als hij over vijf jaar het stokje overgeeft aan een andere clinicus die de leerstoel zal bekleden. “Ik ben tevreden als er over vijf  jaar voor iedere technologische innovatie een stappenplan is in een ziekenhuis. Daarmee kunnen we zorgen dat we alleen nieuwe technologie naar binnen brengen waarvan is bewezen dat het werkt, dat het efficiënt en goedkoper is en rekening houdt met de belangen en waarden van de patiënt. Dan hebben we iets bereikt.”