Op wat voor manier heeft intergenerationeel wonen in Nederland de grootste kans van slagen?
Nine Krul, die stage liep bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, onderzocht deze vraag in het kader van haar afstudeeronderzoek. Intergenerationeel wonen is een samentrekking van intergenerationeel contact en gemeenschappelijk wonen. Het concept richt zicht op onderlinge dienstverlening en zorgt er daarmee voor dat senioren langer zelfstandig kunnen wonen. In het onderzoek zijn theorie en praktijk vergeleken om te kijken of en hoe intergenerationeel wonen in Nederland ingepast kan worden.
Initiatieven over de hele wereld
Een inventarisatie van initiatieven over de hele wereld leverde 29 projecten op. Deze projecten variëren in grootte: van één huis tot op wijkniveau. Daarnaast richten de projecten zich op verschillende groepen (naast senioren). Een kleine greep uit de doelgroepen: studenten, jonge moeders, pleeggezinnen, huishoudens met een laag inkomen. De mogelijke combinaties zijn eindeloos, maar alle projecten gaan er vanuit dat de verschillende generaties elkaar iets te bieden hebben.
De drie theoretisch gezien meest succesvolle projecten zijn uitgebreider onderzocht om te kijken hoe hun succes in de praktijk verklaard kan worden. Het eerste project, Générations, is een Frans project in St. Apollinaire. De twee andere projecten zijn Nederlandse projecten: BloemRijk in Krimpen aan den IJssel en SOlink.
De drie projecten
Générations
Générations is een nieuw gebouwde wijk waar sinds 2002 mensen wonen. In vier appartementengebouwen zijn 76 sociale huurappartementen beschikbaar, waarvan de helft voor senioren en de andere helft voor gezinnen met een kind onder 6 jaar. Daarnaast is er een beschermde woning met plek voor zes senioren met Alzheimer en een gemeenschappelijke woning voor 14 senioren met fysieke beperkingen beschikbaar. Bewoners van Générations zijn verplicht een sociaal contract (Bonjour, voisin!) te ondertekenen waarin ze beloven elkaar te respecteren en ondersteunen.
BloemRijk
BloemRijk is een herstructureringsproject waarvan de eerste fase in 2010 opgeleverd werd. Deze eerste fase bestond uit 71 woningen waarvan 59 sociale huur, 7 private huur en 5 koopwoningen. In de tweede fase zijn 116 extra woningen opgeleverd (68 huur- en 48 koopwoningen). De belangrijkste doelen voor BloemRijk zijn sociale cohesie, intergenerationeel contact en intergenerationele zelfhulp. In het begin werd nieuwe bewoners gevraagd een sociaal contract (Buurovereenkomst) te tekenen waarin principes wat betreft participatie en gedrag in de wijk zijn opgenomen. In een later stadium is deze overeenkomst opgeheven.
SOlink
Stichting SOlink is in 2009 met een initiatief gestart waarin eenzame senioren worden gekoppeld aan studenten. In dit concept verhuren senioren ongebruikte kamers in hun huis aan studenten. Stichting SOlink zorgt er voor dat er een zo goed mogelijke match ontstaat. Er wordt een huurcontract opgesteld, waarin ook verplichtingen tussen de student en senior kunnen worden opgenomen.
Belangrijkste resultaten
Op basis van een vergelijking van de institutionele en fysieke context van de drie projecten is een lijst van factoren van invloed op intergenerationeel wonen opgesteld. Deze lijst bestaat uit de volgende 11 factoren: fysieke structuur, nationale en lokale cultuur, regels omtrent formele en informele zorg, doelgroep, verdeling van rollen, publieke participatie, communicatie, activiteiten, commitment en uitdragen van kernwaarden.
Bij nader onderzoek van deze factoren blijken ze verwerkt te kunnen worden in de drie overkoepelende factoren cultuur, commitment en communicatie. De belangrijkste uitdaging voor intergenerationeel wonen is dan ook deze drie factoren adequaat aan te pakken.
Cultuur
Ondanks dat de Nederlandse individualistische cultuur een belemmering vormt voor intergenerationeel wonen, vormt deze ook een startpunt voor het aanpakken van de andere twee factoren. Nederlanders lijken een voorkeur te hebben voor geschreven (communicatie) regels en wetten als het gaat om het creëren van commitment.
Communicatie
Dit jaar (2015) is gekenmerkt door veranderingen in nationale regelgeving: de AWBZ is omgezet naar de Wlz en de Wmo is uitgebreid waardoor gemeenten meer verantwoordelijkheden hebben gekregen. Daarnaast is de Woningwet ingetreden waardoor woningcorporaties beperkt worden in hun taken. Dit betekent dat belangrijke partijen in seniorenhuisvesting te maken hebben met veranderingen. Het is dan ook belangrijk om hier aandacht aan te besteden zodat niet alleen binnen de organisatie meer helderheid en stabiliteit ontstaat, maar ook voor de burgers/bewoners.
Commitment
Op een meer lokale schaal lijkt een (sociaal) contract een uitkomst te zijn. In dit contract moet de communicatie structureel aangepakt worden, voor contact tussen bewoners alsmede voor contact tussen bewoners en betrokken organisaties. Dit contract creëert een basis voor veiligheid en is uitermate geschikt om gebruikt te worden als eerste kennismaking tussen de verschillende partijen.
Aanbevelingen
Intergenerationeel wonen heeft potentie in de Nederlandse participatiesamenleving. Een eerste en belangrijkste aanbeveling is dan ook dit concept toe te voegen aan de opties voor seniorenhuisvesting. Intergenerationeel wonen kan worden opgezet als nieuwbouwproject maar ook door middel van aanpassingen in een bestaand project (bijvoorbeeld door een gemeenschappelijke ruimte voor activiteiten).
De manier waarop een project (fysiek en institutioneel) in elkaar zit heeft invloed op het sociaal contact en het contact tussen bewoners is van invloed op hoe de fysieke ruimte gebruikt wordt (bijvoorbeeld voor wijkactiviteiten). Het is daarom van belang om projecten zo in te richten dat contact tussen alle betrokken partijen gestimuleerd wordt. Een belangrijk punt hierbij is ook het actief benaderen van (potentiële) bewoners en met name om senioren gewaar te maken van het nut van intergenerationeel wonen.
Bron: Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg