De in oktober 2015 gestarte bewustwordingscampagne ‘3 goede vragen’ van de Nederlandse Patiëntenfederatie NPCF en de Federatie Medisch Specialisten (FMS), krijgt vandaag (4 oktober) een vervolg. Onder het motto ‘Betere zorg begint met een goed gesprek’ verricht minister Schippers van VWS aan het eind van deze dag de aftrap van de campagne ‘Samen beslissen’.

Bernhoven is (samen met het Westfries Gasthuis en het AMC) het ziekenhuis dat als eerste werk maakt van de campagne. Zoals het ziekenhuis dat vorig jaar ook al deed met de campagne ‘Drie goede vragen’.

 Vier op de tien patiënten hebben nu niet de ervaring dat zij een waardevolle bijdrage aan het gesprek met hun arts in het ziekenhuis leveren. Patiënten geven aan dat artsen vaak wel meerdere behandelopties voorleggen, maar vijftien op de honderd patiënten voelt zich te weinig betrokken bij de uiteindelijke beslissing over hun behandeling. Dit blijkt uit het eerste onderzoek over Samen Beslissen van de Patiëntenfederatie Nederland. Daar moet deze campagne verbetering in brengen.

Patiënt als partner
Bernhoven vindt het belangrijk dat de patiënt actief deelneemt aan de behandeling. Het ziekenhuis ziet de patiënt als partner in diens eigen behandeling. Dat kan alleen als de patiënt goed geïnformeerd is. Want een goed geïnformeerde patiënt is in staat samen met de arts te beslissen welke behandeling het beste bij hem of haar past. Dat begint met een goed gesprek in de spreekkamer. Voor Bernhoven betekent een goed gesprek meer dan de patiënt informeren, het gaat om de dialoog. De specialist is uiteraard de medisch expert, maar de patiënt is expert over zijn of haar eigen lijf. Patiënten van Bernhoven krijgen al een kaartje mee met de drie vragen als hulpmiddel om het gesprek op gang te brengen.

De artsen in Bernhoven hebben inmiddels allemaal een training gevolgd waarin het gesprek met de patiënt centraal stond. In vervolg daarop heeft ongeveer een derde van de specialisten inmiddels ook een individuele training gevolgd. De reacties van de deelnemers waren overwegend positief: ‘niets te verliezen, alleen maar gewonnen’, zegt een van de artsen. ‘Goed dat er eens op een positief opbouwende manier gekeken wordt naar de omgang met patiënten, hetgeen niet in de opleiding tot arts noch specialist aan bod is gekomen’, zegt een ander.

Keuzehulpen
Om ‘samen beslissen’ nog meer inhoud te geven, zet Bernhoven steeds vaker zogenoemde keuzehulpen in. Een keuzehulp is een digitaal hulpmiddel waarmee patiënt en arts met een computerprogramma tot een keuze van behandelen komen die past bij de individuele situatie van de patiënt. Keuzehulpen worden nu al gebruikt bij liesbreuk-, en galblaasbehandelingen, behandelingen bij borstkanker en dikkedarmkanker en bij het vervangen van een versleten heup. Zo zegt een patiënt die aan galstenen leed: “Het was vooral fijn dat meteen de voor- en nadelen van de twee behandelopties duidelijk waren. Ik had zelf ook een lijstje gemaakt, maar dit was een stuk completer. De keuzehulp is overzichtelijk en bevat duidelijke informatie. Het heeft een toegevoegde waarde”.

‘Samen beslissen’ is een bewustwordingscampagne met een open einde. Met andere woorden: voor zowel patiënt als zorgverlener geldt dat het een proces is waar ieder moet groeien in zijn rol. Bernhoven investeert hier de komende jaren voortdurend in. De tijd dat de dokter beslist en de patiënt lijdzaam volgt is  wat Bernhoven betreft voltooid verleden tijd.  En als de patiënt dan toch liever ervoor kiest dat de dokter de doorslaggevende stem heeft in welke behandeling de juiste is, dan hebben arts en patiënt er in ieder geval wel met elkaar over gesproken. De speciale website www.begineengoedgesprek.nl informeert het publiek over het belang van de dialoog in de spreekkamer. De website wordt vandaag om 17.30 uur gelanceerd.

Initiatiefnemers
De campagne is een initiatief van de Federatie Medisch Specialisten en de Patiëntenfederatie Nederland in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). De campagne wordt financieel ondersteund door het  ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Zorginstituut Nederland en ZonMw.