Jongeren kijken minder porno dan ouders denken. Tienermeisjes denken dat alle jongens pornosites bezoeken en dus onrealistische verwachtingen van hen hebben.
Pubers denken meer aan verliefdheid en relaties dan aan seksueel contact. Lager opgeleide jongeren beginnen eerder met seks. Dit is een greep uit het meerjarig onderzoek Project STARS, waarvan de uitkomsten vrijdag 11 september zijn gepresenteerd in Utrecht.
Binnen het project STARS (Studies on Trajectories of Adolescent Relationships and Sexuality) werkten adolescentieonderzoekers van de Universiteit Utrecht en Rijksuniversiteit Groningen samen. De onderzoekers wilden een manier vinden om adolescenten optimaal te begeleiden naar een gezonde en positieve seksuele ontwikkeling. Daartoe zijn ze op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag hoe de relationele en seksuele ontwikkeling van jongeren zich ontwikkelt tijdens de adolescentie. Waarom heeft het ene kind al verkering, terwijl het andere nog nooit verliefd is geweest? En zijn er daarbij verschillen tussen jongens en meisjes?
1300 Jongeren
Vijftien wetenschappers onderzochten gedurende vier jaar de seksuele ontwikkeling van de jongeren. De onderzochte groep bestond uit bijna 1300 jongens en meisjes, tussen 11 en 19 jaar, met verschillende opleidingsniveaus. Door deze jongeren over tijd te volgen, was Project STARS het eerste grootschalige onderzoek in Nederland dat naar relationele en seksuele ontwikkeling keek.
Vroeg beginnen met voorlichting
Uit hun onderzoek bleek dat puberteit, persoonlijkheid, opvoeding, leeftijdgenoten en internetgebruik allemaal van invloed is op de seksuele ontwikkeling. Deze kennis is van belang voor ouders en docenten. Zij moeten vroeg beginnen met voorlichting, en die telkens aanpassen naarmate de jongere zich ontplooit. Projectleider Maja Dekovic van de Universiteit Utrecht: “En niet alleen zeggen: gebruik bij seks een condoom en dan afschrikken met enge dia’s van soa’s, maar ook aandacht schenken aan hoe jongeren relaties en seks beleven. En alert zijn op sociale invloeden van buitenaf, zoals vrienden en media.”
Context
Dekovic geeft ook aan dat studies naar seksualiteit onder de Nederlandse jeugd voorheen veelal van beschrijvende aard waren, met weinig aandacht voor de context. “Totdat we met Project STARS begonnen. Als je de bepalende factoren van relationele en seksuele ontwikkeling goed wilt begrijpen, moet je onderzoek doen waarin de sociaal-emotionele ontwikkeling en omgevingsfactoren een plaats hebben. En dat dan over meerdere jaren uitgesmeerd.”
De gehele case-omschrijving staat op de website van NWO.
Het Project STARS wordt gefinancierd vanuit het NWO-programma Jeugd en gezin en FWOS (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Seksualiteit).
Bron: Universiteit Utrecht