De zorg is in beweging. En dat vindt zijn weerslag op het gebied van het ontwerpen zorghuisvesting. Wetenschappelijk gefundeerde kennis speelt steeds vaker een bepalende rol in het ontwerpproces. Ook creativiteit wordt volop ingezet om de beste oplossing te realiseren voor de gebruikers van gebouwen. “We moeten de mens meer centraal stellen.”

Het is een van de meest besproken onderwerpen in de publieke opinie: de zorg. In de huidige verkiezingscampagne spelen zorgvraagstukken een belangrijke rol. Begrijpelijk, want in onze vergrijzende samenleving is de vraag op welke wijze bij afnemende gezondheid niettemin een hoge kwaliteit van leven bereikt kan worden voor veel mensen erg belangrijk. Diverse factoren spelen hierbij een rol. In het publieke debat gaat het veelal over het al dan niet afschaffen van het eigen risico, of over de financiering van de thuiszorg. Toch is er ook op andere zorggerelateerde vlakken van alles gaande. Neem het onderwerp ‘zorghuisvesting’. Op dit gebied zien we de laatste jaren tal van veranderingen. Dit is onder meer te danken aan de inspanningen van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. In het kader van het Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017-2020 besteed het fonds jaarlijks zo’n 3,5 ton aan het stimuleren van creatief ontwerp in de zorgsector.

Internationale kennisuitwisseling
“En dat is belangrijk”, stelt Jetske van Oosten. Zij is binnen het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie actief als Projectleider van Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017-2020 op het gebied van zorghuisvesting en onderwijs. Deze Actieagenda is gericht op ondersteuning van innovatieve ontwerpopgaven. Door ontwerpend onderzoek te stimuleren dat zich richt op actuele ontwikkelingen in (onder meer) de zorgsector, draagt het programma bij aan verbetering van de kwaliteit van de omgeving waarin zorg wordt aangeboden. “Dat doen we op verschillende manieren”, legt Van Oosten uit. “Zo doen we open oproepen aan de ontwerpsector om zich bezig te houden met zorgvraagstukken. Door geld beschikbaar te stellen voor ontwerpers, creëren we een ‘vrije ruimte’ om – samen met zorginstellingen zelf – nieuwe oplossingen te bedenken voor bestaande problemen. We brengen op die manier de creativiteit van de ontwerpsector binnen de zorg. We willen de wereld van de ontwerpers en de wereld van de zorg dichter bij elkaar brengen. Want die werelden liggen soms nog wat te ver uit elkaar.”

Behalve via open oproepen aan de ontwerpsector, publicaties en de kenniswebsite stimuleringsfonds.nl/zorg, tracht het fonds de innovatie in de zorg te ondersteunen middels het organiseren van de Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur. “Via deze prijs tonen we de ‘best practices’”, vertelt Van Oosten. “Zo kunnen we laten zien wat voor prachtige zorgprojecten er gerealiseerd worden.” De jury van deze tweejaarlijkse prijs heeft telkens ongetwijfeld een hele kluif aan het kiezen van een winnaar. Want er gebeurt nogal wat op het gebied van zorgarchitectuur in ons land. Tal van architectenbureaus houden zich bezig met het ontwerpen van zorggebouwen, daarbij niet zelden gebruik makend van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Het ontwerpproces van het nieuwe Zaanse Medisch Centrum (ZMC) kan hierbij als voorbeeld dienen. Architectenbureau Mecanoo ontwierp dit gebouw op basis van ‘lean’-principes. Gedurende het ontwerpproces van het ziekenhuis werd in nauwe samenwerking met Hannelore Schouten, programmamanager nieuwbouw van het ZMC, getracht het gebouw zo optimaal mogelijk te ontwerpen op basis van de behoeftes van de uiteenlopende gebruikers. “De heldere stapeling van twee verdiepingen met poliklinieken, een flexibele facilitaire tussenlaag en twee verdiepingen met klinische afdelingen, maakt dat de bewegingen logisch en efficiënt plaatsvinden”, zegt architect Ellen van der Wal over de beargumenteerde keuzes die gemaakt zijn in de ontwerpfase.

 

Promotieonderzoek
Gedurende het ontwerptraject werden vijf basisprocessen van het ziekenhuis geïdentificeerd: ‘acuut’, ‘electief’, ‘polikliniek’, ‘kliniek’ en ‘diagnostiek’. “Aan de hand van die principes is een indeling gemaakt”, aldus Hannelore Schouten. “Met behulp van mock-ups van karton hebben we vervolgens onderzocht of de processen ook zo verlopen als we zouden verwachten. Dit heeft bruikbare kennis opgeleverd, waarmee we het ontwerp verder hebben kunnen verfijnen.” Schouten is zojuist begonnen met een promotieonderzoek naar de resultaten van deze onderzoekende ontwerpmethode. Gedurende de komende jaren zal zij onderzoeken (en beschrijven) op welke manier de nieuwe manier van ontwerpen tot uiting komt in bijvoorbeeld efficiëntere looplijnen en (dus) meer tijd aan het bed, patiënttevredenheid, ligduur, et cetera.

