Patiënten met Paroxysmale Nachtelijke Hemoglobinurie (PNH) hebben onder andere een sterk verhoogde kans op trombose.
Die kans wordt nóg groter bij vrouwen die zwanger zijn, waardoor op medische gronden een zwangerschap lange tijd werd afgeraden. Een nieuw medicijn heeft de kans op trombose echter sterk teruggedrongen. Maar is dat middel veilig en effectief voor zwangere PNH-vrouwen en hun (ongeboren) kinderen? Een internationaal onderzoek waaraan hematoloog Petra Muus van het Radboudumc heeft meegewerkt, laat goede resultaten zien. Het artikel is gepubliceerd in het New Engeland Journal of Medicine (NEJM).
Paroxysmale Nachtelijke Hemoglobinurie (PNH) is de medische term voor een zeer zeldzame bloedziekte waarbij mensen hun rode bloedcellen afbreken in zo ernstige mate dat er donkere verkleuring van de urine kan optreden. Soms is dat ‘s ochtends het best te zien, vandaar de naam paroxysmale nachtelijke hematurie. De ziekte is niet aangeboren, maar ontstaat door een mutatie (verandering) in het DNA van bloedvormende stamcellen tijdens het leven. Door de mutatie gaan de rode bloedcellen sneller stuk (hemolyse).
Het Radboudumc is het Nederlandse PNH-expertisecentrum. Hematoloog dr Petra Muus, samen met dr Saskia Langemeijer verantwoordelijk voor het centrum: “Door de verhoogde afbraak krijgen PNH-patiënten bloedarmoede en stijgt de kans op trombose fors. De ziekte, die voorkomt op alle leeftijden, kan leiden tot vermoeidheid, geelzucht, buikpijn, rugpijn, hoofdpijn, kortademigheid, slikklachten en erectieproblemen. Bij jonge mensen verkleint PHN de kans op arbeid vanwege een beperkt concentratievermogen en slechtere studieprestaties. De ziekte tast de kwaliteit van leven aan en is vaak invaliderend. Onbehandeld is er, vooral door trombose, een sterk verkorte overleving.”
De ernst van PNH hangt samen met de activiteit van het complementsysteem, een onderdeel van het afweersysteem. Hoe meer actief complement, hoe ernstiger de ziekteverschijnselen. Tijdens de zwangerschap en tot drie maanden na de bevalling is het complementsysteem extra actief, waardoor bij zwangere vrouwen met PNH veel meer complicaties optreden.
Muus: “De bloedafbraak neemt toe bij hen, er zijn meer transfusies nodig dan buiten de zwangerschap en er is een nog grotere kan op trombose. De kans op het overlijden van de (aanstaande) moeder ligt tussen de acht en twintig procent en de kans op overlijden van het kind komt uit op vier tot negen procent. Dat is erg hoog. Daarom werd zwangerschap voor vrouwen met PNH tot voor kort sterk afgeraden.”
De introductie van het medicijn eculizumab, een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam dat het complementsysteem remt, heeft de situatie aanmerkelijk veranderd. Gebruik van het middel verbetert de situatie van PNH-patiënten namelijk aanzienlijk. Dat geldt óók voor jonge vrouwen. Ze voelen zich dankzij gebruik van het middel vaak zo goed dat ze ook willen toegeven aan hun kinderwens. De vraag is dan: is het medicijn veilig voor de zwangere en haar (ongeboren) kind?
Mede op initiatief van Muus leidde dit tot een internationaal onderzoek, waarvan de resultaten nu zijn gepubliceerd in het New Engeland Journal of Medicine (NEJM). Muus: “Tussen juni 2006 en november 2014 hebben we gekeken naar 75 zwangerschappen bij 61 vrouwen die eculizumab gebruikten. Geen van hen heeft tijdens de zwangerschap een trombose gehad, met uitzondering van twee vrouwen in het kraambed. In de onderzoeksperiode is geen enkele vrouw overleden.”
Tijdens de zwangerschappen daalden de bloedwaarden van de vrouwen en waren er vaker dan voor de zwangerschap transfusies nodig. Bij ruim vijftig procent van de vrouwen moest de dosis eculizumab in de loop van de zwangerschap worden verhoogd. Bij zes patiënten was er een spontane abortus in het eerste trimester van de zwangerschap en bij drie vrouwen trad later in de zwangerschap vruchtdood op in de baarmoeder. De ontwikkeling van de kinderen was normaal, ook al was er in ongeveer dertig procent sprake van een te vroege geboorte.
Muus: “In het navelstrengbloed van twintig baby’s werd geen of weinig eculizumab aangetroffen en in de moedermelk troffen we geen eculizumab aan. Het onderzoek wijst uit dat vrouwen met PNH ook zwanger mogen worden en voor borstvoeding kunnen kiezen. In de Nederlandse groep vrouwelijke PNH-patiënten die aan het onderzoek hebben deelgenomen zijn inmiddels drie gezonde baby’s geboren. Ook met de moeders gaat het goed.”