Als je kanker hebt moet je goed eten. Om te zorgen dat je niet te veel verzwakt. Dat hoor je vaak, maar is het wel waar? Is er bewijs voor die stelling?
Voeding is nodig voor de opbouw en het onderhoud van onze weefsels. Voeding is onze enige energiebron. Gebrekkige voedselinname leidt na verloop van tijd tot weefselverlies. Minder weefsel kan verlies van functie geven. Langdurig minder eten kan ook vermoeidheid tot gevolg hebben.
Tegelijkertijd moeten we ons afvragen of het verlies van eetlust dat vaak samen gaat met kanker (en met veel andere ziekten), niet een biologische functie heeft.
Minder voeding, minder stress
Valter Longo is een Italiaanse bioloog die al 20 jaar onderzoek doet naar de moleculair biologische consequenties van vasten. Hij beschreef dat voedselbeperking de stressgevoeligheid van gezonde cellen sterk vermindert. Cellen hebben ‘voelsprieten’ voor essentiële voedingsstoffen. In reactie op een tekort verandert de stofwisseling van de cel fundamenteel: er wordt geen energie meer gestopt in groei en reproductie. Dat is immers onhandig als er te weinig eten is. In plaats daarvan investeert de cel in onderhoud en herstel.
Zo worden gezonde cellen, heel contra-intuïtief, bij (kortdurend) gebrek aan voedsel veel beter bestand tegen schadelijke stoffen. Longo vroeg zich af of dat ook voor kankercellen zou gelden. Kankercellen zijn genetisch anders dan gezonde cellen. Ze zijn sterk gericht op groei en kunnen die tendens nauwelijks ombuigen: ze ‘denderen gewoon door’. Tegelijkertijd hebben ze heel hard voedingsstoffen nodig om hun groei te kunnen onderhouden.
Vasten en chemo bij muizen
In 2008 publiceerde Longo een manuscript dat potentieel baanbrekend wordt voor de behandeling van kanker: hij rapporteerde dat muizen die vasten gedurende 24 uur voorafgaande aan chemotherapie veel minder bijwerkingen krijgen, omdat hun gezonde cellen minder schade ondervinden van de chemotherapie. Hun kankercellen gingen daarentegen eerder dood door de therapie, waarschijnlijk omdat ze de switch naar de ‘onderhouds-modus’ niet kunnen maken en het gebrek aan voedingsstoffen een probleem is voor hun stofwisseling. De combinatie van 24 uur vasten en chemotherapie verbetert de prognose van kanker bij muizen spectaculair.
Inmiddels weten wij door werk van Longo en andere onderzoekers, dat voedselbeperking op zichzelf (dus zonder chemotherapie) de groei van tumoren remt, soms zelfs net zo effectief als chemotherapie! Dit geldt overigens niet voor alle tumoren in dezelfde mate; het hangt af van hun genetische architectuur.
Vertaalbaar naar de mens?
Wij zouden nu kunnen concluderen dat mensen niet voor niets hun eetlust verliezen als ze kanker hebben: minder eten helpt bij het afremmen van de groei van hun tumor. Bovendien suggereren de dierexperimentele gegevens dat voedselbeperking voorafgaande aan chemotherapie de bijwerkingen van de behandeling kan verminderen, terwijl het therapeutisch effect op de tumor groter wordt. We moeten echter voorzichtig zijn met onze conclusies. Bevindingen bij dieren moeten altijd nog worden bevestigd bij mensen. Het zou niet de eerste keer zijn dat dierexperimentele gegevens niet vertaalbaar blijken naar de mens.
Op dit moment zijn verschillende onderzoeken gaande naar de effecten van strenge voedselbeperking op de (bij-)effecten van chemotherapie voor diverse soorten kanker bij mensen. Een van die onderzoeken (bij patiënten met borstkanker) wordt uitgevoerd door onze afdeling Oncologie (dr. Judith Kroep). Als blijkt dat de dierexperimentele resultaten van Valter Longo’s werk vertaalbaar zijn naar de mens, wordt chemotherapie niet alleen effectiever maar krijgt het ook minder bijwerkingen.
Minder bijwerkingen
Is voeding nu vriend of vijand van de patiënt met kanker? Het antwoord is: beide. Voeding is belangrijk voor het behoud van gezonde weefsels. Anderzijds stimuleert het de groei van tumoren. Wellicht kunnen we die dubbele rol van voedsel gebruiken om de behandeling van kanker te verbeteren. We mogen hopen dat kortdurende voedselonthouding voorafgaande aan chemotherapie leidt tot meer effect en minder bijwerkingen. Door minder misselijkheid en diarree kunnen patiënten dan tussen de chemobehandelingen door beter eten en dat komt ten goede aan hun gezonde weefsels. Op die manier zetten we vasten in als vijand van tumorcellen en als vriend van gezond weefsel.
Hanno Pijl is internist en hoogleraar in het vakgebied diabetes en overgewicht.
Bron: LUMC