Hoogleraar Wilco Achterberg van het LUMC was in China om daar over geriatrische revalidatie te vertellen. Vergrijzing is er een enorm probleem. 
De Leidse universiteit onderhoudt al jaren stevige banden met China, met het vak Chinastudies en met jaarlijks flinke aantallen Chinese studenten. Geen wonder dat koning Willem-Alexander en koningin Máxima 1 oktober naar Leiden komen ter voorbereiding op hun staatsbezoek aan China.
Op mijn eigen vakgebied draag ik ook een steentje bij aan de betrekkingen met China. Begin september mocht ik erheen om te spreken over geriatrische revalidatie. De uitnodiging was afkomstig van een Chinese alliantie van ziekenhuizen. Deze ziekenhuizen willen zich deels omvormen tot centra voor geriatrie en revalidatie, omdat daar een enorme behoefte aan is. China, met 1,4 miljard inwoners het land met de meeste inwoners ter wereld, heeft verschillende grote veranderingen doorgemaakt in de afgelopen decennia. Nu staat het voor een nieuwe uitdaging: de vergrijzing.
De laatste jaren heeft China zich industrieel, maar ook op verschillende andere gebieden krachtig opgericht. De economische groei is de laatste jaren astronomisch geweest. Pas dit jaar begint de klad daar een beetje in te komen. Een van de gevolgen van die groei is een grote migratie van het platteland naar de stad, zodat er nu honderden (smog-rijke) steden zijn met miljoenen inwoners, en een vergrijzend platteland.  De bevolkingsgroei is in China al sinds de jaren ’70 een aandachtspunt; een van de middelen om die groei te beheersen was de 1-kind politiek. De economische groei is ook gepaard gegaan met een betere levensverwachting (van 40 in 1950 tot ruim 70 nu!), meer vrouwen in het arbeidsproces, maar ook meer welvaartsziekten als diabetes, obesitas, COPD en hypertensie.
Door dit alles (bevolkingsgroei, hogere levensverwachting, 1-kind politiek, migratie) vergrijst China. Men vraagt zich af hoe de vergrijzing aan te pakken. China heeft daarnaast nog een aantal eigenaardigheden in het systeem: evenals in veel andere landen is er geen eerstelijnsgeneeskunde. Heb je een probleem, dan ga je naar het ziekenhuis; huisartsen zijn er niet.
Verder ben je verzekerd in de regio waar je vandaan komt, wat betekent dat mensen vaak duizenden kilometers moeten reizen om recht op verzekerde zorg te hebben. Voor een goede behandeling moeten veel Chinezen nu dus uren reizen en het gebeurt geregeld dat één ziekenhuisrekening het spaargeld van een gehele familie opslokt.
Dat komt ook doordat het ‘eigen risico’ of de ‘out-of-pocket’ kosten überhaupt al heel hoog zijn: ongeveer de helft van de kosten. Hoewel de uitgaven aan de gezondheidszorg de laatste jaren sterk gegroeid zijn, vormen ze nog steeds maar 5,6 % van het bruto nationaal product (ongeveer de helft van de uitgaven in Nederland), en omgerekend per inwoner geven wij ruim 8x zo veel uit (5.600 dollar uit ten opzichte van 646 dollar in China) aan gezondheidszorg.
Als ouderen slechter gaan functioneren door bijvoorbeeld een gebroken heup of beroerte, is het zaak met een goed programma de patiënt zo goed mogelijk te revalideren. Op de jaarlijkse bijeenkomst van de ziekenhuisalliantie heb ik in twee lezingen geprobeerd uit te leggen hoe wij dat in Nederland doen, waar onze knelpunten liggen en wat, ook vanuit het wetenschappelijk onderzoek, kritische succesfactoren zijn: interdisciplinaire samenwerking, sterke ketenvorming, stimuleren zelfmanagement, sturen op doelen van de patiënt, goede scholing en implementeren van evidence-based zorgpaden.
Zelden was ik mij er echter zo van bewust, dat voor het opbouwen van goede zorg voor kwetsbare ouderen zoveel andere dingen al moeten kloppen. De oma van mijn tolk (die nog bij haar moeder woont) heeft een beroerte gehad, en ligt nu bij hun thuis op bed, afatisch en volledig hulpbehoevend. De moeder van mijn tolk heeft ontslag genomen van haar werk, en zorgt nu voor haar. Enige vorm van revalidatie of therapie heeft nooit plaatsgevonden, en die mogelijkheid is ook nooit geboden. China heeft weer een flinke uitdaging!