De dynamiek in het Erasmus MC gecombineerd met het jarenlange bouwproces vergt de nodige flexibiliteit van zowel de bouwmanager als de architect – en van het gebouw zelf. “Ik ben blij met kritische opmerkingen, die laten zien dat iedereen het beste wil voor de patiënt.”

 

 

De bouw van een nieuw ziekenhuis is goed voor allerlei uitdagingen. “De techniek schrijdt voort, wat je ontwerpt is over twintig jaar anders. Toch moet je in een vroeg stadium ingrijpende beslissingen nemen over bijvoorbeeld de funderingsdiepte en de plek van de kolommen, hoofdschachten en de technische ruimte”, zegt Willemineke Hammer, partner en projectarchitect vanuit EGM architecten. Zo moest al in 2004 de hoofddraagconstructie van de bunkers vastgesteld worden, ruimten met 2 meter dikke wanden, één verdieping onder de grond. “Dat betekende dat de mensen van radiotherapie op dat moment al moesten nadenken over welke mate van flexibiliteit nodig was en waar ze zich wél op konden vastleggen”, verklaart Stephan Versteege, manager realisatie nieuwbouw bij het Erasmus MC. “Wat kan in de toekomst groter of juist kleiner zijn, bestaat bestraling überhaupt nog als therapie?”

 

Om de flexibiliteit te vergroten, zijn in het ontwerp activiteiten zo veel mogelijk geclusterd. Zo zijn alle bunkers op één laag ondergebracht, zijn de poliklinieken op laag 1 t/m 4, diagnostiek op laag 5, operatieruimten op laag 6 en klinieken vanaf laag 8 t/m 12 gesitueerd. “Als dan ooit één discipline meer of minder ruimte nodig heeft, kun je per laag als een harmonica bewegen,” aldus Hammer. Een ander belangrijk inrichtingsprincipe zijn de patiëntenthema’s, om de zorg rond de patiënt te organiseren. Hammer: “Hiervoor hebben we zones gedefinieerd voor bijvoorbeeld oncologie, hersenen & zintuigen, thorax, en ook de laboratoria en kantoren geconcentreerd. Deze domeinen gaan in verdiepingen omhoog van poli tot verpleegafdeling. Dankzij die horizontale en verticale koppeling ontstaan heldere voordeuren voor de patiënt.”

 

Realiteit versus ambitie
Ondanks alle voorbereidingen zijn bouwwijzigingen onvermijdelijk. Neem de integratie van het thema thorax in het nieuwe Erasmus MC, vanwege issues rond brandveiligheid en asbest. “Hiervoor moesten we een stuk aan het ziekenhuis aanbouwen. Hoewel je de compactheid en efficiency in het gebouw zo veel mogelijk wilt handhaven, doorkruist de realiteit soms de ambitie”, zegt Versteege. “In dit geval kon het casco de verandering aan: de vloeren waren sterk genoeg, trappen en hoofdinfrastructuur hoefden niet veranderd te worden. Wel moest er veel meer lucht naar de OK-laag toe voor het inpassen van onder meer interventiekamers, een tweede hybride OK en de IC/hartbewaking, dus op de technische laag erboven waren wel de nodige wijzigingen noodzakelijk.”

Reden te meer om in het ontwerp ervoor te zorgen dat op een paar van tevoren gedefinieerde plekken de vloeren sterk zijn en de techniek erin past. “We hebben verder de ondersteunende functies zoals kantoren aan de randen ingedeeld, die zijn relatief eenvoudig te verplaatsen. Dat is de stopverf die het mogelijk maakt om een afdeling als het ware naar buiten te duwen en ruimte te maken”, verklaart Hammer. Aangezien de medisch-technische inrichting bij voorkeur zo laat mogelijk in het proces plaatsvindt, zijn ook speciale verhuisramen ingebouwd, waarlangs apparatuur naar binnen gehesen kan worden.

