Kinderen van ouders die prompt en adequaat reageren op signalen en behoeftes van hun jonge kind, hebben een groter totaal hersenvolume.
Al eerder bleek dat kinderen van zogeheten ‘sensitieve’ ouders een betere relatie opbouwen, cognitief vaardiger worden en minder vaak psychologische problemen krijgen. Onderzoekers uit Leiden en Rotterdam publiceren de resultaten van hun onderzoek in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry.
Prof.dr. Henning Tiemeier (Erasmus MC) en dr. Rianne Kok (Faculteit Sociale Wetenschappen Universiteit Leiden / Erasmus Universiteit Rotterdam) en collega’s van de Universiteit Leiden onderzochten 191 gezinnen uit Generation R. Van beide ouders werd in de periode tussen het eerste en vierde levensjaar van het kind de sensitiviteit herhaaldelijk geobserveerd in spelsituaties. Sensitiviteit is de mate waarin een ouder in staat is om de signalen of behoeften van een kind op te merken en te begrijpen en hier correct en tijdig op te reageren. Het gaat hier zowel om de positieve signalen als eventuele negatieve signalen. Een sensitieve ouder deelt bijvoorbeeld in het enthousiasme van een kind als het aan het spelen is, geeft ondersteuning en hulp op het moment dat een kind het nodig heeft (afgestemd op de ontwikkelingsfase van het kind), geeft complimentjes om het zelfvertrouwen van een kind te verhogen of troost een kind als het daar behoefte aan heeft. Op de leeftijd van acht jaar werden de hersenen van het kind door middel van een MRI scan onderzocht.
Hogere gevoeligheid van de ouders voor de signalen van het kind blijkt gerelateerd aan grotere totale hersenvolumes. Er is daarbij geen verschil ontdekt tussen sensitiviteit van de vader of de moeder. In het onderzoek naar de relatie tussen sensitiviteit van de ouders en de hersenontwikkeling bij het kind is rekening gehouden met andere verklarende factoren, zoals opleidingsniveau.
Kok: “We weten al dat kinderen van sensitieve ouders zich beter ontwikkelen op allerlei terreinen. Na dit onderzoek weten we daarnaast dat sensitiviteit samenhangt met de grootte van de hersenen en dat zou een verklaring kunnen zijn voor de positieve uitkomsten die we vinden bij kinderen van sensitieve ouders. Er moet naast de invloed van het sensitieve gedrag van de moeder, ook aandacht zijn voor het belang van het sensitieve gedrag van de vader. In pedagogisch onderzoek is altijd meer aandacht geweest voor de rol van de moeder dan voor de rol van de vader. Ons onderzoek laat voor het eerst zien dat vaderlijke sensitiviteit niet minder belangrijk is voor de hersenontwikkeling van kinderen dan moederlijke sensitiviteit.“
Generation R onderzoekt de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 opgroeiende kinderen in Rotterdam, allemaal geboren tussen 2002 en 2006. Deze kinderen worden al sinds de vroege zwangerschap gevolgd en blijven gevolgd worden tot hun jongvolwassenheid. Centraal staat de vraag waarom het ene kind zich optimaal ontwikkelt en het andere kind niet of minder. Door op verschillende manieren gegevens te verzamelen, wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling en de groei van kinderen, naar het ontstaan van ziekten, gedragsproblemen en nog veel meer. Hiermee levert Generation R een belangrijke bijdrage aan de gezondheid en de zorg voor alle kinderen en hun ouders in Nederland.