Alle overheidsinspanningen ten spijt blijft het aantal mensen dat zich laat registreren als orgaandonor laag. Het is daarom van groot belang dat de wel beschikbare donororganen effectief kunnen worden gebruikt. Volgens UMCG-onderzoeker Andrie Westerkamp blijven suboptimale donorlevers beter behouden als de organen gedurende transport niet alleen op ijs worden bewaard, maar ook met behulp van een machine worden voorzien van zuurstof en voedingsstoffen.

De wachtlijst voor een donorlever is lang. Om zo veel mogelijk patiënten aan een nieuwe lever te helpen, worden tegenwoordig ook organen getransplanteerd met een verminderde orgaankwaliteit. Deze organen zijn bijvoorbeeld afkomstig van oudere donoren of van donoren met overgewicht. Dergelijke suboptimale levers zijn gevoeliger voor het onvermijdelijke zuurstoftekort dat optreedt tijdens het transport tussen de donor en ontvangende patiënt. Door het zuurstoftekort ontstaat weefselschade, waardoor het orgaan na transplantatie minder goed functioneert.

Westerkamp bestudeerde verschillende manieren om de kwaliteit van suboptimale donorlevers te verbeteren. Hij stelt vast dat een kortere periode tussen het koelen van de lever in de donor en het transplanteren in de ontvanger een gunstig effect heeft op de uitkomsten na de operatie. Daarnaast beschrijft hij een methode om de mate van leververvetting snel en eenvoudig te kunnen vaststellen. De belangrijkste uitkomst van zijn onderzoek is dat de kwaliteit van suboptimale donorlevers beter behouden blijft als de organen gedurende het transport niet alleen op ijs worden bewaard, zoals momenteel gebruikelijk, maar met behulp van een machine worden voorzien van zuurstof en voedingsstoffen.

Andrie Westerkamp (1985) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij voerde zijn onderzoek uit bij het Groningen Institute for Organ Transplantation van onderzoeksinstituut GUIDE. Het onderzoek werd gefinancierd door het UMCG. Westerkamp is anesthesioloog in opleiding bij het UMCG.