Zwangere vrouwen hoeven na een kankerdiagnose niet te kiezen voor zwangerschapsonderbreking of voor uitstel van kankerbehandeling uit angst voor de effecten van deze behandeling op hun kind.
Kinderen geboren uit moeders die tijdens de zwangerschap een kankerbehandeling kregen, doen het even goed als kinderen die hieraan niet werden blootgesteld. Dat blijkt uit multidisciplinair onderzoek aan KU Leuven en UZ Leuven. Het onderzoek is gepubliceerd in het toptijdschrift New England Journal of Medicine (NEJM) en voorgesteld op het European Cancer Congress in Wenen.
Artsen en wetenschappers van de KU Leuven onderzochten 129 kinderen geboren uit moeders die tijdens hun zwangerschap kanker kregen. De kinderen zijn afkomstig uit België, Nederland, Italië en Tsjechië. De ontwikkeling van deze kinderen werd vergeleken met de ontwikkeling van kinderen uit een controlegroep, geboren na dezelfde zwangerschapsduur uit moeders zonder kanker.
De meest voorkomende kankers bij de moeders waren borstkanker en hematologische kankers zoals leukemie en lymfomen. In totaal werden 100 kinderen tijdens de zwangerschap blootgesteld aan chemo- en/of radiotherapie: 89 kinderen (69%) aan chemotherapie, 4 (3,1%) aan radiotherapie, 7 (5,4%) aan chemo- én radiotherapie. Zij vormden de belangrijkste studiegroep. 14 moeders (10,9%) kregen geen behandeling tijdens hun zwangerschap, maar de onderzoekers wilden ook de effecten van kanker op zich bekijken en van de extra stress die dit meebrengt.
In vergelijking met de controlegroep waren er geen verschillen in mentale ontwikkeling of medische problemen (zoals astma, nood aan oorbuisjes of andere ingrepen, enzovoort) bij kinderen blootgesteld aan chemo- en/of radiotherapie. Ook de kinderen van wie de moeders geen behandeling kregen, doen het even goed als hun leeftijdsgenootjes. De oudste kinderen ondergingen een grondig hartonderzoek dat uitwees dat ook hun hartfunctie heel normaal is.
De resultaten bevestigen dat er geen reden is om, uit bezorgdheid over de effecten van een kankerbehandeling, de zwangerschap te beëindigen of de behandeling uit te stellen. De studie toont bovendien voor het eerst wetenschappelijk aan dat kinderen meer last hebben van vroeggeboorte dan van chemotherapie.
Dankzij de vergelijking met de controlegroep konden de artsen een vertraagde mentale ontwikkeling linken aan vroeggeboorte. Kinderen die prematuur geboren worden, doen het iets minder goed, en dit effect is even groot in de studiegroep als in de controlegroep. Vermijden van vroeggeboorte is dus belangrijker dan vermijden van chemotherapie.
Fotobijschrift: In vergelijking met de controlegroep waren er geen verschillen in mentale ontwikkeling of medische problemen bij kinderen die tijdens de zwangerschap waren blootgesteld aan chemo- en/of radiotherapie.