Het Maastricht UMC+ lanceert een gespecialiseerd centrum op het gebied van extracorporale levensondersteuning (ELS).
De betreffende techniek kan worden toegepast om patiënten wekenlang kunstmatig in leven te houden om uiteindelijk een levensreddende behandeling te kunnen uitvoeren. Met behulp van een mobiele intensive care unit (de zogeheten MICU), die is uitgerust met een speciale beademingstechniek (de zogeheten ECMO-techniek), is het Maastrichtse ziekenhuis in staat om ook op andere locaties in Nederland te worden ingezet. Dat kan uitkomst bieden bij levensbedreigende situaties waar normaliter geen opties meer voorhanden zijn.
Een normale hart-longmachine kan tijdens chirurgische ingrepen de functie van het hart en de longen overnemen. Op die manier kan het hart worden stilgezet en blijft de bloedsomloop en de zuurstoftoevoer in het lichaam in stand en blijven de hersenen van bloed voorzien. Zo’n machine wordt bijvoorbeeld ingezet bij een hart- of een longtransplantatie, maar ook bij een acute hartstilstand of zware longaandoeningen moet de bloedsomloop soms kunstmatig worden overgenomen. Niet ieder ziekenhuis heeft echter de capaciteit om een patiënt met een complexe hart- of longaandoening op deze manier lang in leven te houden. Er is dan een speciale beademingstechniek nodig die lang niet overal voorhanden is. Daar biedt het mobiele team van het Maastricht UMC+ uitkomst.
Mobiele inzet
Het Maastrichtse ziekenhuis beschikt over een mobiel team van onder andere perfusionisten, internisten en (cardio)chirurgen dat op locatie ingezet kan worden ingezet en bedreven is in het gebruik van de zogeheten ECMO-techniek. “Wanneer er voor een patiënt met een zware acute hartstilstand of ander levensbedreigend letsel geen opties meer zijn in een ander ziekenhuis komen wij om de hoek komen kijken”, zegt prof. dr. Jos Maessen, hoofd cardiothoracale chirurgie van het Maastricht UMC+. Met behulp van een mobiele intensive care unit (MICU), die is uitgerust met de ECMO-beademingstechniek, wordt de patiënt ter plaatse gestabiliseerd en vervoerd naar het Maastricht UMC+. Maessen: “Door het stabiliseren wordt veel tijd gewonnen en bij ons in het ziekenhuis kunnen we dan eventueel behandelingen uitvoeren die het leven van de patiënt kunnen redden.”
Toegewijd
Het Maastrichtse team is inmiddels al meerdere malen succesvol geweest. Waar patiënten in een levensbedreigende situatie normaliter zouden komen te overlijden, leidt de inzet van het mobiele team tot ongeveer een 30 tot 40 procent kans op overleving. “Wij kunnen echter geen wonderen verrichten”, benadrukt prof. dr. Roberto Lorusso, hoofd van het nieuwe centrum voor extracorporale levensondersteuning. “Maar wij bieden wel uitzicht in vaak uitzichtloze situaties. En met name bij jonge patiënten kunnen we het verschil maken door snel op te treden. We werken dan ook met een toegewijd en multidisciplinair team dat goed op elkaar is ingespeeld. Daarnaast doen we ook onderzoek om beademingstechnieken steeds verder te verbeteren en te innoveren.”
Bron: Maastricht UMC+