Evidence based ontwerptool
Deze wetenschappelijke insteek is niet exclusief voor Mecanoo. Ook bij andere bureaus wordt er de laatste jaren steeds meer waarde gehecht aan wetenschappelijk onderbouwde kennis in het ontwerpproces. EGM architecten kan hierbij als voorbeeld dienen. Het bureau in Dordrecht – een van dé specialisten op het gebied van zorgarchitectuur in ons land – heeft een aantal jaren geleden een speciale Evidence based ontwerptool in het leven geroepen. “Het is een instrument om mee te ontwerpen”, legt architect Eric Wendel uit. “Het is een app die onder meer de laatste beschikbare wetenschappelijke kennis bundelt. Zo kun je eenvoudig naar voren halen wat wetenschappelijk onderzoek zegt over de voordelen van gespiegelde of repeterende kamers in zorggebouwen. Hieruit blijkt dat repeterende kamers in een ziekenhuis de voorkeur verdienen, omdat ze tot minder fouten leiden.” Wendels collega Arnold Sikkel knikt. “Dankzij deze tool hebben we de beschikking over allerlei relevante kennis die ons in staat stelt om nog betere zorggebouwen te ontwerpen.” Beide EGM-architecten verwijzen in dit opzicht naar de vele internationale zorgprojecten die ze de afgelopen jaren hebben uitgevoerd, waaronder een flink aantal academische ziekenhuizen in ons land. Dat betekent overigens niet dat niet-academische ziekenhuizen achterlopen, benadrukt Wendel. “Ook daar is er volop bereidheid om op nieuwe manieren naar het ontwerpen van zorghuisvesting te kijken.” Het ontlokt zijn collega de volgende uitspraak: “Ik durf de stelling wel aan dat Nederland wereldwijd in de top 3 staat van landen met de meest innovatieve zorggebouwen.”

Tuinkamer
Dat innovatieve gehalte toont zich niet alleen in de wetenschappelijke insteek van de vaak ingewikkelde ontwerpprocessen, maar ook in de grote aandacht die er bij betrokken partijen is voor het optimaliseren van het gebruikerscomfort in zorggebouwen. In dit opzicht zijn de poëtische afbeeldingen op de muren van het door Mecanoo ontworpen ZMC een goed voorbeeld. “Omdat ze refereren aan de omgeving van Zaandam geven ze mensen een gevoel van vertrouwdheid”, legt Mecanoo-architect Ellen van der Wal uit. “Bovendien bieden ze de gebruikers van het ziekenhuis oriëntatie.”

Ook Jetske van Oosten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie kan diverse voorbeelden noemen van projecten waarin juist ‘zachte’ creativiteit het verschil maakt. Ze vertelt bijvoorbeeld over het project ‘Ontwerp en Dementie’. “Zes ontwerpteams hebben in nauwe samenwerking met zorgpersoneel van Cordaan gekeken hoe ze de leefomgeving van dementerende patiënten konden verbeteren. Dat heeft mooie oplossingen opgeleverd.” Zo kwam een van de teams met het idee om een tuinkamer te realiseren, waarin bewoners samen met planten bezig kunnen zijn. Het bleek een uiterst gunstig effect te hebben op het ziektebeeld van de bewoners. “Voor mensen met dementie kan het moeilijk zijn om tot interactie te komen”, aldus Van Oosten. “Het is mooi om te zien dat een creatieve oplossing een wezenlijke bijdrage kan leveren aan woongenot en het functioneren van de bewoners.”

Bij het realiseren van dergelijke ‘zachte’ aspecten van een zorggebouw kunnen ‘harde’ wetenschappelijk data een extra steun in de rug betekenen, stelt Arnold Sikkel van EGM architecten. “Met onze Evidence-based designtool vinden we bijvoorbeeld allerlei wetenschappelijk gefundeerde informatie over de wijze waarop je – bijvoorbeeld met behulp van daglicht – het welzijn van de gebruikers van een gebouw verbetert.”

Harde euro’s
Bovendien laten ‘zachte’ aspecten zich wel degelijk vertalen in harde euro’s, een aspect dat ook altijd een rol speelt in de gecompliceerde ontwerptrajecten in de zorgsector. “Als je het heel plat zegt, kun je stellen dat we de laatste jaren allemaal bezig zijn met de vraag hoe je in een kleiner gebouw meer productie en meer flexibiliteit realiseert tegen lagere kosten”, zegt Sikkel hierover. “Dat lukt alleen wanneer je eerder in het proces betrokken bent bij het ontwerp van een zorggebouw dan voorheen gebruikelijk was. Want alleen wanneer je zo vroeg mogelijk in het proces in staat bent om alle relevante wetenschappelijke kennis in te brengen, kun je tot werkelijk innovatieve zorggebouwen te komen.” En dat, zo bevestigen de ondervraagde specialisten eensgezind, gebeurt de laatste jaren gelukkig steeds vaker. Het optimaal benutten van creativiteit en evidence based ontwerpen ontwikkelt zich in de zorgsector tot ‘het nieuwe normaal’.

Tekst: Henk-Jan Hoekjen

Dit artikel is eerder verschenen in FMT Gezondheidszorg editie 1/2017.