Patiënten met een aangeboren hartafwijking die in hun kindertijd zijn geopereerd, zouden levenslang onder controle van een cardioloog moeten blijven. Daarvoor pleit Myrthe Menting van het Erasmus MC in haar promotieonderzoek naar nieuwe echotechnieken. Bij een groot deel van de volwassen patiënten werkt het hart minder goed, terwijl ze (nog) geen klachten hebben. Door regelmatige controles met nieuwe technieken kunnen problemen eerder worden opgespoord en vroegtijdig worden behandeld. Nu staan de meeste volwassen patiënten met een aangeboren hartafwijking niet meer onder controle van een cardioloog.

Nederland telt zo’n 35000 volwassen patiënten met een aangeboren hartafwijking. De 40 plussers onder hen vallen in de groep voor wie het eerst in de geschiedenis een operatie mogelijk was. De meeste van hen hebben weliswaar een goede conditie, maar lopen wel een verhoogd risico op late problemen zoals hartfalen, ritmestoornissen en vroegtijdig overlijden. Dit geldt ook voor mensen met een minder ernstige afwijking, zoals een gat in het kamertussenschot. Een groot deel van de mensen heeft sinds de kindertijd geen cardioloog meer heeft gezien. Ze komen pas weer naar het ziekenhuis als ze klachten krijgen. Ongeveer 25% van de mensen met een aangeboren hartafwijking ontwikkelt hartfalen. ‘En dat willen we natuurlijk graag voor zijn’, zegt Menting. Hartfalen kan heel sluipend beginnen, nog voordat de patiënt er last van krijgt. Het is dus heel belangrijk om op tijd in te grijpen en te voorkomen dat het hart onherstelbaar beschadigd raakt. Vroege opsporing van de verminderde pompfunctie van het hart is bij deze groep dan ook essentieel.

Voor haar onderzoek heeft Menting ruim 250 patiënten die als kind in het Erasmus MC zijn geopereerd aan een aangeboren hartafwijking onderzocht met de nieuwste techniek, genaamd speckle-tracking echocardiografie. Van hen had een groot deel verminderde linker en/of rechterkamerfunctie, veelal zonder dat ze daar iets van merkten. De kamers trokken minder krachtig samen dan bij gezonde mensen. ‘Door vroegtijdige behandeling met bv medicatie kunnen we hopelijk voorkomen dat het hart verder achteruit gaat.’

Sinds de introductie in de jaren 70 van de echocardiografie – destijds in het Dijkzigt Ziekenhuis ontwikkeld – heeft deze techniek een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. Met de nieuwe scantechnieken kunnen vroege tekenen van verminderde hartfunctie in beeld worden gebracht door de beweging van een microstukje van de hartspier te volgen, In de zoektocht naar optimale beeldvorming van het hart, heeft Menting heeft ook een nieuwe manier gevonden om de rechterhartkamer in beeld te brengen. ‘Tot nu toe konden we alleen de linkerkamer goed zien omdat de rechterkant een meer complexe vorm heeft en achter het borstbeen ligt. Maar een flink deel van de patiënten met een aangeboren afwijking heeft juist problemen met de rechterkamer. We hebben nu een manier gevonden om vanuit verschillende hoeken de rechterkamer goed en op een gestandaardiseerde manier in beeld te brengen.

De mogelijkheid om de rechterkamer te onderzoeken is van groot belang voor de groep patiënten die als kind een ernstige aangeboren afwijking hadden. Bij hen is het meestal de rechterkamer die niet goed functioneert. We hebben gezien dat een minder goed werkende rechterkamer ook de werking van de linkerkamer beïnvloedt. En een slechte linkerkamerfunctie zorgt voor slechtere overlevingskansen.

Alle patiënten met een aangeboren hartafwijking zouden levenslang poliklinisch vervolgd moeten worden, stelt Menting. Met de nieuwste methoden, waarmee veel beter dan bij voorgaande technieken te zien is hoe het hart werkt, kunnen we toekomstige problemen zoals hartfalen wellicht voorkomen. 

Bron: Erasmus MC