Vrouwen zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in academische topposities. Een van de mogelijke verklaringen hiervoor is het toegenomen belang van het binnenhalen van onderzoeksfinanciering.
Vrouwen scoren hierop vaak slechter dan mannen. Psychologisch onderzoekers Naomi Ellemers (Universiteit Utrecht) en Romy van der Lee (Universiteit Leiden) onderzochten of dit verschil ook bij NWO bestaat, en waar het mee te maken heeft.
Uit een wetenschappelijke analyse van drie Veni-rondes, een beurs van NWO voor talentvolle onderzoekers, blijkt dat vrouwelijke aanvragers door beoordelaars lager geprioriteerd worden. Ellemers en Van der Lee publiceren hun onderzoeksresultaten deze week in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.
Ellemers en Van der Lee onderzochten de dossiers van alle mannelijke en vrouwelijke aanvragers over een periode van drie jaar: 2823 aanvragen in totaal. Deze aanvragen werden, onder regie van NWO, beoordeeld door wetenschappelijke commissies bestaande uit mannen en vrouwen. Hun onderzoek toont aan dat de honoreringspercentages voor vrouwelijke aanvragers (14,9%) systematisch lager zijn dan die voor mannelijke aanvragers (17,7%).
Ellemers: “Als we het aandeel vrouwen onder de aanvragers vergelijken met het aandeel vrouwen onder de toekenningen, zien we een verlies van 4%.” Dit is niet uitsluitend een Nederlands fenomeen: de cijfers zijn vergelijkbaar met de uitkomsten van eerder onderzoek naar de Europese ERC Starting Grants over de periode 2007-2013. Het huidige onderzoek biedt ook zicht op de onderliggende processen die in de beoordeling van individueel talent een rol kunnen spelen.
De studie laat zien dat vrouwen minder positief beoordeeld worden op hun kwaliteiten als onderzoeker dan mannen. “Opvallend is dat de onderzoeksvoorstellen van vrouwen en mannen wel even positief beoordeeld worden. De beoordelaars zien dus geen kwaliteitsverschil in het werk dat mannen en vrouwen afleveren”, zegt Van der Lee.
Als mogelijke oorzaak van de verschillende oordelen analyseerden de onderzoekers het taalgebruik in de instructies en formulieren die gebruikt worden om de kwaliteit van kandidaten te beoordelen. Hierin is duidelijk sprake van gendered taalgebruik. De woorden waarmee kwaliteit moet worden aangegeven, zijn veelal woorden waarvan uit eerder onderzoek is gebleken dat zij met name verwijzen naar het mannelijke gender stereotype (zoals ‘uitdagend’ en ‘excellent’). Van der Lee legt uit: “Hierdoor lijkt het alsof mannen eerder aan de gestelde eisen voldoen, omdat de beoordelingscriteria beter passen bij de eigenschappen die volgens het stereotype vooral bij mannen voorkomen.”
NWO gaat naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek het genderbewustzijn van beoordelaars explicieter aandacht geven in haar werkwijze en procedures. Ook zal worden onderzocht welke aanpassingen van de beoordelingsprocedures en criteria het sterkst kunnen bijdragen aan een betere balans in de kansen voor mannen en vrouwen om onderzoeksfinanciering te verwerven. Daarbij zal onder andere worden gekeken naar het taalgebruik van NWO.
In een toelichting zegt NWO-voorzitter Jos Engelen dat het onderzoek waardevolle resultaten en inzichten heeft opgeleverd. “Ook is het duidelijk dat er niet één kant-en-klare oplossing is. Op basis van de aanbevelingen van de onderzoekers richten we ons daarom de komende tijd op het ontwikkelen van evidence based-maatregelen om het verschil in honoreringspercentages te verkleinen.” De aanpassingen vormen een aanvulling op de activiteiten die NWO al onderneemt om vrouwelijk talent in de wetenschap te stimuleren, zoals de programma’s Aspasia en FOM/v.
De onderzoekers voerden hun studie uit in opdracht van NWO in het kader van de evaluatie van de eigen procedures en het genderdiversiteitsbeleid.