Wetenschappers, studenten, ontwikkelaars en professionals uit zorg en welzijn, techniek, ICT en educatie uit de hele wereld wisselden twee dagen lang kennis, ideeën en ervaringen uit over zorgrobots.
Dementerende ouderen krijgen in een verpleegtehuis gezelschap van robotzeehond Paro. En oefeningen doen met robot Zora stimuleert de ontwikkeling van kinderen met een beperking. Dat is geen toekomstmuziek, want deze zorgrobots bestaan al, en ze kunnen steeds meer. Maar hoe implementeren we ze in de zorg? Welke ethische en praktische uitdagingen komen er dan om de hoek kijken? Die vraagstukken kwamen aan bod tijdens de internationale roboticaconferentie New Friends 2015 die 22 en 23 oktober plaats vond bij hogeschool Windesheim Flevoland in Almere.

In het verpleeghuis waar Paro ingezet wordt, merken verzorgenden de positieve invloed van de robotzeehond. Diep demente mensen komen hun bed weer uit en praten tegen Paro, terwijl ze eerder niet meer spraken. Ook QBMT, de makers van zorgrobot Zora, deelden hun succesverhalen op de conferentie. Ondanks deze successen worden robots nog niet op grote schaal ingezet. Tijdens de vele bedrijfspresentaties op de conferentie werd duidelijk welke struikelblokken er in de praktijk zijn.
Mensen vervangen?
Uit onderzoek van het Zweedse bedrijf Robotdalen blijkt dat maar vier procent van instellingen in de ouderenzorg open staan voor het inzetten van sociale robots. ´Vooral de angst dat robots mensen gaan vervangen is groot’, zegt Adam Hageman van Robotdalen. Hageman pleit ervoor dat zorginstellingen meer betrokken worden bij de ontwikkeling van robots. Ook onderzoeker van Windesheim Flevoland en gastheer van de conferentie, Marcel Heerink, onderstreept dat zorginstellingen eerst in aanraking moeten komen met zorgrobots om de waarde ervan in te zien. ´Ik zie zorgrobots als een instrument om mensen te helpen, niet als vervanging van mensen´, aldus Heerink.
Uiterlijk en sociale normen
Mensen accepteren robots makkelijker als ze menselijke trekken hebben, zo blijkt uit onderzoek van M&I Partners. ‘Een robot die een beetje op een mens lijkt wordt beter geaccepteerd, maar het mag geen look a like zijn, want dan vinden mensen het juist eng´, aldus Antoon van Luxemburg van M&I partners.
Keynote spreker Vanessa Evers, professor aan de Universiteit van Twente, riep de conferentiegangers op om mee te denken over het verder ontwikkelen van sociale intelligentie bij robots, want mensen accepteren robots sneller als zij handelen volgens geldende sociale normen. Om hen die sociale normen ´bij te brengen´, is nog veel onderzoek nodig.
Hygiënisch?
Ook praktische struikelblokken kwamen aan de orde. Want al die knuffelbare robotdieren, hoe reinig je die? Dat is natuurlijk erg belangrijk als ze in een ziekenhuisomgeving gebruikt worden door meerdere mensen. Inmiddels zijn er meerdere zorgrobots ontwikkeld, waarvan ‘de vacht’ losgemaakt kan worden.
Praktischer denken
Het Almeerse innovatiecentrum Cinnovate, dat uiteenlopende initiatieven ondersteunt op het gebied van robotica, kent de zorgpraktijk als geen ander. ‘Ik hoop met mijn presentatie en de aanwezigheid op deze conferentie bewustzijn te hebben gecreëerd dat het niet alleen om de technologie draait, maar juist om hulpbehoevende mensen’, aldus Sietse Dugour.
‘Universiteiten en hogescholen moeten praktischer gaan denken in hun research. Alle betrokken partijen moeten met elkaar in gesprek gaan’, zei ook Tom Ederveen van Robots.nu.
Wordt vervolgd
De eerste New Friends conferentie werd georganiseerd door een internationaal consortium van universiteiten en hogescholen. Onder meer Technische Universiteit Delft, Vrije Universiteit Brussel, Tufts University Boston en LaSalle University Barcelona, onder leiding van Lectoraat Robotica van Windesheim Flevoland. Volgend jaar krijgt de conferentie een vervolg in Barcelona.
In Almere doet het lectoraat Robotica multidisciplinair onderzoek naar de inzet van robotdieren in de zorg. Geprobeerd wordt de emotionele interactie tussen robot en mens te doorgronden. Onderzoekers, docenten en studenten Zorg, Pabo, Techniek en Bedrijfskunde zijn bij het lectoraat betrokken.
Bron: Windesheim Flevoland