Uit de tussenrapportage van IGZ  over de verpleegzorg blijkt volgens ActiZ dat de inspectie verder heeft gekeken dan afvinklijstjes.
De IGZ heeft een tussenrapportage gepubliceerd over toezichtsbezoeken en gesprekken met bestuurders die zij van januari tot september 2015 heeft (uit)gevoerd bij 150 ouderenzorgorganisaties. Dit zijn de zorgorganisaties waar de kwaliteit moest verbeteren volgens het IGZ rapport ‘Verbetering van de kwaliteit van ouderenzorg gaat langzaam’ uit 2014. Uit de tussenrapportage blijkt dat de kwaliteit is verbeterd en dat de verpleeghuiszorg van de 150 organisaties nu grotendeels op orde is. Daarnaast komt duidelijk naar voren dat de IGZ verder kijkt dan afvinklijstjes; kwaliteit van leven van cliënten en de relatie tussen de cliënt en de zorgprofessional spelen ook een rol in de beoordeling van de kwaliteit. Een ontwikkeling waar ActiZ blij mee is.
De tussenrapportage van de IGZ gaat over een breed scala aan thema’s, waaronder deskundigheid en bekwaamheid van het personeel, medicatieveiligheid, vrijheidsbeperking, cliëntdossier en sturen op kwaliteit en veiligheid. De 150 bezochte zorgorganisaties hebben een flinke slag geslagen om hun kwaliteit te verbeteren en dat is gelukt, want het oordeel is dat zij nu ‘grotendeels aan de normen voldoen’.
 
Van systemen naar mensen
Het IGZ rapport ‘Verbetering van de kwaliteit van ouderenzorg gaat langzaam’ dat vorig jaar verscheen, was mede aanleiding voor het plan van aanpak ‘Waardigheid en Trots’ dat de staatssecretaris van VWS in februari 2015 lanceerde. Alle betrokken organisaties in de ouderenzorg werken daarin samen om de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen te verbeteren. En in dat plan staat het welbevinden van cliënten centraal bij het beoordelen van de kwaliteit. Het gaat immers om kwaliteit van leven. Heeft iemand een zo prettig mogelijke dag, ondanks zijn of haar beperkingen en de rafelige randen in de laatste levensfase. Uit de tussenrapportage blijkt duidelijk dat medewerkers meer aandacht hebben voor de manier waarop zij de client bejegenen en beter reageren op de wensen en behoeften van de cliënt. Een goede zaak.
ActiZ is niet alleen blij met de conclusie dat de zorgorganisaties grotendeels aan de normen voldoen, maar ook met het feit dat de IGZ mee gaat in de beweging dat kwaliteit en veiligheid van zorg niet primair gerealiseerd worden door het voldoen aan regels. De verbeterkracht van Waardigheid en Trots schuilt namelijk in de beweging die is ingezet van systemen naar mensen. In de verschuiving van het kijken en denken vanuit systemen naar het uitgaan van de wensen en behoeften van clienten.
Deze tussenrapportage laat zien dat de IGZ hierin stappen genomen heeft: er wordt breder gekeken dan wat wet- en regelgeving vraagt, en er wordt meer het gesprek aan gegaan – ook op bestuurlijk niveau. We zien dat de IGZ meer ruimte biedt aan zorgprofessionals en bestuurders om vanuit hun visie op zorg te handelen. Dat vinden we een goede zaak.
Verbeterpotentieel
De tussenrapportage van de IGZ laat ook zien op welke punten zorgorganisaties zich verder kunnen verbeteren als het om de kwaliteit van verpleeghuiszorg gaat. Zo kan er beter worden gekeken naar wat er wel en niet vastgelegd moet worden, en hoe dat samenhangt. We zien dat er nog veel wordt gelet op wat er nu eenmaal vastgelegd moet worden. Terwijl het beter is om te kijken naar het waarom van het een en ander; want daarin zit nu juist het lerend effect. Dat leidt er immers toe dat de zorg voor de cliënt verder kan verbeteren. De IGZ constateert dat dit zowel op uitvoerend als aansturend niveau nog beter kan.
Kortom
Uit deze tussenrapportage zijn nuttige lessen te leren voor verdere kwaliteitsverbetering waar de ouderenzorg volop mee bezig is, onder meer door de vele projecten die op dit moment in het kader van Waardigheid en Trots worden uitgevoerd. Allemaal projecten die niet draaien om het voldoen aan de regels en vinklijstjes, maar om daadwerkelijke verbeteringen voor de client. Deze komen uiteindelijk tot stand in de relatie tussen de cliënt en de zorgprofessional, en het is goed nieuws dat de IGZ daar in de beoordeling van de kwaliteit meer ruimte en aandacht aan geeft.