aanprikken van infusen - foto prmovendus Rick van Loon in OK
Promovendus Rick van Loon | Foto: Fontys Hogeschool

Op 24 september j.l. promoveerde docent-onderzoeker en cardio-anesthesiemedewerker Rick van Loon aan de TU/e op een proefschrift over verbeterd aanprikken van infusen.

Aanprikken van infusen is voor veel mensen een kleinigheid, maar voor een substantiële groep patiënten toch ook een bron van angst en stress. Bij 1 op de 5 patiënten lukt het aanbrengen van een infuusnaald niet bij de eerste prik. Naast de extra belasting voor de patiënt (en de zorgverlener) op het moment van aanprikken zelf neemt ook het risico op complicaties bij elke prik toe.

Ontbrekende kennis

In zijn promotieonderzoek verdiepte Rick van Loon, anesthesiemedewerker in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, zich in de oorzaken van het misprikken, én in de oplossing. Elke dag krijgen tienduizenden patiënten een infuus. Toch ontbrak wetenschappelijke kennis over de reden waarom de ene patiënt moeilijker te prikken is dan de andere. Ervaringskennis over risicofactoren als  obesitas en vaatziekten misten wetenschappelijke onderbouwing. Van Loon startte zijn promotieonderzoek in 2015.

A-DIVA model

De studie onder duizenden patiënten bracht vijf risicofactoren aan de oppervlakte. Aan de hand daarvan ontwikkelde Van Loon het Adult Difficult Intravenus Acces (A-DIVA) model. Dat model bepaalt het risico voor een individuele patiënt op misprikken bij het aanbrengen van een infuus. Een persoonlijk risicoprofiel classificeert de patiënt.

Echogeleid prikken

Om de patiënten met een hoog risicoprofiel met een kleinere foutkans aan te prikken, zette Van Loon dat echografie in. “Met echografie kunnen we onder de huid van de patiënt kijken. Zo kunnen we precies zien waar de aders zitten die we kunnen aanprikken. Dat vergroot de slagingskans enorm.” De toepassing van het model vergroot het slagingspercentage van de eerste prik van 80 naar 90. Gezien de enorme omvang van de patiëntgroep die aangeprikt wordt, is dat een grote kwaliteitswinst voor de zorg.
Het Catharina Ziekenhuis heeft het model van Van Loon ingevoerd. Ook andere ziekenhuizen in en buiten Nederland doen dat, onder andere in Zwitserland, de VS en Australië.

Vervolgonderzoek

Van Loon is inmiddels een vervolgonderzoek gestart om het gebruik van het model breder ingevoerd te krijgen. Substantieel vaker succesvol aanprikken van infusen in één keer levert op verschillende fronten winst op: het drukt de zorgkosten en werklast van zorgverleners, maar vooral bespaart het patiënten vervelende en pijnlijke ingrepen.