Jan-Bas Prins is met ingang van 1 augustus benoemd tot hoogleraar Proefdierwetenschappen aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Zijn onderzoek en onderwijs zullen zich richten op het vervangen, verminderen en verfijnen van dierproeven. Ook  ziet hij het als zijn opdracht om helder en eerlijk te vertellen wat dierproeven inhouden. “Zo kunnen mensen oordelen op basis van feiten.”

Prins is hoofd van het Proefdiercentrum van het LUMC, waar kleine knaagdiersoorten waaronder muizen en ratten worden gehoudenvoor onderzoek naar bijvoorbeeld nieuwe medicijnen. De medische wetenschap kan nog niet zonder dierproeven, zegt hij. “Maar we moeten wel blijven werken aan manieren om dierproeven te vervangen, te verminderen en te verfijnen. Zomin mogelijk dieren gebruiken dus, en daarbij het welzijn van de dieren goed in het oog houden.”De 3V’s (vervangen, verminderen en verfijnen) staan ook centraal in het proefdierkundig onderwijs dat de nieuwe hoogleraar gaat geven in verschillende fasen van onder andere de opleiding Geneeskunde.

Invloed van licht
Naast onderwijs richt Prins zich op onderzoek. Bijvoorbeeld naar de invloed van de huisvestingen verzorging op het welzijn van proefdieren en daarmee ook op de onderzoeksresultaten. Prins: “Zo kan het schoonmaken van een kooi, maar ook de hoeveelheid licht die in een kooi valt, invloed hebben op bijvoorbeeld de hoeveelheid stresshormonen in het bloeden daardoor op de resultaten van testen.”

Vooruitgang
Er is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt met het vervangen, verminderen en verfijnen van dierproeven. Prins vindt dat het hoog tijd wordt dat we een beter zicht krijgen op de precieze effecten van alle inspanningen. “Het gebruik van stamcellen en kweekorganen bijvoorbeeld maakt sommige dierproeven overbodig. Maar aan de andere kant brengen die nieuwe technieken ook weer nieuwe onderzoeksvragen met zich mee, waar misschien juist weer dierproeven voor nodig zijn.”

Mening vormen
We moeten de discussie over het belang van dierproeven blijven voeren, zegt Prins. “Daarbij is het belangrijk dat mensen hun mening kunnen vormen op basis van feiten. Een bezoek aan het proefdiercentrum kan daarbij helpen. We geven rondleidingen en doen projecten met scholieren. Juist om mensen te laten zien hoe het hier gaat en waarom.”

Jan-Bas Prins (Amsterdam, 1957) studeerde Zoötechniek in Wageningen en promoveerde in 1990 in Utrecht op genetische diermodellen voor diabetes. Hij deed onderzoek in Oxford ( Engeland) en bij de Erasmus Universiteit en het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam (het huidige Erasmus MC). Sinds 2002 is hij hoofd van het Proefdiercentrum van het LUMC.

Bron: LUMC