De IGZ gaat, onder politieke druk, extra eisen stellen aan het onderzoek dat zorgorganisaties moeten instellen bij calamiteiten in zorginstellingen met een dodelijke afloop.
Dat kondigde de Inspectie vorige week aan. De IGZ vindt dat kwaliteit en onafhankelijkheid moeten beter gewaarborgd worden. ActiZ vindt het wantrouwen dat hieruit spreekt onterecht en constateert dat Kamervragen hierover leiden tot het nodeloos uitbouwen van regels en aanscherpen van externe controle.
Na een debat in de Tweede Kamer op 8 april dit jaar, heeft de IGZ haar werkwijze bij meldingen van calamiteiten aangescherpt. Deze wijzigingen gaan per 1 oktober 1. De IGZ wil hiermee de betrokkenheid van familie en nabestaanden bij het onderzoek naar aanleiding van een ongeluk met dodelijke afloop vergroten. Ook wil de IGZ dat de onderzoekscommissie wordt voorgezeten door een externe voorzitter. Uiteraard vindt ook ActiZ nauwe betrokkenheid van de familie bij de onderzoeken van calamiteiten noodzakelijk, evenals integriteit, onpartijdigheid en deskundigheid van de onderzoekscommissie en het eindrapport. Het ligt primair bij zorgorganisaties om deze uitgangspunten te hanteren bij onderzoeken.
Om kwaliteit en onafhankelijkheid te borgen, hoeven echter geen nieuwe regels gesteld te worden; ook zonder nieuwe werkwijze kan de IGZ al optreden als onderzoeksrapporten van de betrokken zorgorganisatie daartoe aanleiding geven.
Maatwerk in toezicht
ActiZ meent dus dat de nieuwe werkwijze niet nodig is, en ook niet past bij het streven van de IGZ om meer maatwerk te maken bij het toezicht. Waarom de eisen voor extern onderzoek dus standaard aan iedereen stellen? Dat heeft vooral extra bureaucratie als gevolg. Op deze manier stuurt de IGZ niet op het nemen van eigen verantwoordelijkheid en het is het omgekeerde van de beoogde werkwijze van ‘high trust, high penalty’.