Op verzoek van de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) met de partners in de keten onderzoek laten verrichten naar een aantal alternatieven voor de uitvoering van het persoonsgebondenbudget (pgb). Dat onderzoek leidt niet tot een voorkeursvariant, maar laat wel een aantal elementen zien die in elk nieuw systeem goed geregeld moeten zijn.

Op deze manier kan tempo worden gehouden met het uitwerken van een aantal verbeteringen, zonder vooruit te lopen op een definitieve keuze voor een specifieke variant. De ketenregisseur zal er expliciet voor zorgen dat budgethouders en hun vertegenwoordigers bij alles worden betrokken.

Nieuw portaal budgethouders
Per Saldo, BVKZ, VNG, ZN, VWS, SZW en SVB zijn het er op basis van het onderzoek over eens dat vier zaken verbeterd kunnen worden zonder een definitieve keuze te maken over hoe het toekomstige trekkingsrecht eruit ziet.
1.     Het op nieuwe wijze ontwikkelen van een eenvoudig, goedwerkend portaal voor de budgethouder als hart van het trekkingsrecht. Liefst ook als app.
2.     Vergaand standaardiseren en digitaliseren met onder andere verplichte modelovereenkomsten en -declaratieformulieren.
3.     Zo veel mogelijk één loket voor budgethouders. Daarom meer taken en verantwoordelijkheden voor de uitvoering neerleggen bij gemeenten en zorgkantoren: de verstrekkers van pgb’s.
Daarnaast wordt noodzakelijke investeringen bij de SVB onderzocht. Ook omdat SVB zorg moet blijven dragen voor continuïteit van betalen tijdens de verbetering van het trekkingsrecht de komende jaren.

Eind september
De ketenregisseur wordt verzocht om eind september in ieder geval te rapporteren aan het bestuurlijk overleg van alle partners over de stand van zaken op deze onderdelen en noodzakelijke investeringen bij de SVB.

Bron: Rijksoverheid