In Europa ontbreekt zicht op financiële relatie tussen de medische-hulpmiddelenindustrie en zorgverleners. Dat is de uitkomst van een literatuurstudie die Nivel uitvoerde in opdracht van de IGJ.
In de zomer van 2022 verschenen ‘ineens’ berichten in de media over onrechtmatigheden rond medische hulpmiddelen. De FIOD, de opsporingseenheid van de Belastingdienst, voerde doorzoekingsacties uit in Nederland, Duitsland en Curaçao. Er was tezelfdertijd een ziekenhuis in het nieuws waar cardiologen ongeoorloofde betalingen ontvingen voor het gebruik van een bepaald merk pacemakers en ICD’s. Waar bij de farmaceutische industrie nauwlettend toezicht bestaat op ongeoorloofde financiële relaties tussen producenten en artsen, bevinden dat soort relaties bij de industrie van medische hulpmiddelen zich grotendeels in een blinde hoek.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaf het Nivel opdracht tot een verkennend literatuuronderzoek naar gunstbetoon in de medische-hulpmiddelensector. De term ‘gunstbetoon’ duidt een praktijk aan van betalingen aan zorgverleners om een bepaald merk hulpmiddel kiezen. Wettelijk bestaat daar strikte regulering voor, maar er is te weinig zicht op de praktijk om adequaat te kunnen handhaven.
VS: meer betalingen dan bij farmaceuten
In de VS zijn zijn betalingen van de hulpmiddelenindustrie aan artsen wél in kaart gebracht met studies. Daar wordt flink betaald aan individuele artsen; er zijn zelfs onderzoeken die het totaalbedrag hoger ramen dan wat de farmaceutische industrie plugt om hun geneesmiddelen in de pen te krijgen van voorschrijvers. Daarbij worden opvallend hoge betalingen gemeld in de vorm van royalty’s, licenties en eigendoms- en investeringsbelangen. Daarbij zien onderzoekers grote verschillen tussen specialismen onderling, en ook binnen de (veelal chirurgische) disciplines waar veel geld omgaat.
Een dergelijk en wetenschappelijk inzicht in het vóórkomen van deze financiële betrekkingen ontbreekt dus voor Nederland en Europa.
Invloed op kwaliteit van zorg onduidelijk
Uit sommige Amerikaanse studies komt naar voren dat niet alleen de keuze voor een merk regelmatig beïnvloed wordt door de maakindustrie. Zelfs de inzet op zichzelf van een bepaald type hulpmiddel bij een patiënt is onderhevig aan oneigenlijke marketingactiviteiten. Dit alles roept vanzelfsprekend de vraag op naar de effecten van financiële relaties tussen producenten en artsen op de kwaliteit van de geleverde zorg. Of die gevolgen er zijn is echter niet vastgesteld.
Zelfregulering
Artsen en industrie noemen hun onderlinge band belangrijk is, maar ook vatbaar voor risico’s op oneigenlijke beïnvloeding, zo rapporteert Nivel, dat observeert dat de naleving van governance codes hoofdzakelijk berust op zelfregulering. ‘Opmerkelijk is dat betalingen in de vorm van royalty’s, licenties en investeringsbelangen in de Nederlandse code niet expliciet of beperkt worden geadresseerd’, aldus het onderzoeksinstituut.
Aanbeveling: Registreer financiële relaties
De onderzoekers doen de aanbeveling om in navolging van de VS een register op te zetten van de financiële relaties tussen de hulpmiddelensector en artsen. En het gebruik daarvan wettelijk te verplichten. Een dergelijk register biedt niet alleen transparantie over gunstbetoon, maar ook aanknopingspunten voor wetenschappelijk onderzoek.
Onderzoek
> Inducement in the medical device industry: an exploratory literature study.
Baartmans, M., Friele, R. Inducement in the medical device industry: an exploratory
literature study. Utrecht: Nivel, 2023. 55 p.











