Een wondbreuk komt minder vaak voor als de wond na een buikoperatie is gehecht met kleine hechtingen dan wanneer de tot nu gebruikelijke grote steken zijn gebruikt.
De nieuwe manier van hechten zou de nieuwe standaard moeten worden. Dit concluderen onderzoekers Joris Harlaar en Eva Deerenberg in The Lancet.
Er wordt al jaren gezocht naar de juiste manier om de wond na buikoperaties te sluiten. Gemiddeld geneest 20% van de wonden niet goed na een buikoperatie en ontwikkelen patiënten een littekenbreuk. Littekenbreuken hangen samen met veel klachten en moeten vaak met een heroperatie worden gecorrigeerd. Tot op heden was er nog steeds onduidelijkheid over hoe men de operatiewond zodanig moest sluiten dat deze goed geneest en niet tot een wondbreuk leidt. Chirurgen in opleiding Eva Deerenberg en Joris Harlaar van de afdeling Heelkunde van het Erasmus MC schrijven in het Lancet artikel dat het sluiten van de buik na een operatie met twee keer zo veel kleine steekjes veel betere resultaten oplevert. Een jaar na de operatie was het percentage van niet goed genezen wonden bij de patiënten met de nieuwe hechttechniek 13%. Bij patiënten die de gangbare grote steken kregen was dat 21%.
De onderzoekers Deerenberg en Harlaar onderzochten uitkomsten van operaties van 560 patiënten, verdeeld over tien medische centra. In het Erasmus MC maken beiden deel uit van de REPAIR groep, een chirurgische onderzoeksgroep onder leiding van hoogleraren Johan Lange, Gert-Jan Kleinrensink en Hans Jeekel, die zich speciaal bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van complicaties na buikoperaties, waaronder buikwandbreuken.
Harlaar: “Dat The Lancet ons artikel heeft gepubliceerd, geeft het belang van dit onderzoek aan. Na eerste presentatie van de resultaten op congressen is de techniek nu al in vele Nederlandse chirurgische klinieken omarmd en zal dat na de Lancet publicatie zeker in de chirurgie, maar ook in andere snijdende vakken zoals gynaecologie en urologie wereldwijd gaan gebeuren.”