Ondanks de toenemende zorgvraag in Nederland is van de vier grote zorgsectoren alleen de omzet van ziekenhuizen in de periode 2011 – 2015 flink gestegen.

De gezamenlijke omzet van ziekenhuizen steeg in deze periode met 15,5 procent naar 24,6 miljard euro. De VVT-sector (verpleging, verzorging en thuiszorg) zag de omzet in 2015 dalen naar 16,5 miljard euro, na in de periode 2011-2014 eerst een stijging te hebben doorgemaakt van 16,4 miljard euro naar 17,3 miljard. De omzet van zorgorganisaties in de gehandicaptensector en geestelijke gezondheidszorg is nagenoeg gelijk gebleven. Dit blijkt uit een analyse van Intrakoop, de inkoopcoöperatie van de zorg, op basis van de jaarverslagen van vrijwel alle zorginstellingen uit de vier genoemde sectoren over de periode van 2011 tot en met 2015. “Uit de belangrijkste kengetallen over de laatste vijf jaar blijkt dat de ziekenhuissector het meest stabiel is met een winstgevendheid van gemiddeld twee procent”, legt Frank Kaptein, bestuurder van Intrakoop uit. “De winst in de VVT- en de GGZ-sector laat een dalende trend zien, terwijl de gehandicaptensector het beste rendement haalt met 2,4 procent.”

Het beeld van de financiële staat van de zorgsector als geheel wordt sterk bepaald door de grotere spelers. Bij de GGZ komt bijna twee derde van de omzet (= 62 procent) voor rekening van de tien procent grootste organisaties. Bij de VVT en de gehandicaptenzorg ligt dit percentage rond de 50 procent. Bij de ziekenhuizen komt 37 procent van de omzet voor rekening van de tien procent grootste organisaties. Net als de omzet, namen in de ziekenhuissector ook de kosten het meest toe. De bedrijfslasten van ziekenhuizen stegen in de periode 2011 tot en met 2015 met 14,3 procent. Een verklaring hiervoor zijn onder andere het gebruik en de toename van dure geneesmiddelen en technologische ontwikkelingen. In de drie andere deelsectoren namen de bedrijfslasten nauwelijks toe in de onderzoeksperiode: de VVT ging in vijf jaar van 15,9 miljard aan bedrijfslasten naar 16,3 miljard, de GGZ van 7,5 miljard naar 8 miljard en de gehandicaptensector bleef stabiel op 7,7 miljard. Deze sectoren hebben behoorlijk bezuinigd en daarnaast minder geïnvesteerd.
Winstgevendheid
In 2011 lag de winstgevendheid van de vier onderzochte deelsectoren rond de 2 procent. In de periode daarna is de spreiding in de winstgevendheid van de vier deelsectoren als gevolg van bezuinigingen en de transitie in de zorg toegenomen. De ziekenhuizen zijn in de periode 2011-2015 in staat geweest om hun winstgevendheid op peil te houden (in 2015 net als in 2011: 2,0%). Maar de winstgevendheid van de VVT en de GGZ laat over deze periode een dalende trend zien met resultaatratio’s van respectievelijk 0,9 procent en 1,2 procent in 2015. In de GGZ zijn de verschillen in winstgevendheid tussen individuele organisaties het grootst, analyseerde Intrakoop. Kaptein: “De vijftig procent grootste organisaties met vooral cliënten met meervoudige psychische aandoeningen zien hun winstgevendheid de afgelopen jaren dalen naar een niveau van op of net boven de 1 procent. De kleinere GGZ-organisaties die vaak actief zijn op een beperkt aantal  focusgebieden zien daarentegen hun winstgevendheid juist sterk stijgen van 5 procent in 2011 naar 8 procent in 2015.” De winstgevendheid van de gehandicaptenzorg heeft over de afgelopen jaren een sterk fluctuerend karakter.
Liquiditeit
De liquiditeit is voor alle deelsectoren gestegen in de periode 2011-2015, maar houdt nog niet over. De GGZ staat er in 2015 het beste voor met een ratio van 1,5. De overige deelsectoren liggen net boven de norm van 1,0. Het weerstandsvermogen van de zorg is door de jaren heen flink gestegen, met name van de gehandicaptenzorg  en VVT-instellingen. Het aanhouden van eigen vermogen dient niet alleen als buffer in een periode van transitie, maar ook om te voorzien in financieringsbehoeften in een tijd waarin banken terughoudender zijn geworden.
Overige cijfers
  • Voor ziekenhuizen laten de inkoopkosten in 2015 een duidelijk stijgende lijn zien ten opzichte van 2011: een toename van 23,1 % naar 9,2 miljard euro in 2015. Verklaring: toename zorgvraag, vergrijzing, technische ontwikkelingen en duurdere producten. De inkoopkosten voor de overige deelsectoren zijn in meer of mindere mate stabiel gebleven.
  • De investeringen zijn met name in VVT en GGZ gedaald door bezuinigingen en transitie in de zorg.
Waardenburg, 2 mei 2017