 

Vast protocol
Een recentere ingrijpende wijziging was de wens voor een orgaanperfusiekamer, waar organen geprepareerd kunnen worden voor transplantatie. “De OK’s waren al klaar, we waren bij wijze van spreken al aan het dweilen, en dan krijg je toch weer een bouwgebied terwijl er ook validatietrajecten lopen. Verder moest de ruimte gere-engineerd worden”, aldus Versteege. “Eén grote wijziging is echter makkelijker te managen dan 250 kleine wijzigingen op 300 plekken.” De voortschrijdende techniek kan eveneens tot nieuwe wensen leiden. “Twee weken voor de afgesproken datum toch een nieuwer model willen, dat echter gespiegeld blijkt. De apparatuur moet erin, dus moeten de vloerplaat, sprinklerinstallatie, etc. aangepast worden. Dan heb je zo twintig wijzigingen te pakken die je met verschillende partijen moet doornemen.”

Om de wijzigingen binnen de perken te houden, heeft Versteege een vast protocol. Gebruikers krijgen een ontwerp voorgelegd waarin alle apparatuur is ingepast en de technische ruimte tot in detail is uitgewerkt. “Maart dit jaar was de deadline voor wijzigingen. Kort van tevoren kwamen er nog 33 binnen, die we voor 90 procent hebben kunnen doorvoeren”, zegt hij. “En nog steeds krijg ik dagelijks verzoeken op basis van voortschrijdend inzicht. In januari vindt een laatste ronde plaats. Voor honorering zijn twee criteria doorslaggevend: is de wijziging noodzakelijk voor de ingebruikname dan wel voor de veiligheid van de patiëntenzorg. We hebben iedereen gewaarschuwd dat ze ervan uit moeten gaan dat deze wijzigingen voor ingebruikname niet meer lukken, dan kan het alleen maar meevallen. En natuurlijk doen we ons best om datgene wat echt moet toch voor die tijd te realiseren.”

 

Menselijke maat
Een van de doelstellingen in het project is het creëren van een healing environment. De uitdaging daarbij was om in het omvangrijke ziekenhuis de menselijke maat te bewaren. “Zo hebben we bij de hoofdingang – een imposante 14 meter hoge gevel – een entresol toegevoegd. En als bezoekers op de poliklinieken of de dagbehandeling komen, worden ze ontvangen door een mens van vlees en bloed. Vanuit de entresol hebben ze zicht op het Dr. Molewaterplein en de Passage. Dat is belangrijk, zien en gezien worden”, verklaart Hammer.

Oriëntatie draagt eveneens bij aan het welbevinden van mensen. “We hebben het gebouw in blokken opgedeeld, met verschillende ingangen. Vanuit de Passage of Arcade één keer de hoek om en één keer de goede poort ingaan en met de lift kom je waar je zijn moet. Dus niet langer gekleurde lijnen volgen naar je bestemming”, aldus Hammer. Daarnaast werd een beroep gedaan op een expert voor bewegwijzering met de juiste borden.

Andere manieren om de schaal te vermenselijken zijn de gebieden met een eigen karakter in de publieke ruimte. “Dagelijks bezoeken 10.000 tot 15.000 het Erasmus MC. Je hebt dus grote maten nodig. De atria, pleinen, passages en arcades geven het complex een stedelijke allure, het groen biedt beschutting aan verblijfsplekken”, verklaart Hammer. “En het glazen dak beschermt tegen wind en regen.”

 

Na al die jaren werkt zowel Versteege als Hammer nog steeds vol enthousiasme aan het project. “Het spreekt me aan om in deze dynamische organisatie met zo veel betrokken mensen een goed ziekenhuis te bouwen. Ik ben blij met kritische opmerkingen, die laten zien dat iedereen het beste wil voor de patiënt”, zegt Versteege. Hammer sluit zich bij hem aan: “Dit project zorgt voor bezieling, je komt samen in een flow. We gaan ervoor, op zijn Rotterdams: mouwen opstropen, met lef en ambitie. Zien dat het werkt zoals we het ons hebben voorgesteld – dat geeft heel veel energie.”

 

Tekst: Wilma Schreiber

 

Foto Erasmus MC

 

Bron: FMT Gezondheidszorg