Crises en rampen kenmerken zich door een verstoring van de gewone gang van zaken.
Mensen in een beslissende functie kennen de details van de crisissituatie niet, maar moeten toch snel goede beslissingen nemen. Psycholoog Maikel Hengstler bestudeerde op meer fundamenteel niveau de invloed van cognitieve vaardigheden op het beslisproces en ontdekte de omstandigheden waaronder we in een moeilijke situatie onze energie mobiliseren. Op 5 november promoveert hij aan de Radboud Universiteit op een onderzoeksproject gefinancierd door het NWO-regieorgaan voor hersen- en cognitieonderzoek (NIHC).
‘Stel je een wedstrijd tafeltennis voor’, zo begint Hengstler zijn uitleg. ‘Na enkele makkelijke opslagen speelt je tegenstander een moeilijke opslag. Omdat je niet voorbereid was op een moeilijke opslag lukt het terugspelen van deze bal minder goed. Direct na deze moeilijke opslag ben je echter klaar voor een nieuwe moeilijke opslag. Je bent geconcentreerd. Ironisch genoeg, als de volgende opslag weer makkelijk is, kan het zijn dat jouw verhoogde concentratie in dit geval niet leidt tot een betere terugspeelbal. In dit geval had je wellicht beter gespeeld als je meer relaxt was.’
Werking controlesysteem
Het voorbeeld hierboven illustreert de werking van een controlesysteem: na het ervaren van een moeilijke situatie (een conflict) past het systeem zich zodanig aan dat een volgende moeilijke situatie adequaat opgelost kan worden, ten ko
ste van het iets minder optimaal afhandelen van een relatief gemakkelijke situatie. Dit proces wordt in de cognitieve psychologie conflictadaptatie genoemd. Maikel Hengstler toonde aan dat conflictadaptatie afhankelijk is van mentale energie.
Cognitieve controle kost energie
Hoewel een hogere mate van cognitieve controle zou helpen bij het maken van betere beslissingen ten opzichte van een lage mate van controle, kan een hoge mate van controle vanwege beperkingen in energie‐capaciteit simpelweg niet de standaard zijn. ‘Als we altijd veel controle zouden uitoefenen, dan zouden we snel uitgeput raken. Een individu moet daarom alleen wanneer situaties daar aanleiding toe geven cognitieve controle mobiliseren.’
Een logische vraag is dan: op basis waarvan zet een situatie aan tot het verhogen of mobiliseren van cognitieve controle? Hengstler: ‘Belangrijke randvoorwaarden zijn de sterkte van de conflictsignalen en de tijd tussen opeenvolgende conflictsignalen. Als het initiële conflictsignaal niet sterk is, dan zal er niet genoeg energie zijn gemobiliseerd voor een daaropvolgende moeilijke situatie. Daarnaast zou de tijd tussen een conflictsignaal en een daaropvolgende conflictsituatie lang genoeg moeten zijn om te komen tot volledig gemobiliseerde energie, en kort genoeg om de uiteindelijke afname voor te blijven.’
Foto: Conflictadaptatie is afhankelijk van de tijd die er tussen twee moeilijke taken zit.
Bron: Radboud Universiteit