Hoe zit het met de spin-offs die gelieerd zijn aan publieke instellingen zoals het AMC?

De mediaberichtgeving over de introductie van een nieuw apparaat voor mammografie is aanleiding geweest voor vragen over spin-off-bedrijven die gelieerd zijn aan publieke instellingen zoals het AMC. Hoe zit het met die spin-offs?

In universitair medische centra zoals het AMC wordt veel onderzoek gedaan: naar oorzaken van ziekten, naar betere diagnostiek, naar nieuwe behandelingen. Een enkele keer resulteert zulk onderzoek in een product: een veelbelovend geneesmiddel, een manier om een ziekte op te sporen, of een diagnostisch instrument. Lang werd dit soort kennis simpelweg gepubliceerd, waarna bedrijven er hun voordeel mee konden doen.
In de jaren negentig zijn de opvattingen over het munten van die kennis veranderd. Al dat onderzoek wordt immers betaald met publiek geld, dus is het redelijk dat een gedeelte van de opbrengst ten goede kwam aan de financier van dat onderzoek: de publieke sector.
Mede gesteund door de overheid, zijn universiteiten en umc’s zich daarom gaan richten op ‘valorisatie’: het op de markt brengen van kennis en vindingen. De Nederlandse umc’s vinden – net als de overheid – valorisatie van groot belang, juist vanwege hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Onze kennis hoort aan de maatschappij ten goede te komen en kennisexploitatie is daarvoor één van de onmisbare vormen. Maar een publieke instelling is geen onderneming en kan niet eindeloos financieringsrisico’s nemen. Dat zou er immers toe kunnen leiden dat er publiek geld, bijvoorbeeld premiegeld bedoeld voor de patiëntenzorg, gebruikt wordt voor investeringen om een product naar ‘de markt’ te brengen.
Hoe vermijd je zo’n ongewenst scenario? Het antwoord werd gevonden in kleine ondernemingen (BV’s) waar de kenniscentra hun knowhow inbrengen, en externe (venture capital) bedrijven en/of banken het investeringskapitaal, om de uitvinding verder te ontwikkelen. Het umc of een aan het umc gelieerde rechtspersoon zal als tegenwaarde voor het inbrengen van de uitvinding en het verschaffen van startkapitaal, samen met anderen aandelen in het nieuwe bedrijf verwerven. (De knowhow is volgens de wet eigendom van de umc’s, niet van de uitvinders of onderzoekers). Voor dit soort bedrijfjes wordt ook wel de term ‘spin-offs’ gebruikt.
Kennisinstellingen staan vaak aan de basis van meerdere spin-offs, waar ze voor een deel eigenaar van zijn of een belang in hebben of in nemen. In het jaarverslag van de instellingen in kwestie staat altijd een overzicht van de betreffende spin-offs. Informatie over de spin-offs zelf is op te vragen bij de Kamer van Koophandel.
Om het proces van die valorisatie in goede banen te leiden en te zorgen dat het te gelde maken van wetenschap volgens de regels verloopt, hebben kenniscentra een speciale afdeling: een zogeheten technology transfer office (TTO). In Amsterdam is IXA zo’n TTO. IXA koppelt de publieke instellingen en het bedrijfsleven aan elkaar, zoekt naar financiers en behartigt het (financieel) belang van de publieke instelling. Dat doet IXA voor de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit, het AMC, VUmc en de Hogeschool van Amsterdam.
Valorisatie is omkleed met wetten en regelgeving. De acht umc’s in Nederland hebben een gezamenlijke regelgeving, vastgelegd in het document; Naar een goede waarde. Valorisatie in de Universitair Medische Centra van Nederland: uitgangspunten voor vorm- en regelgeving’. Daarnaast zijn onderzoekers gebonden aan de researchcode van hun instelling. Dit is de researchcode van het AMC.
Het grootste deel van de opbrengst uit de spin-off gaat meestal naar het private bedrijf/de investeerder. Een deel van de opbrengsten vloeit terug naar de instelling. Die gebruikt ze voor nieuw wetenschappelijk onderzoek naar ziekten, diagnosen en behandeling. Daarnaast gaat een deel naar de afdeling waaruit de vinding kwam, en een deel gaat als ‘uitvindersloon’ naar de ontwikkelaar(s) van de vinding.
Uitvinders
Voor wetenschappers die een uitvinding hebben gedaan, staan meerdere wegen open. Zo besluiten sommige onderzoekers (al dan niet deels) te gaan werken bij de spin-off, en komen daarmee op de loonlijst van het betreffende bedrijfje. Anderen worden – tijdelijk – gedetacheerd bij de spin-off, maar blijven volledig werknemer van de kennisinstelling. Zij staan dan ook niet op de loonlijst van de spin-off.
In alle gevallen moeten zowel de kennisinstelling, als de betreffende onderzoeker(s) zich houden aan de gezamenlijke (wettelijke) regeling voor medewerkers van umc’s in Nederland, de zogeheten regeling nevenwerkzaamheden. Die is opgenomen in de cao van de umc’s.
Deze regeling is onder meer in het leven geroepen om (mogelijke) belangenverstrengeling tegen te gaan, en waarborgt de academische onafhankelijkheid van de acht umc’s en hun medewerkers.
Sigmascreening
Sigmascreening is een spin-off van het AMC. Het bedrijf is opgericht voor de doorontwikkeling van een nieuw apparaat voor mammografie, met als oogmerk het borstonderzoek minder pijnlijk te maken.
Aan de basis staan twee AMC-hoogleraren, Kees Grimbergen (emeritus hoogleraar Medische Fysica) en Ard den Heeten (emeritus hoogleraar Radiologie). In het AMC is dan ook wetenschappelijk onderzoek verricht naar mammografie volgens deze nieuwe methode. Begin november 2015 kreeg het apparaat een CE-markering, waardoor het sindsdien mogelijk is het op de markt te brengen en de investeringen terug te verdienen. De beide hoogleraren waren toen overigens al met pensioen.
Bron: AMC