De onderzoeksgroep van Wouter Moolenaar van het Antoni van Leeuwenhoek heeft een eiwit ontdekt dat het verloop van neuroblastoom kan voorspellen. Dit gebeurde in samenwerking met de groep van Rogier Versteeg van het AMC. Een belangrijke ontdekking, want er is wetenschappelijk gezien nog weinig inzicht in deze vorm van kinderkanker. De resultaten zijn gepubliceerd in het vooraanstaande vakblad Cancer Cell.

Zeer jonge kinderen
Neuroblastoom is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij zeer jonge kinderen. Gelukkig is de ziekte relatief zeldzaam; in Nederland worden ongeveer 35 kinderen per jaar erdoor getroffen.  Neuroblastoom is een tumor van het zogenaamde sympathische zenuwstelsel en ontstaat  meestal in de buik. Het ontstaat doordat onvolgroeide zenuwcellen niet kunnen uitrijpen. Opvallend aan neuroblastoom is dat de tumor soms vanzelf weer verdwijnt, vooral bij de jongste patiëntjes (kinderen onder de 2). Maar bij wat oudere kinderen groeit de tumor vaak door, en zeker als deze uitzaait, is hij erg lastig te behandelen.

Wereldwijd onderzoek
In de hoop op nieuwe behandelingen wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de biologie van deze tumoren.  Op dit moment is daar nog heel weinig over bekend. De onderzoeksgroepen van Moolenaar en Versteeg hebben nu een stukje van die biologische puzzel opgehelderd. Zij ontdekten dat een eiwit genaamd GDE2 een rol speelt bij de ziekte. En wel op een positieve manier: als neuroblastomacellen meer van dit GDE2 produceren gaan ze alsnog uitrijpen. Patiënten met veel GDE2 in hun tumor hebben dan ook een veel gunstiger prognose dan patiënten met tumoren met weinig GDE2. GDE2 kan dus dienen als biomarker, een stof die iets zegt over het verloop van een ziekte.

De groep van Moolenaar zocht ook uit hoe het GDE2 eiwit zijn werk doet in de neuroblastoomcellen. Het eiwit zit aan de buitenkant van de cel, en via een ingewikkelde reeks van tussenstappen zorgt het ervoor dat onvolgroeide neuroblastomcellen gaan uitrijpen en bovendien minder beweeglijk worden. Dit laatste betekent dat de cellen zich minder makkelijk door het lichaam kunnen verspreiden om uitzaaiingen te vormen.

Vermoedens
Moolenaar: “We begrijpen nu vrij veel van het GDE2 eiwit, maar nog niet alles. GDE2 heeft namelijk een ander eiwit op de celmembraan nodig om zijn werk te doen. We weten nog niet welke dat is, en hoe GDE2 er mee communiceert,  al hebben we wel vermoedens. Als we dit eiwit kunnen identificeren, is dat niet alleen belangrijk voor onze basale kennis van neuroblastoom maar ook voor de toekomstige ontwikkeling van nieuwe medicijnen.  En daaraan is een grote behoefte bij deze agressieve vorm van kinderkanker.”

Bron: Antoni van Leeuwenhoek