Vijfjarige studie naar stemmingswisselingen tijdens de adolescentie met behulp van internetdagboeken.

Hoewel iedereen de indruk heeft dat jongeren in hun tienerjaren moeten leren hun emoties te reguleren, is er weinig bekend uit wetenschappelijk onderzoek over de feitelijke ontwikkeling van emotionele stabiliteit bij tieners. In een recente vijfjarige studie werd gevonden dat de stemmingswisselingen van adolescenten in de loop van de adolescentie geleidelijk afnemen. Dit is geruststellend nieuws voor ouders van emotionele tieners. Bovendien kunnen de resultaten ouders helpen om in de gaten te houden voor wie instabiele emoties een risico vormen en wie hulp nodig heeft om deze onder controle te krijgen. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam, het VU-EMGO Institute for Health and Care Research en de universiteiten van Utrecht en Tilburg. De resultaten zijn gisteren gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Child Development.
Blij, boos, angstig of somber
De onderzoekers volgden 474 Nederlandse adolescenten van hun dertiende tot hun achttiende jaar gedurende drie weken per jaar. De tieners noteerden dagelijks hun stemming in termen van blijdschap, boosheid, angst en somberheid in een internetdagboek. Vanuit deze dagelijkse metingen berekenden de onderzoekers de fluctuaties in de stemming. VU-hoogleraar ontwikkelingspsychologie Hans Koot: “We vonden dat emoties het beweeglijkst zijn in de vroege adolescentie, maar dat de stemming van adolescenten geleidelijk aan stabieler wordt. Een belangrijke boodschap aan tieners en hun ouders en leerkrachten is dat tijdelijke stemmingswisselingen in de vroege adolescentie in feite normaal zijn en niet per se een reden tot zorg hoeven te zijn.”
Ouder en stabieler
VU-promovendus Dominique Maciejewski en eerste auteur van het artikel in Child Development: “De stemmingswisselingen gaan uiteindelijk over. Dit onderzoek laat vooral zien dat de meeste tieners gedurende de adolescentie geleidelijk aan minder last van stemmingswisselingen krijgen en biedt een stevige basis om onderzoek te doen naar jongeren met een afwijkende ontwikkeling. Vooral tieners die last hebben van extreme stemmingswisselingen of bij wie deze in de loop van de adolescentie nog sterker worden, moeten in de gaten gehouden worden. Uit eerder onderzoek blijkt namelijk dat extreme stemmingswisselingen samengaan met gedrags- en relationele problemen.”
Het onderzoek werd uitgevoerd met steun van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving, de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam.