De afdeling Gebouwbeheer en Technische Dienst van het Rode Kruis Ziekenhuis bestaat uit zes  storingsmonteurs, twee werkvoorbereiders en een legionellabestrijder. Samen beheren zij de installaties in een ‘oud’ ziekenhuis; het Rode Kruis Ziekenhuis is een gebouw van 40 jaar oud, en een aantal installaties is ook ‘redelijk gedateerd’. Henri Grotens is hun leidinggevende.

Ziekenhuis lijkt een schip
“Je kunt een ziekenhuis een beetje vergelijken met een schip”, vertelt Henri Grotens. “Als alles uitvalt moet je samen zien dat je de zaak tóch aan de gang houdt. Je moet alle hoeken en gaten kennen, de medewerkers moeten verstand hebben van alle relevante vakgebieden en systemen. Onze mensen moeten de elektronica onderhouden, de mechanische installaties, ze moeten kunnen monitoren en managen, of het nou gaat om de klimaatbeheersing, water, elektra, riolering, verlichting, zuurstofvoorziening, karren repareren, loodgieterswerk, het ontvangstklaar maken van het helidek… Dat is het moeilijke en tegelijk het aantrekkelijke van dit werk. En ook de reden dat het een beetje op een schip lijkt. Niet toevallig hebben ziekenhuizen nogal eens scheepswerktuigbouwkundigen in ons hun team.”

Generalisten met een specialisme
“Mijn team draait gezamenlijk 24/7 diensten” vertelt Henri Grotens. “Als er technische bijstand nodig is, zijn we er. Dat betekent dat we grote behoefte hebben aan mensen die je zelfstandig het ziekenhuis in kunt sturen om problemen te verhelpen, aan welke installatie dan ook. Een goede techneut uit een onderhoudsbedrijf heeft na indiensttreding 2 tot 3 jaar nodig om zo ver te komen. Als onze mensen moeten die brede basiskennis hebben of krijgen, en daarbij ontwikkelt iedereen een eigen specialisme, zodat elk teamlid een collega kan raadplegen die dieper gaande kennis heeft van een bepaald onderwerp. Zo coveren zes storingsmonteurs al die taakgebieden. Je begrijpt dat het vertrek van een collega bij ons een schok is die we alleen met grote inspanning kunnen opvangen. Gelukkig gaan er niet vaak mensen weg, ondanks dat zo’n duizendpoot in een groter ziekenhuis met gejuich wordt binnengehaald, tegen een beter salaris dan hij hier kan verdienen. Je moet hier heel, heel zuinig zijn op je mensen.”

Geschiedenis kennen
Zeker in een oud gebouw, dat op veel plaatsen al meermalen is verbouwd en aangepast, is het belangrijk dat je de geschiedenis kent; dat helpt je om te kunnen analyseren waar problemen ontstaan zijn en opgelost moeten worden. Laatst hadden we een lekkage uit de muur, op een plek waar helemaal geen waterleiding zit. Gelukkig was er iemand die wist dat daar vroeger een buitenmuur had gezeten met een doorgang, een gat dat aangesmeerd is toen een verbouwing van die buitenmuur een binnenmuur maakte. Het grondwater in een loze ruimte achter die nieuwe muur was zo hoog gestegen dat het dat aangesmeerde gat had bereikt. Mooi zo, toen wisten we wat we moesten doen om het probleem te verhelpen.”

Back up-systemen
Henri Grotens geeft een rondleiding langs alle installaties die zijn team in  beheer heeft. Een ontzagwekkende hoeveelheid apparatuur, ketels en dashboards; samen vormen ze het kloppend hart van het ziekenhuisgebouw, met van elke installatie een gebruikseenheid en een of meerdere back-ups. En bij elk systeem een scenario voor als de back-ups ook door hun mogelijkheden heen zijn. Naast de grote zuurstoftank van Linde staat een kleinere B-versie; daarna is er een reservervoorraad zuurstofflessen, en als die niet toereikend is, is er nog een voorraad kleine zuurstofflessen. “Die hebben we zover ik weet nog nooit nodig gehad gelukkig”, vertelt Grotens. “Als we die kleine flessen moeten aanspreken is er écht iets behoorlijk misgegaan. Voor die tijd moet trouwens allang een tankauto zijn voorgereden. Datzelfde geldt voor water. Als er geen toevoer van voldoende goed water meer mogelijk is, wordt er waar dat veilig kan bezuinigd en hebben we een flinke reservevoorraad. Een contract met een leverancier uit een andere regio zorgt ervoor dat we in het allerergste geval binnen 3 uur een tankauto zouden kunnen laten voorrijden, met water uit een andere regio, dus zonder het toevoerprobleem van onze eigen regionale leverancier. Zo heeft elke installatie zijn back up, en back ups van back ups.

Renovatie of nieuwbouw?
Het ziekenhuisgebouw is 40 jaar oud. Bij verschillende installaties zegt Grotens: “Zulke installaties worden vandaag niet meer gemaakt hoor. Op een aantal gebieden komen we wel zo’n beetje aan het eind van de mogelijkheden om installaties in de lucht te kunnen houden. Er wordt op dit moment een analyse gemaakt om een keuze te kunnen maken voor grondige renovatie of nieuwbouw. En als het renoveren wordt, dan mogelijk ook met beperkte nieuwbouw ernaast. Je moet dan immers een afdeling of bouwdeel kunnen sluiten om te renoveren. De uitkomst van de analyse hebben we nog niet. Maar als we binnen een beperkte periode van de gasinstallaties af zouden moeten, dan wordt de kans dat nieuwbouw doelmatiger is wel groter natuurlijk. Je kunt die discussie trouwens maar beter nu hebben, met een gebouw van 40 jaar oud, dan wanneer je net 10 jaar in een mooi ziekenhuis zit dat is volgebouwd met gasinstallaties.”

Innoveren
Het gebouw mag dan gedateerd zijn, dat betekent niet dat de voorzieningen uit de tijd zijn. Grotens en zijn team stellen er een eer in om innovaties te ontwikkelen en toe te passen. “We hebben bijvoorbeeld ledaansluitingen laten ontwikkelen waarbij je op elke aansluiting meerdere soorten en kleuren licht hebt. Denk maar eens aan de patiënten in ons brandwondencentrum; die mensen liggen vaak weken in zo’n box. De artsen willen graag helder wit licht; dat is het beste licht voor de behandeling. Patiënten willen doorgaans zachter licht. Eerst hebben we gezocht op Alibaba of er iets bestaat dat in principe bruikbaar is; daarna hebben we een leverancier gevraagd: kun je zoiets leveren, maar dan met de specificaties die wij nodig hebben? Dat is gelukt; alle kamers in het brandwondencentrum hebben nu die duoverlichting.

Technisch gezien lijken het brandwondencentrum en een OK op elkaar. We stellen daar extreem hoge eisen aan infectiepreventie. Zo zijn we op zoek gegaan naar wasbakken zonder overloop, omdat die overlopen, en het kanaal dat erachter zit broedplaatsen zijn van bacteriën. We hebben uiteindelijk een leverancier gevonden die wasbakken zonder overloop levert. Dat geeft voldoening; dan heb je toch weer een stap gezet naar een betere verpleegomgeving. Niet elke poging tot verbetering is succesvol natuurlijk; we hebben ook ooit een verwarmingselement getest dat je om een chiffon  monteert. Het idee was: als je het afvoerwater door een verwarmd chiffon leidt, worden de bacteriën gedood. Maar het was niet doelmatig werkend te krijgen. Die poging is dus gestrand. We laten alle kranen handmatig doorstromen met heet water. Dat kun je best geautomatiseerd aansturen, maar we vinden het te riskant om onbeheerde kranen heet water te laten uitstromen.”

Concurreren of samenwerken
“Het aantal ziekenhuisgebouwen is natuurlijk niet zo verschrikkelijk groot; de gespecialiseerde technici kennen hun collega’s van andere huizen vaak persoonlijk. Ziekenhuizen concurreren wel met elkaar, maar niet op techniek. Onze beroepsgroep zit niet op zijn kennis; inzichten en oplossingen worden juist open gedeeld. Dat is een aantrekkelijke kant van dit vak. Uiteindelijk geldt voor iedereen het motto dat in het RKZ op een bordje aan de muur hangt in de techniekruimte: De patiënt is onze belangrijkste klant.”

Tekst: Dietske van der Brugge

Bron: FMT Gezondheidszorg